Voor elkaar: vriendjespolitiek in de polder

in Feature by

Nederland staat bekend als een van de minst corrupte landen ter wereld. Maar klopt dat brave beeld wel? De Nederlandse bestuurscultuur is volgens critici een bolwerk van vriendjespolitiek.

Minister benoemt partijgenoten op aantrekkelijke functies. Partijleden gunnen hun voorzitter een uiterst lucratieve deal met een miljoenenbedrijf. Minister van Verkeer en Waterstaat wordt directeur van KLM. Plaatselijke bestuurder is dikke maatjes met projectontwikkelaar. Zomaar wat voorbeelden uit het Nederlandse openbare bestuur waarbij de term vriendjespolitiek al snel valt. Maar Nederland, dat is toch het land waar alles goed en netjes is geregeld? Met onkreukbare, wat saaie bestuurders en ambtenaren. Steevast in de top-10 van de minst corrupte landen, objectief vastgesteld door Transparency International. Toch is dat niet het hele plaatje.

Met vrienden optrekken is ook een natuurlijk fenomeen. Maar het kan kwalijke trekjes krijgen: als de concurrentie per definitie geen kans maakt op belangrijke ambten, of als incompetente mensen op belangrijke posten terechtkomen. Of als tegenspraak ontbreekt, toezicht faalt of de gunsten wel erg gunstig uitpakken.

Geen openlijke corruptie, wel affaires
Nederland is zogenaamd heel netjes, zegt onderzoeksjournalist Bart de Koning, die ten tijde van ons gesprek hard werkte aan zijn boek Vriendjespolitiek over corruptie en fraude in Nederland. ‘Openlijke, platte corruptie hebben we niet veel. Maar de Zuidas staat vol trustkantoren en banken. De politiek zegt: “We zijn geen belastingparadijs.” Maar daar denkt de buitenwereld anders over.’ En de lijst met affaires, soms met uitlopers naar de politiek, is lang: bouwfraude, mestfraude, fraude bij aanbestedingen. ‘Er komt ieder jaar wel een grote zaak bij.’ Nu is vriendjespolitiek of nepotisme een heel brede term. Het kan gaan van een lichte voorkeur voor een kennis, vriend of partijgenoot tot frauduleus handelen. Met vrienden optrekken is ook een natuurlijk fenomeen. Maar het kan kwalijke trekjes krijgen: als de concurrentie per definitie geen kans maakt op belangrijke ambten, of als incompetente mensen op belangrijke posten terechtkomen. Of als tegenspraak ontbreekt, toezicht faalt of de gunsten wel erg gunstig uitpakken.

Trouwe diensten
Voormalig VVD-partijvoorzitter Henry Keizer wist een miljoenenbedrijf te verwerven voor een schijntje, met instemming van partijgenoten Loek Hermans en Anne-Wil Duthler, onthulde Follow The Money. Een stap verder gaat het als bestuurders geschenken of betalingen aannemen van hun ‘vriendjes’ in het bedrijfsleven. Zoals bij de voormalige VVD-bestuurders Jos van Rey en Ton Hooijmaijers, beiden veroordeeld. Van Rey gaat nog wel in cassatie. De vriendschap kan soms partijlijnen overstijgen. PvdA-burgemeester Bernt Schneiders van Haarlem kocht een pand van toenmalig VVD-raadslid Wybren van Haga, zo meldde NRC, terwijl een raadslid geacht wordt de burgemeester te controleren, niet om als zijn vastgoedadviseur op te treden. Vervolgens hielp Schneiders zijn vriend Van Haga bij diens campagne om in de Tweede Kamer te komen.

Ambten als tegenprestatie
De meest algemene en in het oog springende vorm van vriendjespolitiek in Nederland is het verschijnsel dat politici elkaar aan belangrijke functies helpen. Dat is zeker niet nieuw. Vorsten en veroveraars beloonden vroeger hun gevolg met stukken grond of andere bronnen van gemakkelijke inkomsten. ‘Tegenwoordig delen partijleiders als tegenprestatie voor trouwe diensten allerlei ambten uit,’ schreef socioloog Max Weber honderd jaar geleden al. En daar zijn heel belangrijke ambten bij. VVD-Kamerlid Arno Visser werd president van de Algemene Rekenkamer, minister van Justitie Piet Hein Donner (CDA) vicepresident van de Raad van State, Mariëtte Hamer (PvdA) voorzitter van de SER. Waren ze dat ook geworden als ze geen prominent lid van de ‘juiste partij’ waren geweest? Voor dergelijke functies komen blijkbaar alleen actieve partijleden in aanmerking en zijn anderen bij voorbaat kansloos.
De ‘draaideur’, waarmee oud-politici opeens ergens anders opduiken, doet ook het bedrijfsleven aan. Oud-minister Camiel Eurlings (CDA) werd directeur van KLM. Was dat omdat hij daarvoor vriendelijk was geweest tegenover het bedrijf? Jack de Vries (ook CDA), oud-staatssecretaris van Defensie, kwam in dienst bij het lobbykantoor dat voor de JSF lobbyde.

Nepotisme
Familiebanden zijn soms ook belangrijk. Het woord ‘nepotisme’ verwijst naar ‘nephos’ (neven) en de praktijk in de katholieke kerk waarbij pausen en andere hooggeplaatste geestelijken hun ‘neven’ mooie functies bezorgden. Een knullig voorbeeld leverde commissaris van de koning in Drenthe, Jacques Tichelaar (PvdA), die het bedrijf van zijn schoonzus wel geschikt vond om een opdracht van de provincie te krijgen. Hij kon vertrekken. Toen Lilian Marijnissen fractievoorzitter van de SP werd, kwam de vraag op of ze deze carrièresprong te danken had aan pa Marijnissen. ‘Ik heb een achternaam, en daar kan ik niks aan doen,’ zei ze daarover. Maar was ze met een andere achternaam ook na negen maanden Kamerlidmaatschap fractievoorzitter geworden? Of is hier sprake van een beginnende politieke dynastie?

Ik maak er zelf ook gebruik van. Maar in de Grondwet staat dat mensen gelijk benoembaar zijn in publieke dienst. In de praktijk is dat niet zo.’

Het hockeyveld
Vele vormen van vriendjespolitiek zijn niet verboden, maar ze roepen bij de buitenwacht vaak wel een ongemakkelijk gevoel op. Toch staat die buitenwacht er vrij machteloos tegenover. De stichting Meer Democratie probeerde drie jaar geleden een burgerinitiatief te organiseren over de praktijk dat veel functies voorbehouden zijn aan trouwe partijleden, onder de noemer Stop Vriendjespolitiek. ‘We spraken eerst over partijpolitieke benoemingen, maar dat sloeg niet zo aan. Vandaar de term Stop Vriendjespolitiek,’ zegt Niesco Dubbelboer, een van de initiatiefnemers van Meer Democratie en oud-PvdA-Kamerlid. De term vriendjespolitiek is wat populistisch, geeft Dubbelboer toe. ‘Ik maak er zelf ook gebruik van. Maar in de Grondwet staat dat mensen gelijk benoembaar zijn in publieke dienst. In de praktijk is dat niet zo.’
Er was nooit een serieus politiek debat over geweest, en met een burgerinitiatief had het onderwerp in de Tweede Kamer aan de orde kunnen komen. Maar daarvoor waren 40.000 handtekeningen nodig en Meer Democratie haalde er slechts 24.000 binnen.
Ook anticorruptieorganisatie Transparency International Nederland ziet risico’s in de draaideur, het fenomeen dat politici in allerlei functies terechtkomen, waarbij de indruk van belangenverstrengeling kan optreden. ‘Als die schijn er is, is de schade al aangericht,’ zegt directeur Anne Scheltema Beduin. ‘Is die benoeming een beloning voor het beleid?’ In het algemeen ziet ze ook risico’s in de manier waarop topbestuurders worden geworven. ‘We zien veel mensen uit een klein kringetje. Er komt te weinig vers bloed binnen.’

In de Kamer probeerde FvD-fractievoorzitter Thierry Baudet de partijpolitieke benoemingen aan de kaak te stellen. Maar VVD-fractievoorzitter Klaas Dijkhoff troefde hem af. ‘Wat je ziet is dat bestuurders besturen en dat als ze goed zijn, ze ook op een andere plek terechtkomen. Mensen die bij PSV in het eerste komen, komen ook niet van het hockeyveld af rennen, die hebben ervaring opgedaan in een lager elftal,’ zo reageerde hij op het verwijt van Baudet. Dubbelboer vindt het jammer dat de discussie daarbij bleef. Maar ze legde ook iets bloot, vindt hij. ‘Zoals Dijkhoff het verwoordde, zo denken deze mensen echt: wij zijn de goede bestuurders.’

Van populistische partijen is die bekend, voor hen is het een vast onderdeel van hun kritiek op ‘de corrupte elite’. Maar ook de Nationale Ombudsman heeft zich ertegen gekeerd, in een advies in 2011.

Wie is er aan de beurt?
Het argument dat het systeem toch prima bestuurders oplevert, deugt niet, zegt universitair docent politicologie Nico Baakman. ‘Dat is een politiek oordeel. Herman Tjeenk Willink was een gewaardeerde vicepresident van de Raad van State. Maar dat er een goede kandidaat naar voren komt, pleit eigenlijk tegen het systeem. Want als de PvdA niet “aan de beurt was geweest”, had Tjeenk Willink geen kans gemaakt.’
De kritiek op deze praktijk klinkt intussen tamelijk breed. Van populistische partijen is die bekend, voor hen is het een vast onderdeel van hun kritiek op ‘de corrupte elite’. Maar ook de Nationale Ombudsman heeft zich ertegen gekeerd, in een advies in 2011. Wetenschappers en actiegroepen zetten er grote vraagtekens bij. Maar om er een einde aan te maken, is de medewerking nodig van de partijen die er nu van profiteren en dat maakt het extra lastig. Dubbelboer sprak erover met Kamerleden. ‘Een partijbons – ik zeg niet wie – zei: “Ik ben het helemaal met je eens, Niesco, maar wat moeten we dan met onze afgeserveerde Kamerleden?”’

Verandering
Toch is er al iets veranderd. Het systeem van vaste verdelingen van posten staat sinds de ‘Fortuyn-revolutie’ onder druk, zegt Baakman. Hij onderzocht duizenden benoemingen tussen 1900 en 2000. ‘Tot het midden van de jaren zestig hadden partijloze kandidaten nog wel een kans. Toen gingen de traditionele regeringspartijen de functies verdelen. Alleen de diplomatieke dienst en de legertop bleven daar grotendeels buiten. De verdeling van posten kende ook vaste patronen. Het burgemeesterschap van Amsterdam en Rotterdam was voor de PvdA, dat van Den Haag voor het CDA en Utrecht voor de VVD. In de provincie Groningen was een VVD’er commissaris, de stad had een PvdA-burgemeester. Af en toe viel er een kruimel van tafel voor een kleine partij.’
Nu is het ‘pakken wat je pakken kan’, aldus Baakman. De grip van Binnenlandse Zaken op burgemeestersbenoemingen is sterk afgenomen nu de gemeenteraden in de praktijk een doorslaggevende rol hebben. Er zijn in Nederland een paar burgemeesters van lokale partijen, en twee partijlozen, onder wie de burgemeester van Maastricht. Onlangs werd Emile Roemer als eerste SP’er burgemeester.

Een belangrijke conclusie van zijn onderzoek is dat het begrip corruptie complex is. ‘In de media, de politiek en ook wel in de wetenschap krijgt het veelal de betekenis van omkoping. Maar het begrip is veel breder, het gaat van belangenverstrengeling tot systeemkritiek op het “corrupte partijstelsel” van mensen als Trump en Baudet.

Regenten
In de Nederlandse geschiedenis is de ervaring met de regenten van belang voor de omgang met corruptie, zegt historicus Ronald Kroeze. ‘Vanaf de zeventiende eeuw bestuurden burgers steden. Dat waren gelijken voor elkaar. Ze brachten zelf een groot deel van het geld op dat ze uitgaven.’ De corrupte decadentie van een zonnekoning met een omvangrijk hof waar talloze hoogwaardigheidsbekleders vooral andermans geld verkwistten, kende Nederland niet of nauwelijks. Maar andere vormen van vriendjespolitiek tierden juist welig. ‘Regenten maakten afspraken over het verdelen van functies en zorgden ervoor dat die binnen bepaalde families bleven. Dat leidde aan het eind van de achttiende eeuw tot kritiek. Daar kwam bij dat het economisch minder goed ging en de bestuurders afhankelijk werden van die baantjes.’
Een belangrijke conclusie van zijn onderzoek is dat het begrip corruptie complex is. ‘In de media, de politiek en ook wel in de wetenschap krijgt het veelal de betekenis van omkoping. Maar het begrip is veel breder, het gaat van belangenverstrengeling tot systeemkritiek op het “corrupte partijstelsel” van mensen als Trump en Baudet. Dat maakt ook de bestrijding en de onderlinge vergelijking complex. Lijstjes waarop Denemarken op 1 staat als minst corrupte land en Somalië onderaan – dat is appels met peren vergelijken. Daardoor lijkt het alsof Denemarken het probleem heeft opgelost. In alle landen is een corruptiedebat. Denk in Nederland aan de belastingdeals met grote bedrijven. Die zijn geheim en willekeurig, buitenstaanders kunnen ze niet controleren. Dat raakt de kern van de democratie.’

Polderen
Transparency-directeur Scheltema Beduin erkent ook dat er in Nederland, ondanks de achtste plaats in de Corruptions Perceptions Index, genoeg praktijken zijn om vraagtekens bij te plaatsen. De vriendjespolitiek heeft volgens haar te maken met de cultuur van polderen. ‘In Nederland hebben we er niet zo’n moeite mee als mensen verschillende petten op hebben. Maar dat polderen levert een vrij beperkt beeld op.’ In bedrijven bestaat in ieder geval het idee dat het goed is om in raden van bestuur tegenspraak te organiseren. Waarom dringt dat niet meer tot het openbaar bestuur door? zo vraagt ze zich af. Overigens is het best mogelijk dat Nederland volgend jaar niet meer in de top-10 van de minst corrupte landen staat, zegt ze. Dan kunnen politici dat ook niet meer zo tevreden naar voren brengen als argument dat het hier allemaal wel meevalt en nemen ze het onderwerp misschien iets serieuzer. Vooralsnog zijn het vooral de media en enkele maatschappelijke organisaties die corruptie en vriendjespolitiek stevig aankaarten, zegt ze.

‘Wat Van Rey heeft gedaan, dat was dertig jaar geleden geen punt geweest.’ Nu heeft hij een straf van een jaar voorwaardelijk gekregen.

Corruptie wordt niet geduld
Het is lastig te zeggen of vriendjespolitiek toe- of afneemt. Met twee hoogleraren publiceert Bart de Koning ieder jaar in Vrij Nederland de Politieke Integriteits Index, een overzicht van politieke affaires in Nederland. Een echte trend is niet vast te stellen, maar in absolute aantallen daalde het aantal affaires van ongeveer 65 naar 45 zaken. Daar valt van alles onder, van dronken tegen een paaltje rijden tot ingewikkelde fraudezaken. Toch is Nederland ‘best een net land’, zegt De Koning. ‘Als een wethouder zonder vergunning een schuurtje bouwt, kan hij opstappen. Dat snappen ze in andere landen echt niet.’
Volgens universitair docent Nico Baakman accepteren mensen minder van bestuurders. ‘Wat Van Rey heeft gedaan, dat was dertig jaar geleden geen punt geweest.’ Nu heeft hij een straf van een jaar voorwaardelijk gekregen. Baakman vermoedt dat de trend van geringe acceptatie van vriendjespolitiek doorzet. ‘De machtsverhoudingen zijn gelijker, dan worden de normen strenger. De elite wordt steeds minder als elite geaccepteerd. Maar dat is een ongetoetste hypothese.’