Klaas Dijkhoff: ‘Elke stem is tijdelijk’

in Actueel/Politiek by

Hij is al campagnemanager geweest, staatssecretaris en inval-minister. En dat allemaal voor zijn 37ste. Nu mag Klaas Dijkhoff, de ‘golden boy’ van de VVD, zich bewijzen als fractievoorzitter in de Kamer. Vooralsnog lijkt hem dat goed af te gaan. De nuchtere Brabander valt op door zijn argumentatie, spreekvaardigheid en bovenal zijn gortdroge humor. Bernie sprak met Dijkhoff in zijn werkkamer aan het Binnenhof.

Aan aandacht geen gebrek; afgelopen jaar ben je gekroond tot de Best Geklede Man van Nederland (JFK Magazine), je werd de Slimste Mens (in het programma van KRO-NCRV) en bovendien mag je je Liberaal van het Jaar noemen. Wat ontbreekt er nog aan dat lijstje?
‘Nou, ik blijf vooral een politicus, hè. Toegegeven, het is nogal wat; 2017 is moeilijk te overtreffen. Ik ben óók nog getrouwd en vader geworden.’

Houd je ervan om in de belangstelling te staan?
‘Ja, natuurlijk. Niet als doel op zich, maar zeker wel als middel. Als je daar niet van houdt, heb je niets in Den Haag te zoeken. Optredens buiten de politieke arena geven mij de kans om me ook van een andere kant te laten zien; zoals mijn vrienden en familie mij kennen. Mensen stemmen niet alleen op je vanwege je visie of ideeën, maar ook om wie je bent. Als je in het parlement zit, ben je publiek bezit. In korte opnames voor Het Journaal en in de krant wordt mij alleen gevraagd naar acute problemen en politieke ontwikkelingen.

Om dit werk te kunnen doen, heb je een bepaalde mate van ijdelheid nodig, anders kan je niet incasseren en kritiek relativeren. En humor! Ik kan nogal droog overkomen, tegelijkertijd ben ik serieus over de inhoud; wij gaan immers over belangrijke onderwerpen. Mensen moeten niet het gevoel krijgen dat je daar de draak mee steekt.

Ik realiseer me dat een politieke carrière maar tijdelijk is. Er hoeft als bewindspersoon maar iets te gebeuren waarvoor je verantwoordelijk bent, en je moet aftreden. Zo werkt een democratie. In de Kamer gebeurt dat minder snel, maar toch: als mensen niet meer op je stemmen, is het gedaan. Dat maakt me overigens niet onrustig; ik realiseer me dat politicus zijn geen baan is maar een functie. Ik klamp me er niet aan vast.’

Je was anders behoorlijk teleurgesteld dat je niet gevraagd bent voor een ministerspost in Rutte III, zeggen ingewijden bij de VVD.
‘Het had me ook leuk geleken. Maar teleurgesteld, nee, dat ben ik niet. Het is natuurlijk behoorlijk absurd om op je 36ste [inmiddels is Dijkhoff een jaartje ouder, red.] een belangrijke functie in het kabinet op te eisen.’

Dat is valse bescheidenheid!
‘Nee, echt. Overigens, de functie van staatssecretaris kan net zo uitdagend zijn als die van een minister. Dat ligt ook aan het beleidsterrein. Als hoofd van een departement verdien je weliswaar meer en misschien heb je ook net iets meer aanzien dan als staatssecretaris, maar je bent minder inhoudelijk met onderwerpen bezig; je agenda wordt gerund.’

Nu mag je de VVD-fractie in de Kamer aanvoeren.
‘Ja, daar was ik wel aan toe, denk ik. Mijn huidige functie is creatiever; ik heb meer ruimte om eigen ideeën aan te dragen voor problemen in de maatschappij.’

Als voorman van de grootste coalitiepartij ben je ook mikpunt van kritiek in de verdediging van het regeringsbeleid. Je voorganger Halbe Zijlstra noemde het fractievoorzitterschap ‘een hondenbaan’.
‘Haha, zo erg is het ook weer niet. Als je kritiek krijgt, verdedig je jezelf toch gewoon? Ik ben niet bang om aangevallen te worden.’

En hoe zit dat met de peilingen? Het moet toch behoorlijk teleurstellend zijn om te zien dat de VVD direct na de installatie van het nieuwe kabinet zetels verliest.
‘Het zijn maar peilingen, hè. Aan de andere kant: zo slecht doen we het niet. Ik las laatst dat we op -2 stonden, een paar maanden terug was dat -10. Zo’n vrije val net na de verkiezingen hoort erbij, denk ik. Stemmers hebben kennelijk zoiets van: laat nu maar zien wat je waard bent – je moet jezelf in het kabinet en in de Kamer bewijzen. Elke stem is tijdelijk. Ik kan me ook voorstellen dat mensen teleurgesteld zijn dat specifieke verkiezingspunten het niet in de formatie gered hebben. Maar ja, zo werkt het nou eenmaal in een coalitiestelsel. Zolang je geen 80 zetels hebt, kan je niet het hele partijprogramma uitvoeren. Je moet een kabinet beoordelen om het geheel aan maatregelen. Wat dat betreft komen we er goed uit.’

Ja, ben je tevreden over de uitgezette koers?
‘De huidige coalitie is er een van middenpartijen, ideologisch liggen we niet al te ver uit elkaar. Dat lag anders bij Rutte II; toen hadden we na de verkiezingen twéé grote partijen die nogal veel van elkaar verschilden.

Ik vind het belangrijk dat we in het huidige kabinet eindelijk werk maken van lastenverlichting. Na jaren te hebben ingeleverd, moeten we iets teruggeven aan de mensen. Het is geen eenrichtingsverkeer. Ook vind ik het goed dat we met nieuw beleid problemen in de arbeidsmarkt aanpakken. Nog te vaak zie ik dat mensen gedwongen worden om als onderbetaalde ZZP’er te werken. Dat zijn geen ondernemers. Aan de andere kant vind ik dat we, om concurrerend te blijven, flexibeler moeten worden. Dat vraagt misschien niet eens om wetgeving als wel om een gewijzigd denken. Ik hoop dat Wouter Koolmees [minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, red.] in onderhandelingen niet te veel weggeeft aan de vakbonden. Die houden vast aan een verouderd idee van werk. Ik vind dat eigenwaarde en vastigheid in je talent zitten, niet in een contract. Werknemers en werkgevers profiteren van lossere arbeidsrelaties, daar ben ik van overtuigd.’

Het kabinet wordt geholpen door de opleving van de economie; de schatkist stroomt weer vol, er is weer meer geld te verdelen. Verliest Rutte zijn eerder ingezette bezuinigingsprogramma niet uit het oog?
‘Je moet als overheid nooit geld over de balk smijten of schulden op laten lopen. Aan de andere kant: we gaan als VVD ook niet onze standpunten opgeven om geld te besparen. Zoiets van: dan maar minder geld naar Defensie om spaarzaam te blijven – zo werkt dat niet.’

In een campagnespotje voor de landelijke verkiezingen omschrijf je jezelf als ‘oerliberaal’; wat gaan we daarvan merken in de Kamer?
‘Ik vind het heel belangrijk om vrijheid te blijven uitdragen. Vrijheid is fragiel en zeker niet vanzelfsprekend. Het overgrote deel van de landen in de wereld is niet vrij. In ons land hebben politici er jaren over gedaan om de dwingende invloed van de kerk en de staat terug te dringen. Ik ben geboren in 1981 en daarmee misschien de eerste generatie voor wie rechtvaardigheid en eerlijkheid vanzelfsprekend lijken.

Veel nieuwkomers delen nog niet in die liberale overtuigingen. Die leer je niet zomaar even aan in drie, vier jaar. Je moet in discussie blijven over gelijke rechten voor mannen en vrouwen en tolerantie voor homo’s.

Ik erken dat de politiek nogal naïef kon zijn, vooral linkse partijen hebben jaren geloofd dat we onze ‘normen en waarden’ niet aan andere culturen moesten opdringen. Er zijn in Nederland inmiddels hele wijken waar andere normen lijken te gelden. We kunnen niet accepteren dat salafisten in die buurten de dienst gaan uitmaken.’

Veel mensen maakten zich de afgelopen jaren zorgen dat grote groepen immigranten onze ‘Nederlandse’ identiteit in gevaar zouden brengen. Dat geluid moet u meegekregen hebben als staatssecretaris verantwoordelijk voor asielzaken?
‘Ja, dat is niet gemakkelijk geweest. Niemand zit natuurlijk op duizenden asielzoekers te wachten, daar moeten we eerlijk over zijn. Ik zie opvang als een gunst. Linkse politici hebben het nog weleens over een ‘plicht’, hoe je het ook noemt – het is niet leuk. De meesten komen uit verre landen met andere culturen en gewoonten. Daarom pleit de VVD in het plan van Malik Azmani ook voor opvang in de eigen regio. Anders dan soms wordt beweerd, zijn immigranten veelal niet direct inzetbaar in de arbeidsmarkt. Dat zorgt voor spanningen. Daarbij komen er ook lang niet alleen maar vluchtelingen naar Nederland; er zitten ook behoorlijk wat mensen tussen die zich hier om economische redenen willen vestigen en enkele klootzakken met verkeerde bedoelingen.’

Onderzoek laat nu zien dat immigranten ook oververtegenwoordigd zijn in criminaliteitscijfers.
‘Dan heb je alleen de koppen van De Telegraaf gelezen. Het ministerie benadrukt juist dat onder nieuwkomers net zo veel of weinig criminelen zijn als in de rest van de samenleving. Punt is dat er gemiddeld meer jonge mannen onder asielzoekers zitten; die groep scoort altijd hoger in de criminaliteitsstatistieken dan bejaarden. In de buurt van waar ik woon is ook een AZC geopend, daar ervaren mensen dat de criminaliteit is afgenomen. Vluchtelingen zijn minder crimineel dan economische migranten, dat is een feit; en daarom zet ik ook in op het terugdringen van de stroom van die groep. Economische migranten hebben geen recht op asiel en moeten daarom snel duidelijkheid krijgen en terugkeren.’

Enkele Oost-Europese landen trappen op de rem. Ze gaan niet akkoord met de Europese verdeelsleutel van groepen vluchtelingen omdat ze zeggen dat hun ‘cultuur en vrijheden’ worden aangetast.
‘Alsof die landen altijd zo vrij zijn! Ik denk daarnaast niet dat de trotse Poolse natie, of Tsjechië of Hongarije nou opeens heel anders wordt omdat er 10.000 islamitische immigranten worden opgevangen. Ik begrijp hun kritiek op het EU-beleid overigens wel; in Brussel begonnen ze meteen te praten over verdeling van vluchtelingen over de lidstaten. We hadden het eerst moeten hebben over beperking van instroom en opvang in de regio.’

Heeft Brussel zich verkeken op de problemen in de vluchtelingencrisis?
‘Angela Merkel met haar “Wir schaffen das” zeker wel. In Europa is in ieder geval veel te laat adequaat gereageerd. Wij hebben meteen hard beleid voorgesteld, dat bleek niet bespreekbaar. Voor de meesten was het ook geen zichtbaar probleem: dat was alleen zo in Griekenland en Italië, waar de meeste vluchtelingen aan wal komen. Er was een crisis nodig om alle landen om de tafel te krijgen. Dat is natuurlijk wel heel pijnlijk.’

In jouw roep om de verdediging van vrijheid richt je je overigens niet alleen op nieuwkomers. In een uitzending van het praatprogramma van Eva Jinek stel je dat er ook groepen zijn ín onze samenleving zelf die vrijheid onder druk zetten – activisten die strijden voor rechten van zwarten, vrouwenrechten, de positie van ‘anders geaarden’ en andere minderheden.
‘Sommige activisten lijden aan ‘slachtofferschap’. Die noemen je een ‘racist’ omdat je niet meegaat in hun argumentatie. Dat vind ik krom.’

We hebben als Nederland toch wel een verleden, dat zeg je zelf. Kunnen we daar niet voor verantwoordelijk worden gehouden?
‘Als land misschien, maar niet als individu. Hoe kan je als blanke Nederlander nou verantwoordelijk gehouden worden voor dingen die zich meer dan honderd jaar geleden hebben afgespeeld, alleen maar omdat je een bepaalde huidskleur hebt? Dat is pas racisme, en bovendien hypocriet. Het is geen non-discussie: het houdt veel mensen bezig, zo blijkt. Al moet ik zeggen dat bepaalde meningen wel worden uitvergroot in de (sociale) media.’

In jouw punten over vluchtelingen en ‘slachtofferschap’ klink je een beetje als Thierry Baudet. Hoe kan het dat jullie toch zo botsen in de Kamer?
‘Ach, dat valt best mee. Ik moet zeggen dat ik het knap vind hoe hij het gedaan heeft. Bij de verkiezingen deden drie nieuwe rechtse partijen mee, hij is de enige die het gered heeft. Ik blijf zijn groei in de peilingen met interesse volgen.’

Zeg, zo vleiend ben je in het debat niet.
‘Het gaat erom dat ik hem tot op heden inconsistent vind. Hij spreekt zichzelf veel tegen en neemt woorden terug. Ik vind het zonde van mijn tijd om na te denken over zijn standpunten als hij ze even later weer intrekt. Op dit moment is hij nog te veel aan het oreren en aan het zoeken naar punten waarmee hij kiezers aan zich kan binden. Ik ben benieuwd waar het landt. Het kan zijn dat ik het allemaal niet snap, hoor, dat ik te dom ben om het grotere verhaal bij Forum voor Democratie te begrijpen, haha.’

Baudet krijgt veel bijval in zijn kritiek op Brussel. Heel veel van wat ons aangaat lijkt niet meer in Den Haag te worden besloten, maar komt uit de koker van Brussel.
‘Ik ben een groot voorstander van Europa maar vind dat we voorzichtig moeten zijn in uitbreiding van onze samenwerking. Voorstanders van een federale superstaat geven vaak nog een vertekend beeld van de verhoudingen. Die komen dan in het Europees parlement met allerlei voorstellen, waarvoor ze vaak niet eens bevoegdheid hebben, en publiceren dan ronkende persberichten alsof het er allemaal door is. In werkelijkheid echter houden lidstaten zelf het laatste woord.’

Toch niet bij de oprichting van de mediawaakhond EU vs Disinfo; Brussel gaat controleren of media ‘nepnieuws’ publiceren?
‘Daar moeten ze ook meteen mee kappen! Al zou die instantie perfect werk leveren en er alleen maar nepnieuws uitvissen, dan nog vind ik het kwalijk. De politiek en overheid worden gecontroleerd door de media en niet andersom. Er blijken nu al allemaal mediapartijen op de zwarte lijst te staan die er helemaal niet thuishoren; dat is ‘fake nieuws’ op zich. Wat nou als je als medium honderd keer nepnieuws hebt gebracht – moet je dan opeens dicht? Ik wil niet in zo’n maatschappij leven en dus wil ik namens de VVD hierover het debat aangaan in de Kamer.’

Denk je daar het verschil te kunnen maken? Inmiddels heeft ook Duitsland maatregelen tegen fake news aangekondigd. Merkel wil media die online onzin verspreiden tot 50 miljoen euro boete geven.
‘Ik vind dat heel zorgelijk. Het is moeilijker om als klein land een vuist te maken tegen de grote buren in Europa. Ik snap ook niet waar ze zich druk om maken. Ik lig er niet wakker van als er iets over mij wordt geschreven wat niet waar is. Mensen hebben zelf het vermogen om te beoordelen of iets klopt of niet. Daar moet je als overheid niet tussen willen zitten. Als blogs als GeenStijl [een van de Nederlandse media die onterecht op het lijstje van EU vs Disinfo vermeld werd, red.] te radicaal worden of te pusherig, dan verliezen ze vanzelf publiek.’

Komende tijd mag je weer overal in het land opdraven. Je bent een van de belangrijkste gezichten in de aankomende verkiezingen.
‘Ja, dat is best wel gek. Eigenlijk zouden de gemeenteraadsverkiezingen over lokale politici en thema’s moeten gaan. Ik moet toegeven, als er landelijke debatten zijn, schuif ik ook gewoon aan.’

In 2012 deed je zelf mee aan de verkiezingen voor de gemeenteraad in je thuisstad Breda. Twee jaar later was je campagneleider voor de VVD bij de gemeenteraadsverkiezingen. Je bent inmiddels bekend met het spelletje…
‘Ja, en dus weet ik dat er lokaal heel wat speelt. Het is niet direct een vertaling van de Haagse politiek. Bijna een derde van de stemmen gaat naar lokale partijen. In de wekelijkse peilingen van Maurice de Hond heeft PVV behoorlijk wat gewicht, terwijl die partij maar in dertig gemeenten meedoet. Daarbij heeft Wilders grote moeilijkheden om geschikte kandidaten te vinden. Ik vind ook de aandacht voor FvD behoorlijk overdreven – de partij staat alleen in Amsterdam op het stembiljet.’

Toch is de opkomst van die partijen, ook op lokaal niveau, opmerkelijk. Is Nederland rechtser geworden?
‘We zijn verstandiger geworden, haha. We zijn in ieder geval een stuk minder verkrampt; tot enkele decennia terug was het not done om rechts te stemmen. Die politieke correctheid raken we gelukkig kwijt. De VVD is in die ontwikkeling een breder publiek aan gaan spreken. Je hoeft niet rijk te zijn om rechts te stemmen; wij richten ons op een verantwoordelijkheidsgevoel – op mensen die iets van hun leven willen maken.’

Zijn die rechtse nieuwkomers een bedreiging voor de VVD?
‘Ik denk het niet. Het staat niet vast dat PVV en FvD groeien ten koste van VVD. Misschien trekken zij wel mensen die normaal niet stemmen maar nu worden verleid om naar het stemhokje te gaan. Sinds Pim Fortuyn zijn wij alleen maar gegroeid. De VVD is inmiddels al jaren de grootste partij van Nederland; dan kan je toch stellen dat we iets goed doen.’

Laatste van Actueel

Man en paard

Over de meest interessante politieke gesprekken lees je niet in de krant

Lang Leve Xi Jinping

Foto: Michel Temer Vanuit Peking doet Sjoerd den Daas verslag voor RTL Nieuws,

Humor met inhoud

Cabaretier Janneke de Bijl vindt zichzelf niet grappig. In ieder geval niet

Brusselse bubbel

Bureaucratisch, stroperig, een moloch, inefficiënt, peperduur, ondemocratisch, elitair. Waar je ook komt,
0 0,00
Go to Top