Den Haag is niet genoeg

in Actueel/Lobby by

Als Kamerlid voor Partij voor de Dieren voelt Esther Ouwehand zich primair onderdeel van een brede maatschappelijke beweging. Die beweging streeft naar een ander paradigma, en niet naar doekjes voor het bloeden. Want wie stappen maakt op de verkeerde weg, loopt alsnog naar de afgrond.

Door: Douwe Truijens
Fotografie: Marius Hille Ris Lambers

Stay Right!

5x Bernie voor maar € 34,95
Klik HIER voor een abonnement of
bel  
0900 – 226 52 63

Esther Ouwehand

Leeftijd 42 | Is kamerlid voor partij voor de dieren | Voelt zich meer activist dan politicus | Heeft liever invloed dan macht | Stelt dat de hang naar economische groei het hardnekkigste politiek dogma is

What’s in a name? Ofschoon de Partij voor de Dieren zich uitspreekt over het complete scala aan politieke onderwerpen, kleeft het stigma van one-issuepartij aan haar als een veganistisch kauwgumpje aan een nepleren schoenzool. Toch is het centraal stellen van dierenwelzijn de kern van de filosofie van de Partij voor de Dieren – en ook hetgeen wat Esther Ouwehand (42) zo sterk vindt aan juist deze naam. ‘Als je het niet voor mekaar krijgt om het meest kwetsbare, enigszins fatsoenlijke te beschermen tegen de spierballen van de sterkste, dan kun je de rest ook wel vergeten.’

Het gaat de Partij voor de Dieren niet alleen om de concrete vraagstukken over dierenwelzijn. Veel meer, zo stelt Ouwehand, biedt zij een ander paradigma, een fundamentele kritiek op het systeem waarin economische groei de heilige graal van alles vormt. De problemen waar we als maatschappij mee te maken hebben, zijn niet de sporadische uitwassen van een systeem dat verder prima functioneert: ‘Het zit in de kern al niet goed.’ Dieren centraal stellen is volgens Ouwehand totaal revolutionair: ‘Omdat je zegt dat het wel mooi geweest is met onze eigen kortetermijnbelangen. Daarmee druis je in tegen de heersende mores. Natuurlijk neemt de gevestigde orde daar aanstoot aan.’

‘Echte verandering komt uiteindelijk uit de maatschappij zelf. Daarom hebben wij als beweging ook liever invloed dan macht.’

Ouwehand benadrukt dat deze filosofie niet iets is wat zij of de partij zelf heeft bedacht. ‘Ik voel me als volksvertegenwoordiger vooral onderdeel van een beweging die allang gaande is in de maatschappij. Die beweging was toe aan een politieke stem.’ Desondanks ligt het primaat nog altijd bij die beweging – niet bij de politiek. Want hoewel politiek bepalend is voor hoeveel effect een maatschappelijke ontwikkeling heeft, kan de overheid niet in haar eentje de bio-industrie afschaffen. Het moet ook vanuit de mensen zelf komen. ‘Macht wordt – zeker in Den Haag – vaak op de enge manier gezien: de helft van de stemmen plus een. Maar echte verandering komt uiteindelijk uit de maatschappij zelf. Daarom hebben wij als beweging ook liever invloed dan macht.’

De rol die de politiek wél zou moeten hebben is het faciliteren van de wil van burgers. Maar aan een echt responsieve overheid schort het hem nu juist. ‘Als mensen zelf op zoek gaan naar duurzamer leven en de politiek houdt vast aan systemen die daar haaks op staan, dan heb je een situatie waarin het instituut dat er zou moeten zijn om beweging in de samenleving te versterken, juist tegendruk uitvoert! Den Haag beschermt alle oude, fossiele belangen.’ Zolang dat dus niet functioneert, blijft Partij voor de Dieren zich hardmaken voor verbetering van de politiek.

Streven naar fundamentele verandering houdt ook in dat je niet zomaar tevreden bent. Afname van veeteelt, en niet de installatie van een ammoniakfilter is de oplossing voor de luchtvervuiling vanuit overvolle varkensstallen. Dat ze met die houding het verwijt krijgen dat het nooit goed genoeg is voor de Partij voor de Dieren, dat moet dan maar: geen compromis zolang we op de verkeerde weg zitten. ‘Ik wil kleine stapjes vooruit niet afzeiken, maar we zitten op een doodlopende weg. Dus elk stapje op die weg is een stap in de richting van de afgrond.’