Politieke naam: hoe word je bekend in de Kamer?

in Feature by

Het Binnenhof is geen dwaaltuin, al duurt het beslist even voor men weet hoe je van de plenaire zaal het Kamerrestaurant bereikt. Hoe tijgeren de nieuwe Kamerleden door het complexe gebouw, de Haagse procedures en fijne kneepjes van het politieke vak?

De weg van de ingang van het Kamergebouw naar zijn werkkamer kan hij inmiddels moeiteloos vinden en ook de plenaire zaal en het Kamerrestaurant bereikt hij zonder problemen. Maar dat wil niet zeggen dat het complexe pand op het Binnenhof geen geheimen meer heeft voor VVD’er Dennis Wiersma. ‘Als je eens een keer naar de repro moet, dan is het nog steeds: hoe kom je daar ook weer?’

‘Het is heel bijzonder dat je door tweehonderd jaar geschiedenis wandelt en daar helpt dit gebouw aan mee. Het is een gebouw uit verschillende tijden. Oude en nieuwe elementen, het loopt allemaal door elkaar heen. Dat is best symbolisch.’

Wiersma (31) is een van de 58 nieuwelingen die op 15 maart in de Tweede Kamer werden gekozen. Zij verschillen van achtergrond, politieke kleur, motivatie en ambitie. Maar één ding hebben ze gemeen: ze willen een goed en als het even kan bekend en succesvol Kamerlid worden. Hoe pakken ze dat aan? Hoe werken ze zich naar voren? Wat overkomt je als je eenmaal beëdigd bent? Corrie van Brenk (56) was, net als de meeste nieuwkomers, geen volledig onbeschreven blad toen ze op 23 maart als Kamerlid van 50PLUS werd geïnstalleerd. Ze had eerder in de gemeenteraad gezeten voor een lokale partij in Maartensdijk en voor de PvdA in De Bilt. Als bestuurslid en voorzitter van de FNV-bond Abvakabo was ze diverse malen in de Tweede Kamer geweest bij hoorzittingen en rondetafelgesprekken. ‘Daar zat ik als expert. Dan weet je alles van één thema, kinderopvang bijvoorbeeld. Maar nu ik aan de andere kant zit denk ik: oh my God, wat heb je veel onderwerpen. Het is ongelooflijk wat er langskomt in een portefeuille.’
Ook Wiersma kende het Kamergebouw al voor zijn verkiezing. Als voorzitter van FNV Jong kwam hij veelvuldig in contact met politici. Zo leerde hij in 2009 toenmalig VVD-woordvoerder hoger onderwijs Halbe Zijlstra kennen. Hij weet nog dat hij de net vader geworden Zijlstra een slabbetje cadeau gaf. Maar die losse omgang met latere collega’s nam niet weg dat hij diep onder de indruk was toen hij als pasgekozene het Kamergebouw betrad. ‘Het is heel bijzonder dat je door tweehonderd jaar geschiedenis wandelt en daar helpt dit gebouw aan mee. Het is een gebouw uit verschillende tijden. Oude en nieuwe elementen, het loopt allemaal door elkaar heen. Dat is best symbolisch.’

Trukendoos
Voor Tom van der Lee (53) is het veel langer geleden dat hij voor het eerst het Kamergebouw van de binnenkant zag. In 1989 werd hij als erkend gewetensbezwaarde – de militaire dienstplicht bestond nog volop – medewerker van GroenLinks. Hij maakte snel carrière in deze partij: van 1994 tot 2009 was hij politiek coördinator en tevens fractievoorlichter van GroenLinks. Hij fungeerde als rechterhand van de partijleiders Paul Rosenmöller en Femke Halsema. In maart keerde hij – na een jaar of acht voor ontwikkelingsorganisatie Oxfam Novib te hebben gewerkt – terug in de Kamer, maar nu als Kamerlid. Ook voor hem een gloednieuwe positie.

‘Je leeft in een glazen huis. En je moet het ter plekke bedenken terwijl je het doet. Dat is ingewikkeld, temeer omdat je jezelf niet bezig kunt zien. Je kunt later nog weleens iets terugkijken, maar je kunt jezelf niet live becommentariëren.’

‘Ik had natuurlijk déja-vu-achtige gevoelens. Veel gezichten waren bekend. En eigenlijk was er in het functioneren van de Kamer ook weinig veranderd. Het reglement van orde bleek nog vrijwel hetzelfde als tien jaar terug. Maar Kamerlid zijn is toch echt iets anders. Er is een groot verschil tussen iemand adviseren en de dingen zelf doen. Want nu staat er veel meer druk op. Je leeft in een glazen huis. En je moet het ter plekke bedenken terwijl je het doet. Dat is ingewikkeld, temeer omdat je jezelf niet bezig kunt zien. Je kunt later nog weleens iets terugkijken, maar je kunt jezelf niet live becommentariëren.’
Zelfs voor een Binnenhofroutinier als Van der Lee blijkt het Kamerlidmaatschap dus een nieuwe belevenis. Maar één ding kon hij na zijn beëdiging overslaan: de kennismakingscursussen die de Kamer voor de nieuwe lichting organiseert. Waar je leert hoe de ingewikkelde Haagse procedures werken, hoe je moties en amendementen moet indienen en wat bijvoorbeeld het verschil is tussen een plenair debat in de grote vergaderzaal en een ao’tje (algemeen overleg, een vergadering van een Kamercommissie in een kleiner zaaltje). Tijdens die cursussen worden je ook de fijnere kneepjes bijgebracht om als Kamerlid te ‘scoren’ en je naam in de publiciteit te krijgen.
Wat dat laatste betreft: Van Brenk en Wiersma noemen spontaan dezelfde truc, opgedaan tijdens zo’n scholingsbijeenkomst van de Kamer. Als je als Kamerlid in een ao’tje een plenair debat wil aanvragen moet je zorgen dat je naast de voorzitter van de Kamercommissie komt te zitten. Dan krijg je als eerste het woord en kun je het vervolgoverleg ‘op je naam brengen’. Wiersma weet nog goed hoe hij dat voor het eerst probeerde, in een ao over het middelbaar beroepsonderwijs. ‘Ik kwam tien minuten te vroeg, maar vier of vijf woordvoerders zaten er al. Als eerste bleek een collega van GroenLinks te zijn gearriveerd, die was er al minstens een halfuur van tevoren. Dus om die trucjes succesvol toe te passen, dat vergt wel wat.’

‘We hebben nu tijdelijke portefeuilles tot er een nieuw kabinet zit en de zittende mensen zijn blijven doen wat ze deden. Het echte gevecht moet misschien nog komen.’ Naast geduld en sluwheid is ook een portie geluk vereist om als Kamerlid te slagen, weet Van der Lee, die jaren de tijd had om het politieke spel van nabij te bestuderen.

Politiek geluk
De ondervraagde Kamerleden ontkennen met klem dat ze zich hebben moeten invechten in hun fractie, dat er een felle strijd nodig was om de meest begeerde portefeuilles toebedeeld te krijgen. ‘Ik heb geen elleboog gevoeld,’ zegt Wiersma. En Van Benk: ‘Er werd gewoon gekeken wie welke kennis had. Maar tja, in een kleine fractie krijg je natuurlijk altijd wel iets leuks. Ik heb nu Werkgelegenheid, Infrastructuur, Milieu en Onderwijs. In een grotere fractie had ik misschien Visserij gekregen.’
Wiersma, lid van de veel grotere VVD-fractie, is daarentegen ook dik tevreden met zijn aandachtsgebieden: Onderwijs en Arbeidsmarkt. Al moet hij erkennen dat de verdeling bij de VVD nog niet definitief is: ‘We hebben nu tijdelijke portefeuilles tot er een nieuw kabinet zit en de zittende mensen zijn blijven doen wat ze deden. Het echte gevecht moet misschien nog komen.’
Naast geduld en sluwheid is ook een portie geluk vereist om als Kamerlid te slagen, weet Van der Lee, die jaren de tijd had om het politieke spel van nabij te bestuderen. ‘Je moet toeslaan op het moment dat er in jouw portefeuille interessante dingen gebeuren. Dat heb je niet allemaal in de hand. Deze – heel eervolle – functie kan sommigen enorme stress bezorgen. Er zijn grote verwachtingen, ook van de mensen om je heen, en je moet de werkdruk aankunnen qua gezondheid. Ik heb wel gezien dat nieuwe Kamerleden eraan onderdoor gingen. Je moet goed nadenken voor je deze stap zet en je kunt je er ook op verkijken.’