Kabinet-Rutte-3

Rutte III: de angstige coalitie van de optimisten

Het is passen, meten en uitruilen, de vorming van de nieuwe regering. En straks staat iedereen optimistisch te glimmen op het bordes – wellicht met de angst in de keel. Want kan zo’n houtje-touwtjekabinet slagen of is het een wankele constructie?

Tekst: Addie Schulte

Voor Mark Rutte is de traditionele bordesscène met de nieuwe regering nog net geen routine, maar het wordt wel zijn derde keer dat hij als premier aantreedt, ergens dit najaar. Het kabinet van VVD, CDA, D66 en ChristenUnie dat op de trappen zal staan – als alle voortekenen niet bedriegen – is een voor de hand liggende uitkomst van de verkiezingsuitslag van 15 maart.

Eén deel van de formatie ging razendsnel. Voor het ‘motorblok’ van VVD, CDA en D66 was geen formateur nodig. Vanaf het begin was het vanzelfsprekend dat zij zouden samenwerken. De VVD als grootste partij, CDA en D66 als winnaars van de verkiezingen gretig om te gaan regeren. Deze partijen staan op belangrijke onderwerpen ook tamelijk dicht bij elkaar.

Dat de ChristenUnie erbij komt is niet zo vreemd. De partij regeerde eerder met CDA en PvdA. Zelfs hun achterbannen hebben iets gemeen. De kiezers van deze vier partijen zijn het gelukkigst en het meest optimistisch, blijkt uit onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau. Mark Rutte presenteerde zich in de afgelopen campagne nadrukkelijk als optimist, Alexander Pechtold noemde zijn boek Optimist in de politiek. ChristenUnie-leider Gert-Jan Segers noemde zijn boek Hoop voor een verdeeld land en CDA-lijsttrekker Sybrand Buma het zijne Tegen het cynisme.

Deze coalitie verenigt ook veel tegenstellingen, maar biedt daardoor voor velen wel iets. Conservatief én liberaal, christelijk én seculier, modern én traditioneel, individualistisch én gericht op de gemeenschap, kosmopolitisch én vaderlandslievend, milieubewust én gericht op economische groei. Een beetje zoals Nederland voor grote delen is. Dat kan botsen, het kan ook mooi samengaan.
Maar er heerst ook angst bij deze optimistische partijen. Met een kieskeurig electoraat en sterk wisselende uitslagen kan een grote partij in een klap ineenschrompelen tot een politieke dwerg. Hoe kunnen regeringspartijen voorkomen dat ze een debacle meemaken zoals D66 in 2006 (van 6 naar 3 zetels), het CDA in 2010 (van 41 naar 21 zetels) of de PvdA in 2017 (van 38 naar 9 zetels)?

Alexander Pechtold maakte het van zeer nabij mee. Hij was in 2006 voor het eerst lijsttrekker. Op de verkiezingsavond troostte partijcoryfee Hans van Mierlo hem. Pechtold had niet drie zetels verloren, maar drie zetels gewonnen, relativeerde Van Mierlo. In de peilingen had D66 namelijk op nul zetels gestaan.
De regeringspartijen zullen aan de ene kant benadrukken dat ze ‘verantwoordelijkheid nemen’. Aan de andere kant zullen ze hun partijbelang scherp in de gaten houden. Het wordt met de ene hand besturen, met de andere hand profileren.

Op zijn eerste persconferentie zei informateur Gerrit Zalm dat de vier partijen ‘een duurzaam en stabiel kabinet’ willen vormen. Duurzaam slaat hier niet op de groene maatregelen van dit kabinet, maar op het verlangen niet voortijdig in een regeringscrisis verzeild te raken.

En dat met één zetelmeerderheid in de Tweede Kamer en één in de Eerste Kamer. Deze precaire toestand kan leiden tot een gedetailleerd regeringsakkoord vol bezweringsformules voor de lastige onderwerpen. De marsroutes voor de ministers en de regeringsfracties worden van tevoren uitgetekend. Zo kan elke partij ook enkele belangrijke punten binnenhalen. Dat vereist wel een ijzeren fractiediscipline, waarbij dissidente geluiden niet geaccepteerd worden. Nu kwam afwijken van de fractielijn al amper voor: VVD-Kamerlid Joost Taverne die in 2015 tegen een steunpakket aan Griekenland stemde, keerde niet terug op de lijst. Net zomin als zijn fractiegenoot Ton Elias, die nog weleens een kritisch geluid liet horen.
Politiek zijn dergelijke akkoorden verstikkend. Regeren wordt een invuloefening, een echt debat dat iets kan veranderen wordt onmogelijk. Dit soort deals maken de verschillen tussen de regeringspartijen minder zichtbaar. En dat maakt de kans groter dat een van hen afgestraft wordt.

Slechte optelsom
Adviseurs als informateur Herman Tjeenk Willink en de Raad voor het Openbaar bestuur vinden dat het anders moet. ‘Formeren is meer dan tot 76 tellen,’ zei Tjeenk Willink. Zoek steun elders, was zijn oproep. Maar in de praktijk is formeren vaak wel zo’n optelsom.

Het regeerakkoord hoeft niet het spoorboekje voor de komende vier jaar te zijn, zei de Raad voor het Openbaar bestuur. Ga uit van een startdocument dat de richting aangeeft en zie maar hoe je er komt. Dat klinkt wat losser, met meer elan, meer flexibiliteit. En geeft dus óók meer conflict. Dat kan mensen het idee geven dat er iets te kiezen valt. Maar de voortekenen wijzen er niet op. De vier zijn al blij als ze het samen eens kunnen worden. Als er nog meer partijen bij komen, worden onderhandelingen helemaal onoverzichtelijk. Rutte heeft al vijf jaar akkoorden moeten sluiten met oppositiepartijen en dat kostte wel erg veel inspanning.

Tjeenk Willink noemde klimaat, sociale scheidslijnen en Europa, inclusief migratie, de grote vraagstukken waar een komende regering een breed draagvlak voor moet zien te vinden. Maar de vier hebben juist hierover nogal uiteenlopende denkbeelden. ChristenUnie en D66 willen klimaat wel aanpakken, VVD en CDA minder. ChristenUnie is het meest voor het verkleinen van inkomensverschillen, VVD’ers nivelleren echt alleen als het niet anders kan. Eurofiel D66 staat tegenover het eurokritische CDA. Verwacht dus geen grote sprongen op deze terreinen, hoe urgent de problemen ook zijn. Het worden kleine stapjes, veel compromissen, schuifelend voorwaarts.

De Premier

Mark Rutte kan met bijna iedereen. Als premier sloot hij deals met alle grote en middelgrote partijen, behalve de SP. En ook nog met een paar kleintjes. Rutte houdt niet van grootse plannen en ideologische vergezichten. Hij is de man van het mogelijke. Zijn prioriteiten, zoals een lage overheidsschuld en economische groei, brengt hij als vanzelfsprekendheden, terwijl het net zo goed politieke keuzes zijn.

Toch sprak hij zich in de campagne harder uit, vooral op het punt van integratie. ‘Normaal. Doen.’ werd het motto van de VVD. Wie het hier niet bevalt, kan oppleuren. Samen met zijn stevige optreden tegen Turkse bewindslieden die in Nederland campagne wilde voeren leverde het hem steun op. Hij hield Wilders en zijn ‘verkeerde soort populisme’ op afstand – en dat was in maart 2017 het belangrijkste.

Op het Europees toneel is hij een van de oudgedienden, samen met Angela Merkel. En die twee hebben meer gemeen dan je op het eerste gezicht zou denken. Met zijn derde kabinet voegt Rutte zich in het rijtje Van Agt, Lubbers, Kok, Balkenende. Waarschijnlijk is dit zijn laatste regeerperiode. De wisseling van de wacht kan onrust veroorzaken binnen de VVD.

De hoofdpunten

  • CDA en VVD willen minder tot geen asielmigratie en D66 heeft in een eerdere ronde al duidelijk gemaakt daaraan mee te werken. Noord-Afrikaanse landen moeten meer doen om migranten aan hun kant van de Middellandse Zee te houden. En nieuwkomers moeten zich meer aanpassen.
  • Dat Nederland ernaar gaat streven de klimaatdoelstellingen van Parijs te halen, spreekt voor zich. Maar hoeveel geld en politiek kapitaal hierin wordt gestoken is de vraag. Met een Nederlandse Wende is dit een van de beste terreinen waar de regering de steun van andere partijen, maatschappelijke organisaties en bedrijfsleven kan winnen.
  • Onderwijs wordt een cruciaal onderwerp: een leven lang leren kan concrete vormen krijgen. Gezien de kloof tussen hoog- en laagopgeleiden en de robotisering is dat van urgent belang.
  • Over de arbeidsmarkt kan een grote strijd losbranden, met de VVD als voorstander van meer flexibiliteit en de andere drie in wisselende mate voorstander van vastere verbanden. Er zijn veel plannen op dit terrein en dat kan tot ingewikkelde compromissen leiden. Verschillen tussen rijk en arm kunnen iets toenemen. In de zorg zal het eigen risico zo ongeveer gelijk blijven. Defensie krijgt er flink wat geld bij en bezuinigen op politie en inlichtingendiensten is taboe.
  • Op medisch-ethische kwesties is de status quo voor alle partijen min of meer aanvaardbaar. Een brede discussie of nieuw onderzoek kan tijd kopen.

De hoofdrolspelers

Voor Alexander Pechtold en Sybrand Buma lonkt de Bolkestein-route. Frits Bolkestein bleef tijdens het eerste Paarse kabinet fractieleider van de VVD en liet zijn partij kleur behouden. Maar Diederik Samsom faalde in dit opzicht tijdens het laatste kabinet. Uiteindelijk werd hij onttroond door de vicepremier, Lodewijk Asscher. Succes is dus niet gegarandeerd.

En er zijn zo veel mooie posten in de regering te vergeven. Voor Pechtold bijvoorbeeld Onderwijs, voor Buma Justitie of Binnenlandse Zaken, als de politie daar weer bij komt.

Voor D66 worden veelgenoemd de Amsterdamse wethouder Kajsa Ollongren (Economische Zaken), Wouter Koolmees (Financiën) en Sigrid Kaag (Buitenlandse Zaken). De ChristenUnie kan het veelgeroemde Kamerlid Carola Schouten (Financiën) naar voren schuiven, maar ook oudgedienden als Arie Slob (Onderwijs) en André Rouvoet (Infrastructuur en Milieu). Bij het CDA worden senator Wopke Hoekstra (Financiën) en Marnix van Rij genoemd
VVD heeft Halbe Zijlstra voor Sociale Zaken en nog meer ervaren krachten. Klaas Dijkhoff of Jeanine Hennis-Plasschaert, tweede op de lijst, kunnen fractievoorzitter worden, maar kunnen ook weer een regeringspost vervullen.

Maar: ‘de poppetjes’ zijn het meest fluïde deel van de formatie en garanties zijn er pas op het bordes.

De oppositie

Dit kabinet krijgt oppositie van links en rechts. Dat komt ervan als partijen uit het midden in de regering zitten. Jesse Klaver, Emile Roemer en Lodewijk Asscher zullen strijden om het leiderschap van het linkse kamp. Klaver kan hameren op het ontbreken van ambities op klimaatgebied, Roemer op de zorg en inkomensverdeling, terwijl Asscher zich met zijn ervaring als minister kan opstellen als een ‘redelijk alternatief’, gelouterd door het recente verlies. Asscher noemde dit kabinet al ‘Rechts met den Bijbel’, een sneer aan het adres van Pechtold.

Aan de rechterkant wordt Geert Wilders uitgedaagd door Thierry Baudet. Die maakt een energiekere indruk dan Wilders, heeft een wat frivolere opstelling en is de darling van de media. De stijl van Wilders is nu wel bekend en verrast niet meer. Voor de PVV wordt dit een spannende periode, nu ze niet meer het monopolie op de rechterflank heeft.

Migratie, integratie, veiligheid en Europa worden als vanouds de aangrijpingspunten voor de kritiek van de rechterzijde, met name tegen de VVD en het CDA. Wilders voorspelde dat deze partijen D66 te ver tegemoet zullen komen in wat hij ‘Pechtold I’ noemde. Het makkelijkste dat de regering kan doen is zichzelf als de ‘gulden middenweg’ presenteren. Eigenlijk te makkelijk.

De formatie

Formaties in Nederland zijn een bijna biologisch proces waarbij iets wat onwaarschijnlijk leek onvermijdelijk wordt. Onderweg wordt hier en daar schade berokkend. Voor D66 was het gunstig een poging te wagen met GroenLinks en Klaver wilde niet te snel opgeven. Toch kwam hij gedeukt uit de strijd. Pechtold moest zijn ‘ongewenst’-verklaring van de ChristenUnie inslikken. Ook hij is een beetje beschadigd. De winnaars van de eerste maanden: CDA en VVD. Als deze formatie onverwacht niet lukt zijn er opties die nu onwaarschijnlijk lijken, maar dan als onvermijdelijk worden gebracht: met de PvdA, of een minderheidskabinet. Regeren: het kan niet anders.

Met dank aan Jaap Jansen