Mee in het succes van start-ups; in den beginne

in Actueel/Plan B by

De hele wereld droomt ervan: onderdeel zijn van een nieuwe Facebook, AirBnB of Apple – en er natuurlijk een mooi graantje van meepikken. Nieuwe start-ups schieten op als grassprieten in een pas ingezaaid weiland. Hoe herken je in al dat geweld de kansrijke groeibriljanten?

‘Je kunt niet voorspellen welke start-ups glansrijk zullen slagen, maar wel welke zullen falen.’ Aldus Rolph Segers, projectmanager Kennisvalorisatie bij de Technische Universiteit Delft. Hij illustreert de onvoorspelbaarheid met een voorbeeld, waarbij hijzelf als lid van de selectiecommissie van YES!Delft (de incubator van de TU Delft waar start-ups worden klaargestoomd voor de markt, afkorting voor Young Entrepeneurs Society) betrokken is. ‘Het bedrijf Hardt Global Mobility dat de Hyperloop ontwikkelt, een buizensysteem waarmee in de toekomst misschien personenvervoer plaatsvindt. Fantastisch project.

Team
Het cruciale element waarmee elke investering begint: het team. Is het idee briljant maar het team niet, dan investeren we toch niet. Want als goede ideeën falen, falen ze altijd op het team. Maar goed, het team van Hardt is doortastend, heeft een goede overlegstructuur, een goed netwerk en technische kennis en marketingkwaliteiten. Dan het idee: ook geweldig en kansrijk. Elon Musk heeft zelfs interesse. Kortom, alles klopt… Maar of het gaat slagen? Totaal niet te voorspellen. De politiek speelt een rol. De markt. Andere ontwikkelingen. De concurrentie. Alle elementen voor succes zijn aanwezig, maar het blijft een gok. Vandaar ook de term durfkapitaal.’

Groeipotentie
‘Wij kijken naar twee dingen: de groeimogelijkheden van het bedrijf en de algemene haalbaarheid van het idee’, zegt David van de Fliert, marketing director en bestuurslid van Dutch Student Investment Fund. Het investeringsfonds, opgericht vanuit de Universiteit Twente en Saxion Hogeschool, en gerund door een bestuur van vier studenten (ondersteund door drie ervaren investeringsprofessionals), investeert rond de 50.000 euro in start-ups van studenten. Het eerste, de groeimogelijkheid, is relatief eenvoudig in te schatten. ‘Iemand met een consultancybedrijfje kan alleen groeien door harder te werken. Maar zoiets als een ontwikkelaar van software en apps, dat is interessant. Je zoekt als investeerder naar bedrijven die de potentie hebben om exponentieel te groeien.’

Inzichten
Het tweede aspect vraagt om meer en subtielere inzichten. ‘Je kijkt naar de risico’s. Zijn zowel de technische als de zakelijke knowhow aanwezig? Hoe is de balans in het team, kunnen ze het samen aan? Hoe kansrijk is het in de markt? Deze dingen vergen onderzoek en kennis van de markt.’ De mensen achter de start-up zelf kunnen dit vroeg in het traject al in kaart brengen, vindt Segers. ‘Het is heel nuttig om in een vroeg stadium rond te bellen, naar bedrijven en kenners. Vraag ze maar gewoon: is er behoefte aan dit product? Wat zijn de ontwikkelingen? En vooral: als het erop aankomt, zou je dit dan kopen? Dat is belangrijker dan veel jonge ondernemers zich realiseren. Het zegt meteen veel over je kansen.’
Vanuit de TU Delft (de incubator heet zoals gezegd YES!Delft , maar de tak waar de financiering en juridische steun geleverd wordt heet Delft Enterprises) zijn mooie successen geboekt. Met name Ampelmann, waarvan de oprichters de helft van hun aandelen voor 100 miljoen euro verkochten, Senz Umbrellas en ISIS Satellieten zijn succesvol.

Angels
De slagingskans van start-ups is – zeker voor een particulier die zijn eigen geld inzet – op het eerste gezicht nogal ontmoedigend. David van de Fliert: ‘Investeerders gaan ervan uit dat negen op de tien projecten weinig doen; ze falen of sudderen zo’n beetje break-even door. Iedereen doet het voor die ene, de tiende, de nieuwe AirBnB, Facebook of Booking.com.’
Rolph Segers draait het juist om: ‘Een op de tien wordt dus een groot succes. Grote investeerders moeten er dus minstens tien doen om hun risico te spreiden.’ Segers ziet desondanks wel degelijk een rol voor particuliere investeerders in start-ups. Angels, heten ze in het jargon. ‘Een privépersoon die met eigen geld een of twee start-ups steunt, adviseer ik dat te doen in een markt die je kent, waarin je ervaring hebt. Je kunt een betere inschatting maken van de kansen, en belangrijker: je eigen netwerk inzetten om de kans van slagen te vergroten. En doe het vooral met geld dat je kunt missen. Het mag best een beetje pijn doen, maar je moet het natuurlijk wel overleven.’