Jan-Paternotte

Jan Paternotte mag het zeggen

in Actueel/Politiek by

Politiek talent Jan Paternotte is een goeie kandidaat om op een dag het baton van D66-leider Alexander Pechtold over te nemen. Hij is van de Amsterdamse politiek verhuisd naar het landelijk toneel, als kersvers Kamerlid. Wat beweegt het bevlogen bijtertje?

Hij wordt de kroonprins van D66 genoemd; het politieke talent bij de democraten die het stokje eens over zou moeten nemen van fractieleider Alexander Pechtold. Na een zegetocht in Amsterdam – Jan Paternotte dreef de PvdA na een hegemonie van 66 jaar in de oppositiebankjes van de gemeenteraad – wordt veel verwacht van het kersverse Kamerlid in Den Haag. Bernie trof de D66’er deze zomer in zijn nieuwe werkvertrek in een voor de rest uitgestorven Kamergebouw.

Je bent de enige aan het Binnenhof die deze zomer doorwerkt.
‘Haha, daar lijkt het wel op. Vanmorgen ben ik nog niemand tegengekomen in de gangen van het parlement. Zelfs Thierry Baudet laat niet van zich horen; rond dit tijdstip pingelt hij meestal op de vleugel die hij zijn kamer in heeft laten takelen (de fractie van Forum voor Democratie heeft zijn intrek genomen in het voormalig ministerie van Justitie, een verdieping onder het kamerdeel dat gereserveerd is voor D66, red.).’

Heb je alle tijd om je voor te bereiden op het échte werk. 
‘Hoe bedoel je?’

De Kamer is enkele maanden na zijn installatie al met zomerreces. Daarbij staat het parlement voorlopig buitenspel, aangezien er nog geen nieuwe regering aangetreden is. 
‘Ik heb het toch al behoorlijk druk gehad. Ik zit in de parlementaire verhoorcommissie die onderzoek doet naar de Panama Papers (een verzameling documenten die wereldwijd grootschalige belastingontduiking kenbaar maakte. In 2015 kregen media inzage in de papers – in Nederland waren dat ochtendkrant Trouw en Het Financieele Dagblad, red.). Er wordt beweerd dat een getuige heeft gelogen; dat is nogal wat. Enkele maanden terug heb ik mijn debuut gemaakt in de kamer; ik heb al meerdere debatten meegemaakt en zelfs al de mogelijkheid gehad om met collega’s enkele moties voor te bereiden.’

Zie je een groot verschil met de politiek in Amsterdam?
‘Er zijn hier opvallend veel muurbloempjes, politici die bij voorbaat samenwerking uitsluiten. PvdA heeft meteen na de verkiezingen gezegd dat ze, rekening houdend met de desastreuze uitslag, hoe dan ook de oppositie in willen. Politici van de SP willen niet eens praten als VVD aan de andere kant van de tafel zit. In Amsterdam, maar ook elders in het land, hebben socialisten en liberalen bewezen goed te kunnen samenwerken. Waarom lukt het dan niet hier in Den Haag?’

Inmiddels is het voor deelname aan de formatiegesprekken rijkelijk laat. VVD, CDA, D66 en ChristenUnie lijken vastbesloten om samen door te gaan.
‘Ik vind het opvallend hoe weinig de beoogde coalitiepartners loslaten over de nieuw te vormen regering. Fractiegenoten en belangrijke partijleden houden hun kaken stijf op elkaar. Dat is meestal een goed teken: weinig onrust rond de formatie. Zelfs partijmastodonten eerbiedingen het onderhandelingsproces. Nu je het zegt: ik heb zelfs Hans Wiegel van de VVD nog niet gehoord over hoe hij het allemaal anders zou doen.’

Ze zijn waarschijnlijk tot rust gemaand door de partijtop. 
‘Er is een besef in Den Haag, maar ook daarbuiten, dat er niet eindeloos onderhandeld kan worden. Niet de partij, of de mening van een enkeling telt, maar het landsbelang.’

Is Den Haag bang voor Belgische toestanden? In 2010-2011 vestigden onze zuiderburen een wereldrecord door bijna 541 dagen te onderhandelen over de vorming van een nieuwe regering. De schade daarvan lijkt permanent; het land is verdeelder dan ooit. 
‘We zitten hier niet in België; dat land is door zijn taalbarrière al behoorlijk gepolariseerd. Ons land is zeker verdeeld, vooral als je kijkt naar de uitslag van de verkiezingen. We hebben op dit moment dertien partijen in het parlement. Voor een coalitie heb je nu vier of meer partijen nodig. Dat is al sinds de jaren zeventig niet meer voorgekomen.’

Toen werd er zeven maanden door de onderhandelingspartners aan het Binnenhof vergaderd. Een landelijk record.
‘Ik denk niet dat het zo lang gaat duren. Als de onderhandelingspartners zich praktisch opstellen, kan het snel gebeurd zijn.’

Met zo veel partijen is de kans groot dat er straks een redelijk kleurloos werkkabinet op het bordes staat bij de koning.
‘Dat hoeft niet. Mark Rutte heeft afgelopen jaren de rit uitgezeten met een minderheidskabinet. Met steun van onder andere D66 heeft de premier toch behoorlijk wat voor elkaar gekregen: het ontslagrecht is aangepakt en de economie heeft een nieuwe impuls gekregen. Ook de overheidsfinanciën lijken weer onder controle.’

Daar plukt het op handen zijnde kabinet de vruchten van.
‘Ja. We hebben weer meer geld te besteden. Dat geeft rust in de coalitie; het moet mogelijk zijn om alle partners in de regering “iets” te geven waarmee ze hun achterban tevreden kunnen stellen.’

Met krap 33 jaar ben je een relatief jong Kamerlid. Is de nieuwste generatie politici eindelijk opgestaan? 
‘Qua leeftijd val ik niet eens in de top tien van jongste Kamerleden, kun je nagaan! Onder de jonge garde zit veel talent: GroenLinks wordt inmiddels voorgezeten door Jesse Klaver, bij de SP gooit collega Lilian Marijnissen (dochter van SP-boegbeeld Jan Marijnissen, red.) hoge ogen.’

Kunnen jullie het als nieuwe Kamerleden onderling goed vinden? 
‘Jonge politici zijn in ieder geval niet van die scherpslijpers. We zijn minder geneigd om eindeloos vast te houden aan eigen politieke standpunten en onderhandelen makkelijker. Ik denk ook dat onze generatie positiever is – noem het idealistischer – en minder geneigd om in beleidstaal of afkortingen te praten. Wij beseffen dat we als volksvertegenwoordiger niet alleen verantwoording schuldig zijn aan het volk, maar dat we ook bij nieuw beleid voortdurend het electoraat moeten raadplegen. Goede plannen voor het onderwijs bijvoorbeeld, maak je alleen door ook met leraren, conciërges, ouders en schoolleiders te praten. Als je langer in de kamer zit, is het verleidelijk om alleen directeurs en lobbyisten in Den Haag langs te laten komen.’

Wordt het geluid van de nieuwe generatie ook gehoord?
‘Nou, ik heb weken terug al uitleg mogen geven over mijn beleidsgebieden aan de formateurs (onder andere Economische Zaken, innovatie, wetenschap en media, red.). Bij de VVD speelt Klaas Dijkhoff – die in 2010 als 29-jarige in de kamer kwam voor VVD en in de laatste regering diende als staatssecretaris op het departement van Veiligheid en Justitie – een belangrijke rol. En de jongste onderhandelaar is grappig genoeg van de ChristenUnie: Carola Schouten (39).

Dat gezegd, wordt het kernteam van de formatie verder gevormd door veertigers en vijftigers; dat zou eigenlijk meer een afspiegeling moeten zijn van de demografische opbouw. Onze generatie is progressiever. Wij hebben meer oog voor thema’s als klimaat, duurzaamheid en innovatie.’

Moet daar ook de nadruk komen te liggen in het nieuwe kabinetsbeleid? 
‘Ja. Vooral op het gebied van aanpak van klimaatsverandering doen we het in Nederland niet goed. Je zou kunnen zeggen dat we het vieste jongetje van de Europese klas zijn geworden. Als we geen grootschalige veranderingen doorvoeren, dreigen we niet aan de eisen van het Verdrag van Parijs te kunnen voldoen. Dat moeten alle partijen aan de onderhandelingstafel goed in het achterhoofd houden.’

Had je niet liever gezien dat GroenLinks als vierde partij was aangebleven als partner in de formatie? Die fractie heeft zich altijd heel duidelijk uitgesproken voor aanpak van klimaatverandering.
‘Ja, natuurlijk. Een kabinet met GroenLinks was mijn eerste keuze. Ik vind het onbegrijpelijk dat Klaver zich uit de onderhandeling heeft teruggetrokken. Als coalitiepartij had hij écht het verschil kunnen maken. Ik weet niet of zijn kiezers zo gelukkig is met het stopzetten van de gesprekken.’

Is hij laf geweest?
‘Ik weet het niet. Misschien vond hij zichzelf nog niet ervaren genoeg om zitting te nemen in een regering. Met de beslissing om te breken, heeft Klaver – nota bene een van de grote winnaars in de verkiezingen – een kans laten liggen voor zijn partij om te besturen. Daar was GroenLinks na jaren in de oppositiebankjes wel aan toe.’

Nu zit je opgescheept met ChristenUnie. Die partij wijkt op heel veel gebieden af van het programma van D66. Onder meer op het gebied van euthanasie, donorwetgeving en rechten voor homostellen.
‘Het is ongelofelijk jammer dat onze partij de enige progressieve partij is die wil meeregeren.’

Waar moet het kabinet nog meer mee uit de onderhandelingen komen dan alleen aanpak van klimaatveranderingen?
‘Nu het beter gaat met de economie – wij scoren op dit moment beter dan welk land dan ook in de Europese Unie – hebben we ruimte om te investeren in de lange termijn. Inzet op innovatie is van levensbelang voor onze economie. De fabricage van zonnepanelen, chips voor de auto-industrie en ontwikkeling van robots leveren veel nieuwe banen op. Ook op het gebied van watermanagement kunnen we internationaal gezien veel betekenen. Als we die sectoren als overheid niet ondersteunen worden succesvolle en veelbelovende bedrijven ingehaald of overgenomen.’

Je stelt een protectionistisch beleid voor: de staat als beschermheer tegen buitenlandse koopjesjagers? 
‘We moeten er in ieder geval voor zorgen dat bedrijven hier niet beperkt worden in hun groei. De populaire hotelboekingssite booking.com bleek na de overname door het Amerikaanse Priceline in 2012 een regelrechte cashcow. Het is jammer om te zien dat veel van de opbrengst nu niet in Nederland wordt geïnvesteerd. Europa blijft op internetgebied achter bij de VS. Tegenover Google en Facebook staan hier bedrijven als Spotify en Angry Birds. Leuk, maar qua impact niet vergelijkbaar.’

Je lijkt geknipt voor een baan in het bedrijfsleven. Ik zou echter toch nog even wachten voor je je zetel opgeeft. Als Alexander Pechtold minister wordt, heb jij grote kans om fractievoorzitter van D66 te worden. 
‘Haha. Ik zit er pas nét hè. Ik denk dat we in de fractie afgelopen jaren heel veel goede kandidaten hebben opgeleid om D66 in de kamer te leiden.’

Valse bescheidenheid! Zou je het doen als je als fractieleider gevraagd werd? 
‘Echte en terechte bescheidenheid! Ik ga mezelf zeker niet naar voren schuiven.’

Je bent al meermaals ‘kroonprins’ van Pechtold genoemd, de beste om de voorman van D66 in de toekomst op te volgen…
‘De term “kroonprins” veronderstelt dat een politiek leider zijn opvolger aanwijst. Zo werken wij niet bij D66.’

Je kunt het in ieder geval goed vinden met Pechtold. 
‘Dat zeker. We kennen elkaar al sinds 2005 toen ik  als voorzitter van de Jonge Democraten [de D66-jongeren, red.] in 20 landen de media haalde.  We hebben ons volledig op Geert Wilders gericht en zijn met de auto van mijn moeder en een geleende caravan achter het campagneteam van de politicus aangereden. Wilders voerde toen campagne onder het motto ‘Nederland moet blijven!’. Alsof Nederland dreigde te verdwijnen! We wilden met iedereen die zijn folder kreeg in gesprek en vertellen dat het een onzinverhaal was.’

Je kunt je nu als Kamerlid direct tot de PVV’er richten. 
‘Ik zie dat ook als een grote kans. De PVV verkoopt onzin. Daar moet het in het parlement op worden afgerekend. We zijn er tot op heden goed in geslaagd om de partij buiten de macht te houden. Gevaarlijker vind ik dat de PVV de bevolking ophitst met onuitvoerbare ideeën: uit Europa stappen? Dat is echt een grap.’

In Amsterdam heb je al laten zien een behoorlijke vechter te zijn. Je hebt in de Gemeenteraadsverkiezingen in 2014 voor elkaar gekregen waar tot op dat moment nog niemand in geslaagd was: het doorbreken van de macht van PvdA. 
‘Na 66 jaar sociaaldemocraten in het stadsbestuur werd het tijd voor iets nieuws. Dat vond ik niet alleen, maar ook het overgrote deel van de kiezers. Het is sowieso niet goed als een partij het zo lang voor het zeggen heeft. De PvdA was op een heleboel dossiers vastgelopen: financieel was het een puinhoop in Amsterdam. Herinner je je die foutieve overboeking van 188 miljoen euro nog? En ook op onderwijsgebied was er van alles mis: de PvdA meende zich te moeten bemoeien met welke lesboeken er op scholen in de hoofdstad werden aangeschaft.

Het was niet de eerste keer dat een partij de PvdA uitdaagde. In 2010 al riep de VVD dat Amsterdam een ‘Havana aan de Amstel’ was geworden. Toen ik voor het eerst zei dat D66 de grootste moest worden kreeg ik ook veel kritiek. De meesten zeiden dat de PvdA sowieso weer de grootste zou worden. Dat wij ons niet te veel tegen de partij moesten keren omdat het onze kans op regeren zou beperken.’

Na de gewonnen verkiezingen bleek je ineens een stuk schappelijker. Je hebt als hoofdonderhandelaar een monsterverbond gesloten tussen D66, VVD en SP.
‘Tijdens verkiezingen is meer geoorloofd dan daarna. Al heb ik behoorlijk moeten strijden om de partijen aan tafel te krijgen.’

Hoe ben je daarin geslaagd? 
‘Bij grote verschillen in inzicht helpt het om een stapje terug te doen. Door het achterliggende probleem te bekijken. De krapte in de woningmarkt in Amsterdam bijvoorbeeld, wordt veroorzaakt door dat er veel te weinig huizen zijn gebouwd. VVD had liever dat de markt werd opengegooid, terwijl SP vroeg om meer sociale woningbouw. Uiteindelijk hebben we beiden voor elkaar gekregen. Dat D66 uiteindelijk de grootste was, gaf ons natwuurlijk veel meer macht om partijen te dwingen om tot een oplossing te komen.’

Het poldermodel! Ik dacht dat de bevolking daar nou juist enkele jaren geleden mee had afgerekend. 
‘Politieke keuzes zijn niet altijd makkelijk aan het electoraat uit te leggen. Soms wordt pas duidelijk hoe zinvol bepaald beleid is, als het eenmaal is ingevoerd.’