Category archive

Maatschappij - pagina 4

Mag Rutte bepalen wat jij in je mond stopt?

in Actueel/Maatschappij by
Rutte-bepalen-mond-stopt

Meer of minder overheidsbemoeienis met wat er op ons bord ligt? Drie wetenschappers en een beleidsmaker geven hun opinie.

Tekst: Janno Lanjouw

Jaap Seidell is hoogleraar Voeding en Gezondheid en sterk voorstander van meer overheidsingrijpen op het gebied van gezondheid.
‘In Nederland eet slechts één procent van de kinderen voldoende groente. Overdag worden geen groenten gegeten en dus moeten ze ’s avonds in één keer de aanbevolen hoeveelheid van 150 gram naar binnen werken. Dat lukt niet. Maar in Frankrijk halen veel meer kinderen dat wel. Dat komt omdat alle kinderen op school lunchen met salade, rauwkost, veel groenten en vers fruit na. Dat betalen de ouders: afhankelijk van hun inkomen ergens tussen vijftien cent en vijf euro. De overheid zorgt voor de beschikbaarheid van de maaltijd. Dat kan hier ook, was ons pleidooi.
Maar ik kreeg verschrikkelijk veel negatieve reacties, eigenlijk alleen maar. Wij moesten ons niet bemoeien met wat een kind at en de overheid al helemaal niet, was de strekking. Eigenlijk is dat heel raar: hetzelfde geldt namelijk voor gymnastiek. Maar als je ervoor pleit dat af te schaffen, staat iedereen op zijn achterste benen. Schizofreen.
De tegenstanders van meer overheidsbemoeienis schermen altijd met John Stuart Mills boek On Liberty. Maar als je dat liberale handvest goed leest, is Mills heel genuanceerd over de vrijheid van het individu. Hij schrijft bijvoorbeeld ook dat de overheid verplicht is zijn burgers te beschermen tegen de vrijheid van anderen. Bijvoorbeeld de vrijheid om geld te verdienen met voedsel dat aantoonbaar ongezond is en tot maatschappelijke kosten leidt.’

Rosanne Hertzberger is microbioloog turned schrijver en columnist. Onlangs deed ze aardig wat stof opwaaien met de publicatie van haar boek Ode aan de E-nummers. Daarin las ze alle voedselgekkies die beweren dat de moderne voedseladditieven die bekend staan als E-nummers gevaarlijk zijn, stevig de les. Ze was de eerste Zomergast van dit jaar en in dat uitgebreide interview kwam de vrijheid van het individu meermaals ter sprake.
‘De overheid mag zich zeker bemoeien met wat wij eten. Maar ongezonde producten verbieden alleen omdat ze ongezond zijn, gaat te ver.
Het is gewoon common sense dat je zaken die slecht zijn voor de gezondheid ontmoedigt. Dat doen we met roken en alcohol, via accijns, en dat moet ook gaan gebeuren met frisdrank en vlees, via een belasting. Frisdrank omdat het gaat om enorme verpakkingen vloeibare suikers en vlees omdat het gewoon erg slecht is voor het milieu. Dat leidt tot kosten en die moeten worden betaald. Daarbij geldt het principe: de vervuiler betaalt. In het geval van vlees moet daarom de producent worden belast. Met frisdrank is het juist de consument die de belasting moet betalen.
Dat gezegd hebbende: de overheid heeft zich niet te bemoeien met onze (eet)cultuur. Jaap Seidells plan om schoolgaande kinderen te verplichten op school groenten te eten vind ik te ver gaan. Ik ben als moeder verantwoordelijk voor wat er in het trommeltje van mijn zoontje zit en in Nederland eten we nu eenmaal boterhammen bij de lunch. Je kunt dat niet opeens omgooien en iedereen verplichten om op zijn Frans warm te gaan lunchen.
Ook maak ik me zorgen over alle hypes. De angst voor bewerkt voedsel en het heiligen van zelf koken, is merendeels onzin. Koken is voor robots, dat is althans de toekomst waar we naartoe bewegen. En dat is prima. Ik wil daarom niet dat mijn kind straks verplicht kookles krijgt. Hij moet op school Chinees en programmeren leren.’

Dimitri Gilissen is fractievoorzitter van de VVD in de Utrechtse gemeenteraad. Een vegetarisch balletje van de Partij voor de Dieren schoot hem in het verkeerde keelgat, wat leidde tot een heuse hashtag: #bitterballengate.
‘De Partij voor de Dieren vroeg in een motie om een quotum aan vegetarische opties in de catering van de gemeente. Minstens de helft moest ineens vegetarisch zijn. En met steun van GroenLinks en D66 haalde die motie het.
Wij vinden dat natuurlijk een achterlijk voorstel. Iedereen moet toch zelf weten of hij of zij een bitterbal eet, daar gaat de overheid niet over. We moeten de goede keuze stimuleren, maar niet bepalen. En de rol van de overheid gaat niet verder dan voorlichten en bewust maken.
Een quotum is hartstikke dom. Je moet gewoon kijken naar de gelegenheid en daar de catering op afstemmen. En dat moet de gemeente niet doen, maar de cateraar. Die kan dat het beste inschatten. Zo’n quotum leidt anders zo tot voedselverspilling.
Ook als het gaat om volksgezondheid moet je mensen informeren. Maar je kunt niet voorkomen dat mensen gewoon te veel eten. Dat is toch ook echt hun eigen verantwoordelijkheid.’

Herman Lelieveldt is als politicoloog verbonden aan het University College Roosevelt in Middelburg. Hij volgt de Nederlandse voedselpolitiek al jaren en schreef het boek De Voedselparadox.
‘De overheid móet zich bemoeien met wat wij eten! En dat doet ze ook. In de eerste plaats natuurlijk door het garanderen van de voedselveiligheid, waar iedereen het ook mee eens is. Maar voor volksgezondheid wordt die bereidheid al een stuk minder. En als het om de milieueffecten van onze voedselconsumptie gaat, zie je dat mensen die link niet snel leggen.
Daar is dus werk aan de winkel, want die effecten zijn groot. Daarom vond ik “bitterballengate” ook goed. Er was natuurlijk enorme commotie over dat de gemeenteraad zich voor schut zou zetten door het over zoiets schijnbaar futiels te hebben, maar het laat eens te meer zien hoe enorm gevoelig het ligt als je je gaat bemoeien met voedselkeuzes die mensen maken.
Ik denk dat als je draagvlak wilt creëren voor gericht gezonder voedselbeleid, je je het beste op kinderen kunt richten. Daar zijn mensen nog wel bereid concessies aan hun “vrijheden” te doen. Maar volwassenen pikken het niet als je ze vertelt hoeveel bitterballen ze wel of niet mogen eten.’

Met deze Nyenrode-studies blijf jij up-to-date op de arbeidsmarkt

in Actueel/Maatschappij by

Wie zich in de hoogste regionen van het studentenleven bevindt, heeft er ongetwijfeld over gepeinsd om een blik te werpen op Nyenrode Business Universiteit. De particuliere universiteit van Nederland, die voor en door het bedrijfsleven is, is gevestigd in zowel Amsterdam als Breukelen en staat te boek als een plek waar je bijna gegarandeerd een goede carrière aan overhoudt. Maar met welke studie zorg je ervoor dat je in lengte van jaren aan de bak kunt op de arbeidsmarkt?

In de snel veranderende wereld staat het als een paal boven water dat de technologische markt snel groeiende is, evenals het automatiseren van (bedrijfs)processen. Tel daar grote vraagstukken als klimaatverandering bij op en je hebt een arsenaal aan arbeidsrichtingen waarmee je een behoorlijk poos mee zoet bent. En om in de – nabije – toekomst daar fatsoenlijk werk voor te vinden, hoor je goed geschoold te zijn. Bij Nyenrode is dat geen probleem, want zij bieden daar passende studies voor aan. Wij zetten er een aantal voor je op een rij:

  • Organization and Value of IT – MBA module Business & IT
  • Business Processes and (Food) Technology – MBA module Food & Innovation
  • Masterclass IT Security – Business Alignment
  • Strategy and Transformation in Food – MBA module Food & Innovation
  • Masterclass Toezicht, Effectmeting en Communicatie

A message from Van der Staaij

in Actueel/Maatschappij by
Kees-van-der-Staaij-interview

Hoe wek je een doodgebloede discussie in Nederland tot leven? Door er in Amerika over te beginnen.

Wie zegt dat de conservatieve christenen van de SGP wereldvreemd zijn? Deze zomer publiceerde partijleider Kees van der Staaij een groot opiniestuk in The Wall Street Journal. Zou de strenggelovige Tweede Kamer-fractie met het artikel in de gewaardeerde Amerikaanse zakenkrant een nieuwe koers ingeslagen zijn? Nou nee, niet bepaald. Van der Staaijs boodschap is tenenkrommend ouderwets en onwaar, en beledigend bovendien.

Volgens de politicus staan Nederlandse artsen klaar om hun patiënten bij een diagnose van dementie naar de andere wereld te spuiten. Ons land zou er een onacceptabel euthanasiebeleid op nahouden. What? Hoopt de SGP’er met zijn schrijfwerk zieltjes te winnen in de VS? Eveneens nee. Al zou hij er, gezien de kerkelijke achtergrond van veel Amerikanen, wellicht nét iets meer zetels winnen dan de drie die hij vandaag de dag in het parlement met zijn partij bezet houdt. Hoopt de christen-politicus dan op interventie van de supermacht in het Nederlandse gezondheidsbeleid?
Alweer nee.

Het is Van der Staaij vooral te doen om het onderwerp weer op de agenda te krijgen in Den Haag. Immers: vijftien jaar geleden werd de discussie over euthanasie in het parlement afgesloten met de aanname van de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding. De SGP keek deze mediazet af van de culturele sector, die in 2013 uit protest tegen bezuinigingen grote advertenties plaatste in diverse Amerikaanse kranten. Boodschap toen: kom niet naar Nederland, de bejubelde musea zouden in de uitverkoop staan. Van der Staaij had beter moeten weten: de tonnen kostende actie leverde weinig op, want het kabinet Rutte II paste zijn cultuurbeleid niet aan.

De samenleving is wat-ie eet

in Actueel/Maatschappij by
Rutte-bepalen-mond-stopt

Je bent wat je eet – bal gehakt! Suikerspin! En hoewel dit lollig klinkt, eten we ons het ongeluk. Diabetes en obesitas zijn epidemieën die de samenleving een lieve duit kosten. Het vlees is zwak en snackhongerig, dus mag er alsjeblieft wat sturing zijn?

Tekst: Janno Lanjouw

Er zijn ruim een miljoen Nederlanders met diabetes type-2 en er komen er per jaar zo’n 70.000 bij. Dat kun je met een gerust hart een epidemie noemen. Een van de belangrijkste oorzaken daarvan is het moderne voedingspatroon. We eten te vet, te zoet en vooral gewoon te veel.

Nog afgezien van het persoonlijk leed dat zo’n ziekte veroorzaakt, kost het de samenleving bakken met geld. Mensen met diabetes kunnen dankzij de moderne medische wetenschap hartstikke lang leven – maar dat kost medicijnen en die kosten geld. En dat terwijl de zorgkosten nu al de pan uit rijzen.

Daarom is het raar dat we nauwelijks iets aan die epidemie doen. De overheid informeert haar burgers over de gevaren van te veel ongezond voedsel consumeren, maar daar houdt het op. En datzelfde geldt eigenlijk voor alle grote problemen die we veroorzaken door ons huidige voedselsysteem. Waarom toch? Problemen waar we allemaal last van hebben bestrijden, daarvoor hebben we toch beleidsmakers uitgevonden?

Politici mijden het onderwerp ‘voedsel’ als de pest en dat wordt alleen maar erger. Dat is ook niet zo gek, want in deze tijd pikken mensen het niet als iemand zegt wat ze wel en niet moeten eten. Als je bent wat je eet, en ik zeg dat wat jij eet niet goed is, dan zeg ik dat JIJ niet goed bent. En dan wordt het allemaal heel snel persoonlijk en kost het de politicus in kwestie aanzien en stemmen – en weg is zijn carrière.

Dat is precies de reden dat het in de politiek niet bon ton is om met woorden als ‘suikertaks’ of ‘vleestaks’ te schermen. Met name de VVD staat direct op zijn achterste benen als het over ons eetgedrag gaat en spreekt van ‘eigen verantwoordelijkheid’ en ‘betutteling’. Maar als het op eten aankomt, heeft iedereen last van een beetje struisvogelpolitiek: iedereen weet dat de vleesconsumptie slecht is voor het milieu, maar zelfs de Partij voor de Dieren zegt niet ronduit dat iedereen veganist moet worden. Want er zijn ook vleeseters die op de PvdD stemmen.
Eten raakt teveel aan ons innerlijk, zo lijkt het.

Eetbemoeienis
Toch zijn er de afgelopen jaren steeds meer stemmen opgegaan om eens werk te maken van een ‘integraal voedselbeleid’. In dat gedroomde beleid moet de hele weg die voedsel aflegt in ogenschouw worden genomen. Van productie tot consumptie, en zelfs tot excretie (poep bevat uiteindelijk dezelfde waardevolle chemische stoffen die met veel gedoe uit een Noord-Afrikaanse mijn zijn gehaald om kunstmest te maken. En dat spoel je gewoon door de plee! Wasteful!). Alle stromen kunnen veel beter op elkaar afgestemd worden.

In voedselbeleid zouden ook de ‘externalities’, de maatschappelijke kostenposten die op dit moment niet verdisconteerd zijn in de prijs van ons voedsel, belast moeten worden. Denk maar eens aan de euroknallerhamburger van de Mac. De Belgische Olivier De Schutter, voormalig speciaal rapporteur van de Verenigde Naties over het recht op voedsel en huidig voorzitter van de IPES-voedseldenktank, becijferde dat zo’n ding eigenlijk TWEEHONDERD euro moet kosten, als je alle schade (oerwoudkap, uitstoot van broeikasgassen, vervuiling, dierenleed, sociale kosten, et cetera) van de intensieve veeteelt zou meerekenen. Nou is dat cijfer natuurlijk omstreden, maar het staat buiten kijf dat er nogal wat nadelen zitten aan het feit dat mensen koeien zo lekker vinden.

Het huidige beleid dat zich bezighoudt met voedsel bestaat dan ook vooral uit: INFORMEREN. De overheid informeert ons consuburgers tot ze zelf een ons weegt. Het Voedingscentrum, het speciaal hiervoor in het leven geroepen instituut, balt zo veel mogelijk metastudies over de (on)gezondheid van bepaalde ingrediënten en voedingspatronen samen en herschrijft het in simpele beeldtaal (de Schijf van Vijf) die een stuk beter te begrijpen is dan de ingrediëntenlijst op de achterkant van een pak frikandellen voor in de thuisfrituur.

Maar weten is nog geen doen. Dat is onlangs ook wetenschappelijk aangetoond in een publicatie van de Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid (WRR). Je kunt mensen nog zo goed voorlichten, maar uiteindelijk zijn zaken als ‘in actie komen’ (besluiten dat je geen snacks meer gaat kopen), ‘met tegenslag omgaan’ (je hebt ontzettende honger en geen karakter) en ‘volhouden’ (je hebt dus geen karakter) doorslaggevend voor je succes. Weinig mensen zijn daar goed in.

Daarom luiden steeds meer wetenschappers en activisten de noodklok: het is tijd dat de overheid paal en perk stelt aan schadelijke eetpraktijken, door actief in te grijpen. Obesitas en diabetes kosten bakken met geld en emmers met leed, dus we gaan suiker en vet duurder maken met een belasting. Vleesproductie leidt tot enorme milieukosten, dus ook dat wordt belast.

Maar de VVD wil er niks van weten en de andere partijen volgen als makke lammetjes. Wat vind jij eigenlijk: mag de overheid zich bemoeien met wat wij eten?

Interview: De Rothschild’s

in Actueel/Maatschappij by

Bernie slaagde er in zich zelf uit te laten nodigen door Philippe Baron de Rothschild, een van de meest invloedrijke telgen die ondernemer de champagne-poot van de familiedynastie bestiert. Voor een gesprekje in zijn Parijse appartement aan de Champs Elysees.

Hadden we niet beter af kunnen spreken in uw werkpaleis, het zogenoemde Chateau de Rothschild, even verderop in Parijs?

Ik vind dit onderkomen het prettigst om mensen te ontvangen. Het klopt dat mijn familie vele stadspaleizen en buitenhuizen heeft laten bouwen. In Frankrijk, Italië, Oostenrijk, de VS en Groot-Brittannië. De meesten in de zo kenmerkende De Rothschild-stijl. Aan het eind van de negentiende eeuw, op het hoogtepunt van onze roem en rijkdom, bezaten we echter veel meer: vele honderden imposante paleizen. Daarvan zijn veel gesloopt en verkocht. De vijftig of zestig overgebleven gebouwen moeten we nu delen met 300 familieleden.

U wilt toch niet zeggen dat het Rothschildkapitaal door de groei van uw familie aan het verwateren is?

Nee, wij zijn nog altijd zeer vermogend. Zelf als zou je het over alle familieleden verdelen. Volgens sommigen hebben wij vele honderden miljarden. Hoeveel het precies is, kan ik niet zeggen. Ik weet niet wat we precies allemaal aan investeringen hebben uitstaan en wat alles waard is. Om eerlijk te zijn vind ik het ook niet echt interessant; wat is rijkdom? Wat zegt het over je manier van leven. De een voelt zich vermogend met een miljoen op de bank. De ander pas met 200 miljoen. Leef je anders met 1 miljard of het duizendvoudige?

Veel interessanter vind ik het feit dat we al zo lang vermogend zijn, dat we in staat zijn gebleken om alles bij elkaar te houden. Sinds de oprichting van de Rothschild Bank door pater Mayer Amschel Rotschild medio achttiende eeuw. Qua ouderdom worden wij als invloedrijke familie nog alleen voorbij gestreefd door het Middeleeuwse geslacht De Medici.

Uw familie heeft toch ook tegenslagen gekend; twee van de vijf takken [die voort gekomen zijn uit de vijf zoons van de stamvader van de bankiersfamilie] zijn uitgestorven.

Mede door de Tweede Wereldoorlog. Maar ook minder lang geleden, hebben we ongeluk gehad; in 1981 bijvoorbeeld toen de Franse staat onze familiebank nationaliseerde. Dat is een enorme klap geweest voor ons; het heeft heel veel moeite gekost om een nieuw opgerichte financiële instelling weer op oude hoogte te krijgen…

De De Rothschild Group is tegenwoordig een van de grootste financiële spelers in Europa

Mijn oom Eric Baron de Rotschild begon dat nieuwe bankbedrijf in 1985; enkele jaren nadat president François Mitterand ons familiebedrijf confisqueerde. Eric moest helemaal opnieuw beginnen. Ik kan me goed herinneren dat mensen hem zelfs na tien jaar voor gek verklaarden. Dat ze zeiden ‘geniet toch van wat je hebt, in plaats van steeds het onmogelijke te willen doen.’ Inmiddels blijkt Erik goed te hebben gegokt: het bedrijf – zowel de bank als de investeringstakken – blijft groeien. Wij hebben inmiddels ruim 3.000 man in dienst in bijna 42 landen. We hebben er heel hard voor moeten werken; zonder inspanning kom je nergens. Maar we hebben uiteindelijk wel een tweede kans gekregen…

Als een De Rothschild maak je nou eenmaal sneller carrière dan een willekeurige andere ijverige bankier.

Mijn oom Edmund schreef eerder dit jaar in The Times dat onze familienaam deuren opent. En daar ben ik het wel mee eens. Een eigen voorbeeld: enkele jaren terug kocht ik een school om zeker te zijn van een goede opleiding voor mijn kinderen. Dat ging relatief gemakkelijk; de lening was in no-time rond en ook bleek personeel snel gevonden. Iedereen geloofde van het eerste moment dat het een succes zou worden. Mijn familie heeft een enorm netwerk, waardoor we bij het ontwikkelen van bedrijven gemakkelijk bij de juiste mensen uitkomen. Maar je moet het potentieel ook niet overdrijven; meer dan een voet tussen de deur is het niet. Onze familienaam kan ook tegen ons werken: mensen hebben al snel een beeld van ons, over hoe wij te werk gaan en wie wij zijn. Mijn vrienden van Harvard zeiden altijd: je creëert je eigen geluk. Ik geloof daar ook in.

Zit uw familie eigenlijk nog in de goudhandel?

Niet meer. In de negentiende eeuw en twintigste eeuw hadden we hele grote belangen in goud waarmee we in staat bleken om de markt te sturen. Je zou kunnen beargumenteren dat wij door onze posities ook aanzienlijke economische invloed hadden omdat tot in de jaren zeventig veel nationale munten gekoppeld waren aan de goudprijs (de zogenoemde Gouden Standaard). Enkele decennia terug hebben wij die posities echter voor het grootste deel verkocht.

Hoe zit dat met uw aandeel in de diamanthandel. Had u niet een belangrijk deel daarvan in handen?  

Neen. Niet meer in ieder geval; ons aandeel daarin is ook jaren terug verkocht. Wij houden ons nu vooral bezig met bankzaken, investeringen, wijn en champagne.

Er wordt gezegd dat uw familie als bankiers van edelen en overheden directe invloed heeft gehad op de politiek in Europa in de achttiende, negentiende en twintigste eeuw.

Dat is vooral de tweede generatie bankiers geweest; die zich op aandringen van de stamvader van de familie in alle landen van het continent vestigden. En al snel doordrongen tot aan het hof in zo’n beetje alle Europese staten. Als koningen en presidenten met elkaar in gesprek wilde komen, wenden zij ons familienetwerk aan. De De Rothschild’s waren informele ambassadeurs. Overigens ging het ook verder dan alleen netwerken; het feit dat de familie zo internationaal was, sterkte het beeld van neutrale bankiers. Vooral in vergelijking met machtige financiers in Frankrijk, Duitsland en Groot Brittannië. Dat heeft er voor gezorgd dat de familie al snel grote projecten in handen kreeg; de stichting van staten en de gehele financiële huishouding die erbij kwam kijken en het financieren van oorlogen, onder meer de Napoleontische Oorlogen aan het begin van de negentiende eeuw. Ik denk overigens niet dat de familie uit was op politieke macht an sich, maar hun macht inzetten om economische belangen te beschermen en te versterken. Het was vooral een middel.

Dat soort praktijken zijn tegenwoordig aan banden gelegd, toch?

Ik weet dat sommige familieleden uitgenodigd worden om politici en bestuurders wereldwijd te adviseren. Maar daarin zijn wij al lang niet meer alleen; overheden wereldwijd maken gebruik van de kennis van invloedrijke mensen uit de zakenwereld. Daarbij gaat het overigens een kant op; wij krijgen er geen politieke invloed voor terug.

Lady Lynn Forrester De Rotschild, een in de VS wonend familielid, organiseerde vorig jaar een top in Londen. Met een indrukwekkende gastenlijst met daarop zwaargewichten als directrice Christine Lagarde van het IMF. Wilt u nog steeds beweren dat uw familie geen politieke invloed heeft?

Wij zijn in staat om snel grote namen aan te trekken. Dit soort evenementen vinden iedere dag plaats; overal ter wereld. Er is niets bijzonders aan. Wij zijn er niet op uit om achter gesloten deuren onze economische invloed te vergroten. Maar om problemen van deze tijd te bespreken, zoals de gevolgen van de economische crisis – de verschillen tussen rijk en arm, tussen succesvol en kansloos. Die spanningen dreigen tot een uitbarsting te komen.

Voelt u zich bedreigd; net als in 1981 toen uw familiebedrijf werd afgenomen?  

Nee, dat was politiek. Dat wij zo vermogend zijn, maakt ons nog niet ongevoelig voor onrecht of ongelijkheid. Wij steken heel veel energie in goede doelen. In Israël, Frankrijk en Engeland. En elders in de wereld.

Dat bent u als een van de meest vermogende families ter wereld ook een beetje verplicht…

Geld maakt heel veel mogelijk, dat is zo. Maar het beperkt ook; het is mijn plicht om de familiereputatie in stand te houden. Om niet te veel met onze rijkdom te pronken, maar om vooral stijl uit te stralen. En gevoel voor schoonheid en kunst.

Over kunst gesproken, uw familie heeft ook nog eens de grootste private kunstcollectie ter wereld in handen. Klopt het dat u hoofdcontributeur bent van onder andere het Louvre in Parijs en het New Yorkse MoMo?

Een deel van de familiecollectie – die is opgebouwd door Edmond de Rothschild – is in 1935 aan het Louvre geschonken. Tegenwoordig hebben wij een hele gevarieerde mix van kunstwerken. Van filmrechten – het John Houston Label – tot antieke geschriften en heel veel schilderijen. Vooral van Picasso, Miró en Tàpies.

U loopt niet echt te koop met die bezittingen. Draagt die zweem van geheimzinnigheid niet bij aan alle verhalen die over uw familie de rondte doen?

Er wordt zoveel gepraat door de mensen. Ik zie het niet als taak om alle complottheorieën die er bestaan – er zijn boeken volgeschreven – te ontkrachten. Mensen blijven altijd jaloers; of je nou De Rothschild heet, of Bill Gates of Richard Branson. Branson.

Vooral antisemieten hebben het op u gemunt. Uw familie is het toonbeeld van de machtsbeluste jood voor sommigen.  

Natuurlijk maak ik mij zorgen over antisemitisme. Maar ik voel mij niet in het bijzonder bedreigd. Ook niet door de recente opleving – onder meer in Frankrijk waar Front National in de Europese Verkiezingen een van de grootste partijen geworden is. De meeste extremisten in Europa zijn tegenstemmers; geen verbeten xenofoben.

Uw oom Edouard Baron de Rothschild heeft onlangs de Franse krant La Libération gekocht. Trekt hij daarmee niet ongewild heel veel aandacht naar zich toe?

Er is behoorlijk wat discussie geweest over die overname. Sommige familieleden wilden de aankoop blokkeren omdat het medium ons een politiek kracht zou maken. Dat willen wij kost wat kost voorkomen. Wij hebben niets met politiek; of in ieder geval niet naar buiten toe. Uiteindelijk zijn de critici in de familie overstemd. Die moeten zich bij de wens van de meerderheid neerleggen.

Even een leuker onderwerp; champagne!

Haha. Ja, dat is sinds een paar jaar helemaal mijn vakgebied. Ik run het familie champagnebedrijf; een samenwerking van alle takken van De Rothschild. En daarmee ook een uniek project. Onze familie heeft al eeuwen lang een bijzondere relatie met champagne; we drinken het graag en veel. Mijn grootvader Philippe was eens voor 30 procent eigenaar van het vermaarde huis Ruinard en heeft geprobeerd zijn eigen label op te zetten. Maar zonder veel succes.

En waarom zou u dan nu wel succes hebben?

Hoewel de meeste champagnebedrijven geen familiebedrijven meer zijn, is het wereldje erg klein. Iedereen kent elkaar. Nieuwkomers worden aanvankelijk op afstand gehouden. Pas als ze doorhebben dat je er niet voor het snelle geld in zit, maar dat je op lange termijn wilt investeren, komen ze naar je toe. Het heeft bij ons tien jaar geduurd, maar nu willen druiventelers graag met ons samenwerken. Wij hebben bijna 30 hectare grond en enkele beroemde wijnmakers in dienst. Dat wij een familiebedrijf zijn, wordt door alle betrokkenen gewaardeerd.

Onze eerste flessen werden zes jaar geleden geproduceerd. Die hebben we verkocht in Japan, Zwitserland en Nederland. Jullie land is misschien klein, maar er wordt heel veel champagne gedronken. Later hebben we ook voet aan de grond gekregen in andere landen. We verkopen nu 300.000 flessen per jaar en zijn een middelgrote speler. Over zes jaar kan dat aantal verdubbeld zijn. Maar groot worden is niet ons doel.

Niet?  

We willen ons concentreren op kernmarkten, zeg ongeveer 8 of 9 landen waar we 80 procent van onze handel uit halen. De Rothschld Champagne hoeft geen groot merk te zijn. Als het maar goed is.

Worden uw kinderen al klaargestoomd om het van u over te nemen in de Champagnehandel, of kiest u voor een financiële carrière voor uw nageslacht?

Ik zou het leuk vinden als mijn dochters van 21 en 22 en mijn zoon van 14 later in de champagne doorgingen. Maar ik laat het helemaal aan henzelf over. Ik vind het belangrijk dat ze eerst iets van de wereld zien, en hun eigen interesse ontwikkelen. Zolang ze maar zorg hebben voor de erfenis van de familie. En de naam die het met zich meebrengt.

 

0 0,00
Go to Top