Kirsten-Hul-PvdA-interview

‘Ik ben echt geen excuustruus hoor!’

in Actueel/Lobby by

Een politieke carrière begin je natuurlijk liever bij een partij die op winst staat. Toch zit Kirsten van den Hul sinds de verkiezingsafstraffing van de PvdA namens de sociaaldemocraten in de Kamer. Bang dat ze niet zal opvallen, is ze niet. ‘Ja zeg, ik ben heus geen excuustruus, hoor!’

‘Het is een pittig begin,’ puft Kirsten van de Hul (1976) enkele maanden na haar aantreden als Kamerlid voor de PvdA. ‘Omdat veel collega’s nog als demissionair minister of staatssecretaris in het zittende kabinet plaatshebben, moeten mijn acht collega’s in de fractie en ik al het werk verdelen. Ik beheer op dit moment de portefeuilles van elf voorgangers.’
De PvdA is afgelopen jaar van 36 zetels teruggezakt naar een magere negen (het moest eerder al twee plekken in het parlement afstaan aan Tunahan Kuzu en Selçuk Özturk en hun nieuwe partij Denk). Die verkleining heeft ogenschijnlijk gevolgen voor de agenda van de partij. ‘Het vraagt om keuzes; je kunt je niet overal ten volle aan overgeven. Ik sta op dit moment voor surrealistische vragen: of ik naar een debat ga over aanpassingen in het onderwijs of dat ik mijn dag besteed aan overleg over de aanpak van ISIS, bijvoorbeeld.’

Excuustruus

Behalve het vele werk als parlementariër valt ook de samenstelling van de Kamer Van den Hul op, en in het bijzonder de afvaardiging van andere partijen. ‘Honderd jaar na de invoering van het Algemeen Kiesrecht voor vrouwen is nog geen derde van alle politici vrouw. Dat stoort me,’ aldus Van den Hul. ‘Ook mensen van kleur zijn er ondervertegenwoordigd.’
Haar eigen partij hanteert een strikt om-en-omprincipe bij de opstelling van verkiesbare plaatsen in de Tweede Kamer: van alle mensen op de lijst moet minstens de helft vrouw zijn. ‘Gender is een kwalitatief criterium,’ meent Van den Hul. ‘Onderzoek wijst uit dat een gelijke man-vrouwverdeling in een organisatie positieve effecten heeft. Er worden meer overwogen beslissingen genomen.’
Niet snel daarna bedenkt het Kamerlid zich. ‘Ja zeg, ik ben heus geen excuustruus, hoor! Ik ben geselecteerd op basis van mijn kwaliteiten: na jaren als opiniemaker, spreker en columniste in de zijlijn te hebben geroepen dat alles anders moest, wilde ik actief meebeslissen.’

Verkiezing

Haar verkiezing in maart gaf Van den Hul een dubbel gevoel. ‘Ik ben natuurlijk heel trots op mijn plekje in de Kamer. Maar tegelijkertijd heb ik van zoveel goede collega-politici en parlementaire medewerkers afscheid moeten nemen. Die moeten nu op zoek naar ander werk, en dat is cru.’
Maar Van den Hul houdt de moed erin. ‘Invloed in het parlement is niet alleen afhankelijk van het aantal zetels. Het gaat ook om je ervaring, je netwerk en het enthousiasme waarmee je ideeën inbrengt en wetten voorstelt. En natuurlijk ook je gunfactor. Het is aan het Binnenhof net de echte wereld,’ lacht het kersverse Kamerlid.
‘Doordat echt grote machtsblokken in de politiek ontbreken, zijn wij als Kamerlid aangewezen op samenwerking met anderen. Je moet voortdurend in overleg. Bij voorstellen is het pas vaak op het allerlaatste moment duidelijk of er een meerderheid te vinden is. Het punt van mijn nieuwe collega in de Kamer, Thierry Baudet, dat het parlement gedomineerd wordt door het ‘partijkartel’, is pertinent niet waar,’ stelt Van den Hul.

Omgeving

Twijfel over het bestaansrecht van sociaaldemocratie heeft Van den Hul niet, in tegenstelling tot een groot aantal journalisten en opiniemakers, van wie een aantal zelfs uit eigen kring. ‘Door de verkiezingsuitslag worden we gedwongen na te denken over hoe we echt het verschil kunnen maken voor de mensen die op ons stemmen,’ stelt ze. Om daar snel aan toe te voegen: ‘Ik ben van nature een optimist: qua ledenaantallen is onze partij de tweede van Nederland. Vele duizenden politici en volgers staan klaar om het bij de Gemeenteraadsverkiezingen volgend jaar opnieuw te proberen. Ons gedachtengoed is nog springlevend.’
Komende jaren ziet Van den Hul confrontaties met Jesse Klaver, de concurrent op links, met vertrouwen tegemoet. ‘Hij heeft met GroenLinks goed campagne gevoerd. Maar in de formatie heeft hij laten blijken over onvoldoende vermogen te beschikken om mee te kunnen regeren.’ Komende jaren krijgt hij het nog hard te verduren in de oppositie, naast ervaren PvdA-Kamerleden als Lodewijk Asscher, Jeroen Dijsselbloem (inmiddels gestopt) en Sharon Dijksma, zegt ze. ‘En met mij natuurlijk!’