Een tijdreis door IWC Schaffhausen

in Horloges/Stijl by

Het Zwitserse IWC Schaffhausen is groot in fraaie uurwerken voor om de pols, met snorrend mechaniek en markant voorkomen. Wat begeren wij?

Tekst: Matthijs Goes

In het noordoosten van Zwitserland ligt het stadje Schaffhausen, dat de hoofdstad is van het gelijknamige kanton. Het is een stad aan de Rijn, al is de rivier zo dicht bij de Bodensee nog niet bevaarbaar. Even buiten de bewoonde wereld van de plaats treffen we de Rheinfall, de grootste waterval van Europa. Dat natuurwonder is echter niet de reden waarom de naam Schaffhausen zo bekend in de oren klinkt. De naamsbekendheid komt eerder van het horlogemerk IWC, dat de naam van oorsprong in het logo voert.
De ontstaansgeschiedenis van het beroemde horlogehuis is bijzonder. Ten eerste ligt Schaffhausen ver verwijderd van het centrum van de Zwitserse horloge-industrie. De overige bedrijven zijn veel westelijker in het Franstalige deel van het land gevestigd, want daar werkten de meeste horlogemakers vanuit huis aan onderdelen. Schitterend, mooi – en inefficiënt. Toen een Amerikaanse zakenman in 1868 met plannen kwam om de revolutionaire productiemethoden uit zijn thuisland te combineren met het Zwitserse ambacht vreesden velen dan ook voor hun werk.

Die Amerikaan was Florentine Ariosto Jones en zijn plan was het opzetten van de International Watch Company. Gelukkig ontmoette hij een industrieel uit Schaffhausen die juist werk zocht voor die regio. De eerste fabriek opende dan ook al in 1869, aan de oevers van de Rijn. Uiteraard liep alles niet meteen voorspoedig, maar uiteindelijk kwam het bedrijf tot grote bloei, onder steeds wisselende eigenaars. Het merk kwam in 2000 in handen van Richemont, het huis waar ook grote namen als Cartier, Montblanc en Jaeger-LeCoultre onder vallen.

Populaire lijnen
In 1936 ontwikkelde IWC zijn eerste Special Pilot’s Watch, binnen een lijn die nu nog steeds tot de verbeelding spreekt. De Big Pilot’s Watch staat bij de meeste horlogefanaten op de wensenlijst, als hij niet al in de collectie zit. Een andere geliefde lijn is de Portugieser, die in 1939 het levenslicht zag. De horloges zijn ingenieus, maar zeer understated en clean vormgegeven. De Da Vinci-lijn daarentegen oogt juist zeer klassiek, al valt de afwezigheid van al te veel tierelantijnen ook hier op. Alleen de relatief compacte 36 millimeter grote damesmodellen zijn leverbaar met een ring glinsterende edelsteentjes rondom de wijzerplaat.

De meest gecompliceerde modellen van IWC komen uit in de Ingenieur-lijn. Denk daarbij aan de speciale versie die ontwikkeld werd voor het vijftigjarig bestaan van Mercedes-AMG, dat dit jaar gevierd wordt. Het horloge heeft op de achterkant een soort koolstofkeramische rem, zoals ook op de auto’s van Mercedes’ huistuner te vinden is. In dit geval doet de rem echter dienst als antimagnetisch schild.

De meeste uurwerken van IWC zijn gebaseerd op gangwerken uit de collectie van Swatch-dochter ETA. De Noord-Zwitsers trekken de mechaniekjes in hun atelier echter volledig uit elkaar, om het flink aan te passen aan hun eigen vereisten. IWC leunt niet voor alle horloges op de techniek van een toeleverancier. In de duurdere horloges treffen we mechanische Pellaton-automaten. De rotor van het automatische opwindmechanisme kan beide kanten uit draaien en is zodoende volgens velen beter. Voor de puristen is het in elk geval belangrijk dat het geen extern gekocht ETA-uurwerk is, zodat het klokje door en door IWC is. Wel zo schön.

iwc.com