Ooit hielden we van Europa. Terug in de tijd

De Europese Unie zien veel mensen nu als een noodzakelijk kwaad. De meeste Nederlanders zijn er niet tegen, maar ze zijn er ook niet bijster enthousiast over. Dat was kort na de oorlog wel anders. Een terugblik op het onverbloemde Europees idealisme, van prinses Juliana tot een stokoude weduwe in Bolsward.

Mei 1948: het puin van de oorlog is amper geruimd, Nederland is net aan de wederopbouw begonnen. In de statige Ridderzaal in Den Haag is een uitgelezen gezelschap bijeen voor het Congres van Europa. Oorlogsheld Winston Churchill is erevoorzitter, prinses Juliana en prins Bernhard eregasten, premier Louis Beel zit in de zaal met vele notabelen uit binnen- en buitenland. Na zijn toespraak over de noodzaak van Europese samenwerking steekt Churchill een grote sigaar op, het rookverbod is speciaal voor hem opgeheven. Een paar dagen later houdt het Congres een openbare bijeenkomst op de Dam in Amsterdam waar ruim veertigduizend burgers naar toespraken over Europese eenheid luisteren. Ook hier is Churchill de belangrijkste attractie. Met zijn basstem spreekt hij de menigte toe: “Mensen zullen trots zijn te zeggen: ‘Ik ben Europeaan.’”

Breiende dames
Het idee van Europese integratie, zelfs van ‘de Verenigde Staten van Europa’, wordt in die tijd door grote delen van de bevolking en de elite omarmd. Het bestuur van de Nederlandse Raad van de Europese Beweging bestaat uit politici van alle grote partijen. Multinationals als Philips, Shell en Hoogovens betalen de rekening van het Congres van Europa. Tegengeluiden zijn zeldzaam, zeker zolang het om abstracte idealen gaat en niet om praktische politiek.
Europa wordt gezien als de verlossing uit de ellende. Nu de koloniën onafhankelijk worden, ligt de toekomst op het continent. Europese eenheid moet een nieuwe oorlog voorkomen en Duitsland in toom houden, maar ook kan het project Europa een zelfstandige positie geven tussen de nieuwe grootmachten; de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten. “Volgens velen zou dit Europa een brug moeten zijn tussen het verderfelijke communisme en het even verderfelijke kapitalisme van de Amerikanen,” zegt Paul Weller (73), biograaf van de Nederlands-Duitse PvdA-politicus en journalist Alfred Mozer.
Mozer is een van de overtuigde Europeanen in die tijd, hij ontwikkelt een heel netwerk. Hij ziet ook dat de ontluikende Europese beweging allerlei types trekt. Op een congres van Europese federalisten in Zwitserland in 1946 treft Mozer ‘breiende dames’ en een ‘eindeloos oude Zwitser met een lange witte baard’, die vegetarisme, geheelonthouding en een kuis leven predikt. Niet zo merkwaardig dus dat sommige sceptici het Europese streven als ‘pseudo-religie’ afdoen.
Het Congres in Den Haag leidt tot de oprichting van de Raad van Europa, maar dat is (nog steeds) grotendeels een tamelijk vrijblijvende samenwerking. Voor de federalisten is dat niet genoeg en ze voelen de wind in hun zeilen. Een paar jaar nog, en dan zal Europa een politieke eenheid zijn, denkt Marinus van der Goes van Naters, een prominent PvdA-politicus in die periode.

Massale opkomst
Een referendum in 1952 in de steden Bolsward en Delft is een steun in de rug. Het referendum is een initiatief van de Nederlandse Raad van de Europese Beweging. Een landelijk referendum is te duur, maar de kiezers in de ‘prinsenstad’ Delft en de ‘oude Hanzestad’ Bolsward worden representatief geacht voor het hele electoraat. In de campagne is een leus van de voorstanders: ‘Eén Europa of geen Europa’. Debat is er eigenlijk niet, want bijna iedereen is het met elkaar eens. Alleen de communisten roepen op tot een boycot van het referendum.
De bevolking komt massaal naar de stembus. In Delft is de opkomst bijna 75 procent, in Bolsward zelfs 88 procent. De 96-jarige weduwe Nota-Donia, de oudste inwoner van Bolsward, is onder de stemmers. De uitslag toont Noord-Koreaanse verhoudingen. In Delft stemt 93 procent voor de Europese eenheid, in Bolsward 96 procent.
De Waarheid blijft kritisch. De vraag in het referendum had volgens de communistische partijkrant moeten zijn: “Bent U voor overheersing van Europa door de West-Duitse nazi’s in opdracht van de Amerikaanse imperialisten?” Dat is het standpunt van een minderheid. Minister Joseph Luns van Buitenlandse Zaken concludeert dat de federale plannen geen psychische weerstand oproepen.

Einde aan het Europees Idealisme
De Leeuwarder Courant jubelt: “Het is toch ook wel plezierig te bedenken, dat Bolsward en Delft door hun massale opkomst de Europese zaak waarschijnlijk een flinke stap verder hebben gebracht.”
Maar dit referendum is het hoogtepunt van deze vorm van Europees idealisme. De Europese integratie wordt in de loop van de jaren vijftig vooral een zaak van regeringen en bureaucraten, en niet meer van bevolkingen en referenda. De Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal komt tot stand, bijna moet er zelfs één Europees leger komen. Dan lijkt de klad er al in te zitten, maar een gedeeltelijk Nederlands initiatief leidt in 1957 tot de Europese Economische Gemeenschap (EEG), voorloper van de EU. Economische samenwerking staat voorop, politieke samenwerking zal daar ooit uit volgen, is sindsdien het idee.
Volgens Paul Weller is het vooral de Koude Oorlog die het Europees idealisme heeft gedwarsboomd. “In plaats van een brug tussen Oost en West werd West-Europa een bruggenhoofd van het Westen.” Naast Europa waren er altijd de VS en de NAVO, zeker voor het Atlantisch gerichte Nederland. Toch zou dat kunnen veranderen. Want met Trump in het Witte Huis en Poetin in het Kremlin krijgt het idee van sterkere Europese eenheid weer meer kracht.

Tags:

Laatste van Feature

0 0,00