Category archive

Interview

De vrouw van Baudet: Annabel Nanninga

Van rechtste columniste tot politica. Annabel Nanninga (1977) is aangesteld als fractievoorzitter van Forum voor Democratie in haar thuisstad Amsterdam na jaren voor onder meer GeenStijl en Jalta gewerkt te hebben. Eerder nog twitterde ze dat ze het helemaal gehad had met de hoofdstad en zou gaan verhuizen. Maar de plicht riep, naar eigen zeggen: “Je mag niet opgeven zonder een gevecht.” Bernie sprak het raadslid over ‘de links-morele elite’, problemen met massa-immigratie en de islam en de verrechtsing van Nederland. Een wandeling over het vervallen Hembrugterrein bij Amsterdam. Lees meer

ONLINE EXCLUSIEF: Roemer gaat lokaal

Na acht jaar in het Haagse te hebben doorgebracht, kiest Emile Roemer voor een carrière in de lokale politiek, en wel als waarnemend burgermeester van Heerlen. Bernie sprak de voormalige burgermeester na zijn vertrek als partijleider van SP.

Lees meer

Klaas Dijkhoff: ‘Elke stem is tijdelijk’

Hij is al campagnemanager geweest, staatssecretaris en inval-minister. En dat allemaal voor zijn 37ste. Nu mag Klaas Dijkhoff, de ‘golden boy’ van de VVD, zich bewijzen als fractievoorzitter in de Kamer. Vooralsnog lijkt hem dat goed af te gaan. De nuchtere Brabander valt op door zijn argumentatie, spreekvaardigheid en bovenal zijn gortdroge humor. Bernie sprak met Dijkhoff in zijn werkkamer aan het Binnenhof.

Door: Floris Müller
Fotografie: Paar One

Stay Right!

5x Bernie voor maar € 34,95
Klik HIER voor een abonnement of
bel  
0900 – 226 52 63

Aan aandacht geen gebrek; afgelopen jaar ben je gekroond tot de Best Geklede Man van Nederland (JFK Magazine), je werd de Slimste Mens (in het programma van KRO-NCRV) en bovendien mag je je Liberaal van het Jaar noemen. Wat ontbreekt er nog aan dat lijstje?
‘Nou, ik blijf vooral een politicus, hè. Toegegeven, het is nogal wat; 2017 is moeilijk te overtreffen. Ik ben óók nog getrouwd en vader geworden.’

Houd je ervan om in de belangstelling te staan?
‘Ja, natuurlijk. Niet als doel op zich, maar zeker wel als middel. Als je daar niet van houdt, heb je niets in Den Haag te zoeken. Optredens buiten de politieke arena geven mij de kans om me ook van een andere kant te laten zien; zoals mijn vrienden en familie mij kennen. Mensen stemmen niet alleen op je vanwege je visie of ideeën, maar ook om wie je bent. Als je in het parlement zit, ben je publiek bezit. In korte opnames voor Het Journaal en in de krant wordt mij alleen gevraagd naar acute problemen en politieke ontwikkelingen.

Waardeer je onze opzet en de kwaliteit van onze bijdragen, help ons dan om te groeien. Jouw donatie komt volledig toe aan onze medewerkers en helpt ons om vooraan te blijven lopen.

 

INTERVIEW. Thierry Baudet: Een Haagse Dandy

Thierry-Baudet-Interview-Bernie-Magazine

Hij is welbespraakt, rebels en niet zelden omstreden. Met zijn Forum voor Democratie wil Thierry Baudet de Haagse politiek volledig veranderen. Het door hem zo verafschuwde ‘kartel’ zal zijn macht moeten afstaan om democratie zijn gang te laten gaan. Bernie sprak met de jonge politicus in zijn huiskamer in Amsterdam.

Dit is een korte samenvatting van het artikel in Bernie #2 dat vanaf 1 december in de winkels ligt. Koop nu het nummer of neem een abonnement op Bernie om het hele interview te lezen.

‘Journalisten aan het Binnenhof hebben hun mening klaar nog voordat je je mond opentrekt. Onafhankelijke politieke verslaggeving bestaat niet meer. Niet alleen de Publieke Omroep, maar ook verslaggevers in dienst van commerciële zenders en kranten zijn voor hun informatie afhankelijk geworden van de zittende politiek. Een groot aantal media overleeft door subsidies die door het kartel in stand worden gehouden. Dat heeft beslissende gevolgen voor de toon van de berichtgeving. Forum voor Democratie doet daar niet aan mee, en dat is te merken.’

Hoe zou je het liefst willen worden geportretteerd?
‘Zoals ik ben: als idealist. Misschien als rebel. Ik realiseer me dat ik mijn woorden anders kies dan de meeste opiniemakers en politici. Ik ben ook een beetje een kunstenaar, of op zijn minst een levenskunstenaar: een dandy.’

Af en toe kom je behoorlijk arrogant over.
‘Begrijp me goed: ik zit niet in Den Haag om vrienden te maken. Vaak wordt gezegd dat we in de Kamer “collega’s” van elkaar zijn. Dat is onzin. We zijn ambtsgenoten: politieke tegenstanders, gekozen om elkaars ideeën te bestrijden.’

Je trekt hard van leer. Je houding is misschien terecht, maar politiek niet handig. Je hebt anderen toch nodig om tot compromissen in de Kamer te komen?
‘Politici en bewindvoerders nemen op dit moment geen enkele verantwoordelijkheid. Die schuiven hun fouten af op rapporten en rekenafdelingen van departementen. Problemen worden weggemoffeld. Daar treed ik tegen op. Als mijn houding me vrienden in de Kamer kost, dan is dat maar zo.’

Ben je niet bang voor een cordon sanitaire? Met je collega’s – herstel: ambtsgenoten – van de PVV wordt uit principe al jaren geen overleg meer gevoerd. Niet als mogelijke coalitiegenoot in regeringen en maar beperkt als medestander voor beleid in de oppositie.
‘Ik denk dat afscherming door de grote partijen uiteindelijk zal worden afgerekend door de kiezer. De mensen in het land zijn niet stom; die zien ook wel wat voor spelletjes er allemaal worden gespeeld in Den Haag. Dus als ze ons uitsluiten worden we alleen maar groter en gaan we straks nóg makkelijker regeren. En dat moet ook: want oppositiepartijen hebben geen enkele rol van betekenis. Het debat in de Kamer is een groot toneelspel.’

Waarom denk je dat?
‘We houden in Nederland een schijndemocratie in stand. Tijdens de verkiezingen doen de grote partijen om stemmen te winnen net alsof ze lijnrecht tegenover elkaar staan. Even later worden achter gesloten deuren al die politieke speerpunten uitgeruild. In de formatie deze zomer en dit najaar is over alle belangrijke dossiers een beslissing genomen. Omdat regeringen per definitie een meerderheid in de Kamer hebben, worden voorstellen vrijwel altijd aangenomen – op wat wisselgeld na dat dan met een groot gebaar en veel bombarie wordt prijsgegeven en de illusie moet wekken dat er een inhoudelijk ‘debat’ gevoerd is op basis van ‘argumenten’. Allemaal flauwekul. De oppositie heeft als minderheid niets te zeggen. Ja, ik kan moties indienen – verzoeken om wetsvoorstellen te wijzigen – maar die worden in beginsel weggestemd, want er is geen meerderheid. Kom je er een keertje per ongeluk tóch doorheen, dan wordt er weinig tot niets mee gedaan. Ze verdwijnen ergens in een rapport om jaren later, als de kwestie inmiddels allang niet meer speelt, subtiel te worden afgedankt. Iedereen aan het Binnenhof weet dat het zo werkt. Politici en journalisten doen er lacherig over, maar ik vind dat een schoffering van de kiezer.’

Deze zomer publiceerde ex-VVD-kamerlid Ybeltje Berckmoes een boek over haar tijd in politiek Den Haag. Ze schetst een vergelijkbaar beeld.
‘Ja. En heb je de reacties ook gelezen? Haar voormalige collega’s beschuldigen haar van luiheid. Volgens de parlementaire pers zou ze incompetent zijn geweest. Berckmoes is gelyncht om het kartel te beschermen.’

Moet je toch eens uitleggen wat je nou bedoelt met dat kartel…
‘In Nederland hebben zo’n duizend mensen het voor het zeggen: partijbobo’s en belangrijke fractieleden, burgemeesters en andere publieke functiebekleders – veelal met een opdracht vanuit Brussel. Het gaat die beroepspolitici niet om de behartiging van de belangen van het volk, maar om de instandhouding van de eigen macht. Die macht wordt doorgegeven via de baantjescarrousel, die beschikbaar voor je blijft zolang je loyaal bent aan de partijhiërarchie. Het overgrote deel van de pakweg tienduizend bestuurders die de koers van ons land bepalen hebben hun positie aan dat systeem te danken. De benoeming van ongekwalificeerde bestuurders en inefficiënt beleid kost de samenleving een vermogen. En het is buitengewoon ondemocratisch. Het kost zeker twintig tot dertig jaar om de opgelopen schade te herstellen als gevolg van falend beleid ten aanzien van immigratie, onderwijs, zorg en veiligheid.’

Hoe denk je dat aan te gaan pakken? De door jou geschetste krachten zijn maar moeilijk te bestrijden.
‘Ik wil een mandaat van het volk om grote veranderingen door te kunnen voeren. Als het aan Forum voor Democratie ligt, krijgen we een heel korte formatieronde waarin op hoofdlijnen een paar afspraken worden gemaakt, waarna punt voor punt met wisselende meerderheden in de Kamer wordt behandeld. Ik wil een kabinet van experts – mensen die hun sporen hebben verdiend in de maatschappij of het bedrijfsleven – met échte verantwoording in de Kamer. Laat ze zich maar bewijzen. Als de bewindvoerders niet doen wat ze is gevraagd, moeten ze het veld ruimen. De premier moet rechtstreeks door de bevolking worden gekozen, net als de burgermeester. En om controle te houden op het parlement moeten burgers bindende referenda kunnen afdwingen.’

Denk je dat je ooit de kans krijgt om te laten zien wat je waard bent?
‘Daar ben ik van overtuigd. Ik denk dat meer dan de helft van de Nederlanders het in principe met mij eens is. In potentie is dat 80 tot 90 procent van de zetels. Mensen zijn van nature bang voor verandering en stemmen een stuk conservatiever dan ze eigenlijk zijn. Uit angst om hun baan te verliezen of hun huis, slikken ze de fouten van de regering. Zo van: “Ach, we geven Rutte nog maar een kans.” Maar ik geloof dat je het electoraat niet voor de gek kunt blíjven houden – op een gegeven moment is de maat vol.’

Wilders zegt ook al jaren dat hij de grootste wordt. PVV is nog altijd tweede.  
‘Het borrelt al jaren; mensen zijn structureel ontevreden over de Haagse politiek. Dat verklaart de opkomst van Fortuyn en LPF in 2002. En later de groei van de PVV. Om ervoor te zorgen dat mensen massaal op je stemmen, heb je geloofwaardigheid nodig. Tot op heden zijn de rechtse partijen er nog niet in geslaagd om dat voor elkaar te krijgen. Wilders biedt geen constructief alternatief voor de bestaande politiek. Daarbij blijft de PVV, ondanks alle ontwikkelingen, een eenmanspartij. Dat is toch niet echt aanlokkelijk.’

In de peilingen blijf je voorlopig steken op 10 tot 11 zetels, krap 10 procent van je beoogde aanhang.
‘Forum voor Democratie heeft geen absolute meerderheid nodig om te kunnen meeregeren. Ik zie wel wat in een coalitie met CDA en PVV.’

Het premierschap. Is het je daar om te doen?
‘Ik zit niet in de politiek voor mezelf. Ik vind eindeloos vergaderen niet leuk en kick er ook niet op om in pak door de Kamer te paraderen. Het ministerschap lijkt me een absolute hondenbaan. Gek genoeg maakt juist die instelling mij geschikt. Ik doe mijn werk in Den Haag met frisse tegenzin en blijf daardoor ongevoelig voor allerlei evidente inkapselmechanismen.’

Onder je groeiende aanhang zien we vooral veel mannen. Niet alle vrouwen lijken evenzeer van je gecharmeerd. Sommige feministische bewegingen en columnisten noemen je zelfs een seksist. Waar komt dat beeld vandaan?
‘Ik ben een romanticus, een ouderwetse man in de liefde. Ik hou van het idee dat vrouwen op ridderlijke wijze het hof gemaakt moeten worden. In deze ouderwetse paringsdans betekent een ‘nee’ soms dat je wat beter je best moet doen en een mooie serenade moet zingen onder haar balkon. Helaas heb ik gemerkt dat het onderwerp extreem gevoelig ligt en dat woorden en intenties heel snel verkeerd worden begrepen. Alsof ik heb opgeroepen om opdringerig of vervelend te zijn. In tegendeel.’

Je positioneert jezelf toch ook graag als alfaman?
‘Is dat zo? Ik ben dol op koken hoor… Nee, in alle ernst: ik denk dat dat beeld onterecht is.

Enkele maanden terug vernielden actievoerders van het Radicaal Anarchistisch Feministisch Verbond jouw huisdeur nog. Dat is wel heftig.
‘Ik had me in zekere zin voorbereid op een dergelijke reactie; je weet dat het erbij hoort. Maar toch had ik het eigenlijk niet verwacht. Ja, het is even schrikken als zoiets gebeurt. Maar ik heb al snel mijn schouders opgehaald. Ik ben niet bang. I’m in this for life.

Dit is een korte samenvatting van het artikel in Bernie #2 dat vanaf 1 december in de winkels ligt. Koop nu het nummer of neem een abonnement op Bernie om het hele interview te lezen.

Jan Paternotte mag het zeggen

Jan-Paternotte

Politiek talent Jan Paternotte is een goeie kandidaat om op een dag het baton van D66-leider Alexander Pechtold over te nemen. Hij is van de Amsterdamse politiek verhuisd naar het landelijk toneel, als kersvers Kamerlid. Wat beweegt het bevlogen bijtertje?

Hij wordt de kroonprins van D66 genoemd; het politieke talent bij de democraten die het stokje eens over zou moeten nemen van fractieleider Alexander Pechtold. Na een zegetocht in Amsterdam – Jan Paternotte dreef de PvdA na een hegemonie van 66 jaar in de oppositiebankjes van de gemeenteraad – wordt veel verwacht van het kersverse Kamerlid in Den Haag. Bernie trof de D66’er deze zomer in zijn nieuwe werkvertrek in een voor de rest uitgestorven Kamergebouw.

Je bent de enige aan het Binnenhof die deze zomer doorwerkt.
‘Haha, daar lijkt het wel op. Vanmorgen ben ik nog niemand tegengekomen in de gangen van het parlement. Zelfs Thierry Baudet laat niet van zich horen; rond dit tijdstip pingelt hij meestal op de vleugel die hij zijn kamer in heeft laten takelen (de fractie van Forum voor Democratie heeft zijn intrek genomen in het voormalig ministerie van Justitie, een verdieping onder het kamerdeel dat gereserveerd is voor D66, red.).’

Heb je alle tijd om je voor te bereiden op het échte werk. 
‘Hoe bedoel je?’

De Kamer is enkele maanden na zijn installatie al met zomerreces. Daarbij staat het parlement voorlopig buitenspel, aangezien er nog geen nieuwe regering aangetreden is. 
‘Ik heb het toch al behoorlijk druk gehad. Ik zit in de parlementaire verhoorcommissie die onderzoek doet naar de Panama Papers (een verzameling documenten die wereldwijd grootschalige belastingontduiking kenbaar maakte. In 2015 kregen media inzage in de papers – in Nederland waren dat ochtendkrant Trouw en Het Financieele Dagblad, red.). Er wordt beweerd dat een getuige heeft gelogen; dat is nogal wat. Enkele maanden terug heb ik mijn debuut gemaakt in de kamer; ik heb al meerdere debatten meegemaakt en zelfs al de mogelijkheid gehad om met collega’s enkele moties voor te bereiden.’

Zie je een groot verschil met de politiek in Amsterdam?
‘Er zijn hier opvallend veel muurbloempjes, politici die bij voorbaat samenwerking uitsluiten. PvdA heeft meteen na de verkiezingen gezegd dat ze, rekening houdend met de desastreuze uitslag, hoe dan ook de oppositie in willen. Politici van de SP willen niet eens praten als VVD aan de andere kant van de tafel zit. In Amsterdam, maar ook elders in het land, hebben socialisten en liberalen bewezen goed te kunnen samenwerken. Waarom lukt het dan niet hier in Den Haag?’

Inmiddels is het voor deelname aan de formatiegesprekken rijkelijk laat. VVD, CDA, D66 en ChristenUnie lijken vastbesloten om samen door te gaan.
‘Ik vind het opvallend hoe weinig de beoogde coalitiepartners loslaten over de nieuw te vormen regering. Fractiegenoten en belangrijke partijleden houden hun kaken stijf op elkaar. Dat is meestal een goed teken: weinig onrust rond de formatie. Zelfs partijmastodonten eerbiedingen het onderhandelingsproces. Nu je het zegt: ik heb zelfs Hans Wiegel van de VVD nog niet gehoord over hoe hij het allemaal anders zou doen.’

Ze zijn waarschijnlijk tot rust gemaand door de partijtop. 
‘Er is een besef in Den Haag, maar ook daarbuiten, dat er niet eindeloos onderhandeld kan worden. Niet de partij, of de mening van een enkeling telt, maar het landsbelang.’

Is Den Haag bang voor Belgische toestanden? In 2010-2011 vestigden onze zuiderburen een wereldrecord door bijna 541 dagen te onderhandelen over de vorming van een nieuwe regering. De schade daarvan lijkt permanent; het land is verdeelder dan ooit. 
‘We zitten hier niet in België; dat land is door zijn taalbarrière al behoorlijk gepolariseerd. Ons land is zeker verdeeld, vooral als je kijkt naar de uitslag van de verkiezingen. We hebben op dit moment dertien partijen in het parlement. Voor een coalitie heb je nu vier of meer partijen nodig. Dat is al sinds de jaren zeventig niet meer voorgekomen.’

Toen werd er zeven maanden door de onderhandelingspartners aan het Binnenhof vergaderd. Een landelijk record.
‘Ik denk niet dat het zo lang gaat duren. Als de onderhandelingspartners zich praktisch opstellen, kan het snel gebeurd zijn.’

Met zo veel partijen is de kans groot dat er straks een redelijk kleurloos werkkabinet op het bordes staat bij de koning.
‘Dat hoeft niet. Mark Rutte heeft afgelopen jaren de rit uitgezeten met een minderheidskabinet. Met steun van onder andere D66 heeft de premier toch behoorlijk wat voor elkaar gekregen: het ontslagrecht is aangepakt en de economie heeft een nieuwe impuls gekregen. Ook de overheidsfinanciën lijken weer onder controle.’

Daar plukt het op handen zijnde kabinet de vruchten van.
‘Ja. We hebben weer meer geld te besteden. Dat geeft rust in de coalitie; het moet mogelijk zijn om alle partners in de regering “iets” te geven waarmee ze hun achterban tevreden kunnen stellen.’

Met krap 33 jaar ben je een relatief jong Kamerlid. Is de nieuwste generatie politici eindelijk opgestaan? 
‘Qua leeftijd val ik niet eens in de top tien van jongste Kamerleden, kun je nagaan! Onder de jonge garde zit veel talent: GroenLinks wordt inmiddels voorgezeten door Jesse Klaver, bij de SP gooit collega Lilian Marijnissen (dochter van SP-boegbeeld Jan Marijnissen, red.) hoge ogen.’

Kunnen jullie het als nieuwe Kamerleden onderling goed vinden? 
‘Jonge politici zijn in ieder geval niet van die scherpslijpers. We zijn minder geneigd om eindeloos vast te houden aan eigen politieke standpunten en onderhandelen makkelijker. Ik denk ook dat onze generatie positiever is – noem het idealistischer – en minder geneigd om in beleidstaal of afkortingen te praten. Wij beseffen dat we als volksvertegenwoordiger niet alleen verantwoording schuldig zijn aan het volk, maar dat we ook bij nieuw beleid voortdurend het electoraat moeten raadplegen. Goede plannen voor het onderwijs bijvoorbeeld, maak je alleen door ook met leraren, conciërges, ouders en schoolleiders te praten. Als je langer in de kamer zit, is het verleidelijk om alleen directeurs en lobbyisten in Den Haag langs te laten komen.’

Wordt het geluid van de nieuwe generatie ook gehoord?
‘Nou, ik heb weken terug al uitleg mogen geven over mijn beleidsgebieden aan de formateurs (onder andere Economische Zaken, innovatie, wetenschap en media, red.). Bij de VVD speelt Klaas Dijkhoff – die in 2010 als 29-jarige in de kamer kwam voor VVD en in de laatste regering diende als staatssecretaris op het departement van Veiligheid en Justitie – een belangrijke rol. En de jongste onderhandelaar is grappig genoeg van de ChristenUnie: Carola Schouten (39).

Dat gezegd, wordt het kernteam van de formatie verder gevormd door veertigers en vijftigers; dat zou eigenlijk meer een afspiegeling moeten zijn van de demografische opbouw. Onze generatie is progressiever. Wij hebben meer oog voor thema’s als klimaat, duurzaamheid en innovatie.’

Moet daar ook de nadruk komen te liggen in het nieuwe kabinetsbeleid? 
‘Ja. Vooral op het gebied van aanpak van klimaatsverandering doen we het in Nederland niet goed. Je zou kunnen zeggen dat we het vieste jongetje van de Europese klas zijn geworden. Als we geen grootschalige veranderingen doorvoeren, dreigen we niet aan de eisen van het Verdrag van Parijs te kunnen voldoen. Dat moeten alle partijen aan de onderhandelingstafel goed in het achterhoofd houden.’

Had je niet liever gezien dat GroenLinks als vierde partij was aangebleven als partner in de formatie? Die fractie heeft zich altijd heel duidelijk uitgesproken voor aanpak van klimaatverandering.
‘Ja, natuurlijk. Een kabinet met GroenLinks was mijn eerste keuze. Ik vind het onbegrijpelijk dat Klaver zich uit de onderhandeling heeft teruggetrokken. Als coalitiepartij had hij écht het verschil kunnen maken. Ik weet niet of zijn kiezers zo gelukkig is met het stopzetten van de gesprekken.’

Is hij laf geweest?
‘Ik weet het niet. Misschien vond hij zichzelf nog niet ervaren genoeg om zitting te nemen in een regering. Met de beslissing om te breken, heeft Klaver – nota bene een van de grote winnaars in de verkiezingen – een kans laten liggen voor zijn partij om te besturen. Daar was GroenLinks na jaren in de oppositiebankjes wel aan toe.’

Nu zit je opgescheept met ChristenUnie. Die partij wijkt op heel veel gebieden af van het programma van D66. Onder meer op het gebied van euthanasie, donorwetgeving en rechten voor homostellen.
‘Het is ongelofelijk jammer dat onze partij de enige progressieve partij is die wil meeregeren.’

Waar moet het kabinet nog meer mee uit de onderhandelingen komen dan alleen aanpak van klimaatveranderingen?
‘Nu het beter gaat met de economie – wij scoren op dit moment beter dan welk land dan ook in de Europese Unie – hebben we ruimte om te investeren in de lange termijn. Inzet op innovatie is van levensbelang voor onze economie. De fabricage van zonnepanelen, chips voor de auto-industrie en ontwikkeling van robots leveren veel nieuwe banen op. Ook op het gebied van watermanagement kunnen we internationaal gezien veel betekenen. Als we die sectoren als overheid niet ondersteunen worden succesvolle en veelbelovende bedrijven ingehaald of overgenomen.’

Je stelt een protectionistisch beleid voor: de staat als beschermheer tegen buitenlandse koopjesjagers? 
‘We moeten er in ieder geval voor zorgen dat bedrijven hier niet beperkt worden in hun groei. De populaire hotelboekingssite booking.com bleek na de overname door het Amerikaanse Priceline in 2012 een regelrechte cashcow. Het is jammer om te zien dat veel van de opbrengst nu niet in Nederland wordt geïnvesteerd. Europa blijft op internetgebied achter bij de VS. Tegenover Google en Facebook staan hier bedrijven als Spotify en Angry Birds. Leuk, maar qua impact niet vergelijkbaar.’

Je lijkt geknipt voor een baan in het bedrijfsleven. Ik zou echter toch nog even wachten voor je je zetel opgeeft. Als Alexander Pechtold minister wordt, heb jij grote kans om fractievoorzitter van D66 te worden. 
‘Haha. Ik zit er pas nét hè. Ik denk dat we in de fractie afgelopen jaren heel veel goede kandidaten hebben opgeleid om D66 in de kamer te leiden.’

Valse bescheidenheid! Zou je het doen als je als fractieleider gevraagd werd? 
‘Echte en terechte bescheidenheid! Ik ga mezelf zeker niet naar voren schuiven.’

Je bent al meermaals ‘kroonprins’ van Pechtold genoemd, de beste om de voorman van D66 in de toekomst op te volgen…
‘De term “kroonprins” veronderstelt dat een politiek leider zijn opvolger aanwijst. Zo werken wij niet bij D66.’

Je kunt het in ieder geval goed vinden met Pechtold. 
‘Dat zeker. We kennen elkaar al sinds 2005 toen ik  als voorzitter van de Jonge Democraten [de D66-jongeren, red.] in 20 landen de media haalde.  We hebben ons volledig op Geert Wilders gericht en zijn met de auto van mijn moeder en een geleende caravan achter het campagneteam van de politicus aangereden. Wilders voerde toen campagne onder het motto ‘Nederland moet blijven!’. Alsof Nederland dreigde te verdwijnen! We wilden met iedereen die zijn folder kreeg in gesprek en vertellen dat het een onzinverhaal was.’

Je kunt je nu als Kamerlid direct tot de PVV’er richten. 
‘Ik zie dat ook als een grote kans. De PVV verkoopt onzin. Daar moet het in het parlement op worden afgerekend. We zijn er tot op heden goed in geslaagd om de partij buiten de macht te houden. Gevaarlijker vind ik dat de PVV de bevolking ophitst met onuitvoerbare ideeën: uit Europa stappen? Dat is echt een grap.’

In Amsterdam heb je al laten zien een behoorlijke vechter te zijn. Je hebt in de Gemeenteraadsverkiezingen in 2014 voor elkaar gekregen waar tot op dat moment nog niemand in geslaagd was: het doorbreken van de macht van PvdA. 
‘Na 66 jaar sociaaldemocraten in het stadsbestuur werd het tijd voor iets nieuws. Dat vond ik niet alleen, maar ook het overgrote deel van de kiezers. Het is sowieso niet goed als een partij het zo lang voor het zeggen heeft. De PvdA was op een heleboel dossiers vastgelopen: financieel was het een puinhoop in Amsterdam. Herinner je je die foutieve overboeking van 188 miljoen euro nog? En ook op onderwijsgebied was er van alles mis: de PvdA meende zich te moeten bemoeien met welke lesboeken er op scholen in de hoofdstad werden aangeschaft.

Het was niet de eerste keer dat een partij de PvdA uitdaagde. In 2010 al riep de VVD dat Amsterdam een ‘Havana aan de Amstel’ was geworden. Toen ik voor het eerst zei dat D66 de grootste moest worden kreeg ik ook veel kritiek. De meesten zeiden dat de PvdA sowieso weer de grootste zou worden. Dat wij ons niet te veel tegen de partij moesten keren omdat het onze kans op regeren zou beperken.’

Na de gewonnen verkiezingen bleek je ineens een stuk schappelijker. Je hebt als hoofdonderhandelaar een monsterverbond gesloten tussen D66, VVD en SP.
‘Tijdens verkiezingen is meer geoorloofd dan daarna. Al heb ik behoorlijk moeten strijden om de partijen aan tafel te krijgen.’

Hoe ben je daarin geslaagd? 
‘Bij grote verschillen in inzicht helpt het om een stapje terug te doen. Door het achterliggende probleem te bekijken. De krapte in de woningmarkt in Amsterdam bijvoorbeeld, wordt veroorzaakt door dat er veel te weinig huizen zijn gebouwd. VVD had liever dat de markt werd opengegooid, terwijl SP vroeg om meer sociale woningbouw. Uiteindelijk hebben we beiden voor elkaar gekregen. Dat D66 uiteindelijk de grootste was, gaf ons natwuurlijk veel meer macht om partijen te dwingen om tot een oplossing te komen.’

Het poldermodel! Ik dacht dat de bevolking daar nou juist enkele jaren geleden mee had afgerekend. 
‘Politieke keuzes zijn niet altijd makkelijk aan het electoraat uit te leggen. Soms wordt pas duidelijk hoe zinvol bepaald beleid is, als het eenmaal is ingevoerd.’

Interview: De Rothschild’s

Bernie slaagde er in zich zelf uit te laten nodigen door Philippe Baron de Rothschild, een van de meest invloedrijke telgen die ondernemer de champagne-poot van de familiedynastie bestiert. Voor een gesprekje in zijn Parijse appartement aan de Champs Elysees.

Hadden we niet beter af kunnen spreken in uw werkpaleis, het zogenoemde Chateau de Rothschild, even verderop in Parijs?

Ik vind dit onderkomen het prettigst om mensen te ontvangen. Het klopt dat mijn familie vele stadspaleizen en buitenhuizen heeft laten bouwen. In Frankrijk, Italië, Oostenrijk, de VS en Groot-Brittannië. De meesten in de zo kenmerkende De Rothschild-stijl. Aan het eind van de negentiende eeuw, op het hoogtepunt van onze roem en rijkdom, bezaten we echter veel meer: vele honderden imposante paleizen. Daarvan zijn veel gesloopt en verkocht. De vijftig of zestig overgebleven gebouwen moeten we nu delen met 300 familieleden.

U wilt toch niet zeggen dat het Rothschildkapitaal door de groei van uw familie aan het verwateren is?

Nee, wij zijn nog altijd zeer vermogend. Zelf als zou je het over alle familieleden verdelen. Volgens sommigen hebben wij vele honderden miljarden. Hoeveel het precies is, kan ik niet zeggen. Ik weet niet wat we precies allemaal aan investeringen hebben uitstaan en wat alles waard is. Om eerlijk te zijn vind ik het ook niet echt interessant; wat is rijkdom? Wat zegt het over je manier van leven. De een voelt zich vermogend met een miljoen op de bank. De ander pas met 200 miljoen. Leef je anders met 1 miljard of het duizendvoudige?

Veel interessanter vind ik het feit dat we al zo lang vermogend zijn, dat we in staat zijn gebleken om alles bij elkaar te houden. Sinds de oprichting van de Rothschild Bank door pater Mayer Amschel Rotschild medio achttiende eeuw. Qua ouderdom worden wij als invloedrijke familie nog alleen voorbij gestreefd door het Middeleeuwse geslacht De Medici.

Uw familie heeft toch ook tegenslagen gekend; twee van de vijf takken [die voort gekomen zijn uit de vijf zoons van de stamvader van de bankiersfamilie] zijn uitgestorven.

Mede door de Tweede Wereldoorlog. Maar ook minder lang geleden, hebben we ongeluk gehad; in 1981 bijvoorbeeld toen de Franse staat onze familiebank nationaliseerde. Dat is een enorme klap geweest voor ons; het heeft heel veel moeite gekost om een nieuw opgerichte financiële instelling weer op oude hoogte te krijgen…

De De Rothschild Group is tegenwoordig een van de grootste financiële spelers in Europa

Mijn oom Eric Baron de Rotschild begon dat nieuwe bankbedrijf in 1985; enkele jaren nadat president François Mitterand ons familiebedrijf confisqueerde. Eric moest helemaal opnieuw beginnen. Ik kan me goed herinneren dat mensen hem zelfs na tien jaar voor gek verklaarden. Dat ze zeiden ‘geniet toch van wat je hebt, in plaats van steeds het onmogelijke te willen doen.’ Inmiddels blijkt Erik goed te hebben gegokt: het bedrijf – zowel de bank als de investeringstakken – blijft groeien. Wij hebben inmiddels ruim 3.000 man in dienst in bijna 42 landen. We hebben er heel hard voor moeten werken; zonder inspanning kom je nergens. Maar we hebben uiteindelijk wel een tweede kans gekregen…

Als een De Rothschild maak je nou eenmaal sneller carrière dan een willekeurige andere ijverige bankier.

Mijn oom Edmund schreef eerder dit jaar in The Times dat onze familienaam deuren opent. En daar ben ik het wel mee eens. Een eigen voorbeeld: enkele jaren terug kocht ik een school om zeker te zijn van een goede opleiding voor mijn kinderen. Dat ging relatief gemakkelijk; de lening was in no-time rond en ook bleek personeel snel gevonden. Iedereen geloofde van het eerste moment dat het een succes zou worden. Mijn familie heeft een enorm netwerk, waardoor we bij het ontwikkelen van bedrijven gemakkelijk bij de juiste mensen uitkomen. Maar je moet het potentieel ook niet overdrijven; meer dan een voet tussen de deur is het niet. Onze familienaam kan ook tegen ons werken: mensen hebben al snel een beeld van ons, over hoe wij te werk gaan en wie wij zijn. Mijn vrienden van Harvard zeiden altijd: je creëert je eigen geluk. Ik geloof daar ook in.

Zit uw familie eigenlijk nog in de goudhandel?

Niet meer. In de negentiende eeuw en twintigste eeuw hadden we hele grote belangen in goud waarmee we in staat bleken om de markt te sturen. Je zou kunnen beargumenteren dat wij door onze posities ook aanzienlijke economische invloed hadden omdat tot in de jaren zeventig veel nationale munten gekoppeld waren aan de goudprijs (de zogenoemde Gouden Standaard). Enkele decennia terug hebben wij die posities echter voor het grootste deel verkocht.

Hoe zit dat met uw aandeel in de diamanthandel. Had u niet een belangrijk deel daarvan in handen?  

Neen. Niet meer in ieder geval; ons aandeel daarin is ook jaren terug verkocht. Wij houden ons nu vooral bezig met bankzaken, investeringen, wijn en champagne.

Er wordt gezegd dat uw familie als bankiers van edelen en overheden directe invloed heeft gehad op de politiek in Europa in de achttiende, negentiende en twintigste eeuw.

Dat is vooral de tweede generatie bankiers geweest; die zich op aandringen van de stamvader van de familie in alle landen van het continent vestigden. En al snel doordrongen tot aan het hof in zo’n beetje alle Europese staten. Als koningen en presidenten met elkaar in gesprek wilde komen, wenden zij ons familienetwerk aan. De De Rothschild’s waren informele ambassadeurs. Overigens ging het ook verder dan alleen netwerken; het feit dat de familie zo internationaal was, sterkte het beeld van neutrale bankiers. Vooral in vergelijking met machtige financiers in Frankrijk, Duitsland en Groot Brittannië. Dat heeft er voor gezorgd dat de familie al snel grote projecten in handen kreeg; de stichting van staten en de gehele financiële huishouding die erbij kwam kijken en het financieren van oorlogen, onder meer de Napoleontische Oorlogen aan het begin van de negentiende eeuw. Ik denk overigens niet dat de familie uit was op politieke macht an sich, maar hun macht inzetten om economische belangen te beschermen en te versterken. Het was vooral een middel.

Dat soort praktijken zijn tegenwoordig aan banden gelegd, toch?

Ik weet dat sommige familieleden uitgenodigd worden om politici en bestuurders wereldwijd te adviseren. Maar daarin zijn wij al lang niet meer alleen; overheden wereldwijd maken gebruik van de kennis van invloedrijke mensen uit de zakenwereld. Daarbij gaat het overigens een kant op; wij krijgen er geen politieke invloed voor terug.

Lady Lynn Forrester De Rotschild, een in de VS wonend familielid, organiseerde vorig jaar een top in Londen. Met een indrukwekkende gastenlijst met daarop zwaargewichten als directrice Christine Lagarde van het IMF. Wilt u nog steeds beweren dat uw familie geen politieke invloed heeft?

Wij zijn in staat om snel grote namen aan te trekken. Dit soort evenementen vinden iedere dag plaats; overal ter wereld. Er is niets bijzonders aan. Wij zijn er niet op uit om achter gesloten deuren onze economische invloed te vergroten. Maar om problemen van deze tijd te bespreken, zoals de gevolgen van de economische crisis – de verschillen tussen rijk en arm, tussen succesvol en kansloos. Die spanningen dreigen tot een uitbarsting te komen.

Voelt u zich bedreigd; net als in 1981 toen uw familiebedrijf werd afgenomen?  

Nee, dat was politiek. Dat wij zo vermogend zijn, maakt ons nog niet ongevoelig voor onrecht of ongelijkheid. Wij steken heel veel energie in goede doelen. In Israël, Frankrijk en Engeland. En elders in de wereld.

Dat bent u als een van de meest vermogende families ter wereld ook een beetje verplicht…

Geld maakt heel veel mogelijk, dat is zo. Maar het beperkt ook; het is mijn plicht om de familiereputatie in stand te houden. Om niet te veel met onze rijkdom te pronken, maar om vooral stijl uit te stralen. En gevoel voor schoonheid en kunst.

Over kunst gesproken, uw familie heeft ook nog eens de grootste private kunstcollectie ter wereld in handen. Klopt het dat u hoofdcontributeur bent van onder andere het Louvre in Parijs en het New Yorkse MoMo?

Een deel van de familiecollectie – die is opgebouwd door Edmond de Rothschild – is in 1935 aan het Louvre geschonken. Tegenwoordig hebben wij een hele gevarieerde mix van kunstwerken. Van filmrechten – het John Houston Label – tot antieke geschriften en heel veel schilderijen. Vooral van Picasso, Miró en Tàpies.

U loopt niet echt te koop met die bezittingen. Draagt die zweem van geheimzinnigheid niet bij aan alle verhalen die over uw familie de rondte doen?

Er wordt zoveel gepraat door de mensen. Ik zie het niet als taak om alle complottheorieën die er bestaan – er zijn boeken volgeschreven – te ontkrachten. Mensen blijven altijd jaloers; of je nou De Rothschild heet, of Bill Gates of Richard Branson. Branson.

Vooral antisemieten hebben het op u gemunt. Uw familie is het toonbeeld van de machtsbeluste jood voor sommigen.  

Natuurlijk maak ik mij zorgen over antisemitisme. Maar ik voel mij niet in het bijzonder bedreigd. Ook niet door de recente opleving – onder meer in Frankrijk waar Front National in de Europese Verkiezingen een van de grootste partijen geworden is. De meeste extremisten in Europa zijn tegenstemmers; geen verbeten xenofoben.

Uw oom Edouard Baron de Rothschild heeft onlangs de Franse krant La Libération gekocht. Trekt hij daarmee niet ongewild heel veel aandacht naar zich toe?

Er is behoorlijk wat discussie geweest over die overname. Sommige familieleden wilden de aankoop blokkeren omdat het medium ons een politiek kracht zou maken. Dat willen wij kost wat kost voorkomen. Wij hebben niets met politiek; of in ieder geval niet naar buiten toe. Uiteindelijk zijn de critici in de familie overstemd. Die moeten zich bij de wens van de meerderheid neerleggen.

Even een leuker onderwerp; champagne!

Haha. Ja, dat is sinds een paar jaar helemaal mijn vakgebied. Ik run het familie champagnebedrijf; een samenwerking van alle takken van De Rothschild. En daarmee ook een uniek project. Onze familie heeft al eeuwen lang een bijzondere relatie met champagne; we drinken het graag en veel. Mijn grootvader Philippe was eens voor 30 procent eigenaar van het vermaarde huis Ruinard en heeft geprobeerd zijn eigen label op te zetten. Maar zonder veel succes.

En waarom zou u dan nu wel succes hebben?

Hoewel de meeste champagnebedrijven geen familiebedrijven meer zijn, is het wereldje erg klein. Iedereen kent elkaar. Nieuwkomers worden aanvankelijk op afstand gehouden. Pas als ze doorhebben dat je er niet voor het snelle geld in zit, maar dat je op lange termijn wilt investeren, komen ze naar je toe. Het heeft bij ons tien jaar geduurd, maar nu willen druiventelers graag met ons samenwerken. Wij hebben bijna 30 hectare grond en enkele beroemde wijnmakers in dienst. Dat wij een familiebedrijf zijn, wordt door alle betrokkenen gewaardeerd.

Onze eerste flessen werden zes jaar geleden geproduceerd. Die hebben we verkocht in Japan, Zwitserland en Nederland. Jullie land is misschien klein, maar er wordt heel veel champagne gedronken. Later hebben we ook voet aan de grond gekregen in andere landen. We verkopen nu 300.000 flessen per jaar en zijn een middelgrote speler. Over zes jaar kan dat aantal verdubbeld zijn. Maar groot worden is niet ons doel.

Niet?  

We willen ons concentreren op kernmarkten, zeg ongeveer 8 of 9 landen waar we 80 procent van onze handel uit halen. De Rothschld Champagne hoeft geen groot merk te zijn. Als het maar goed is.

Worden uw kinderen al klaargestoomd om het van u over te nemen in de Champagnehandel, of kiest u voor een financiële carrière voor uw nageslacht?

Ik zou het leuk vinden als mijn dochters van 21 en 22 en mijn zoon van 14 later in de champagne doorgingen. Maar ik laat het helemaal aan henzelf over. Ik vind het belangrijk dat ze eerst iets van de wereld zien, en hun eigen interesse ontwikkelen. Zolang ze maar zorg hebben voor de erfenis van de familie. En de naam die het met zich meebrengt.

 

0 0,00
Naar boven