Het probleem van de progressieven

in Actueel/Politiek by

Het probleem van partijen als GroenLinks, PvdA en zeker ook D66 is dat ze zich laten verleiden door marketeers. Die snelle Excell-rekenaars hebben vooral oog voor kortetermijnwinst en vergeten nog weleens dat de kiezer ook langetermijnperspectieven verlangt. Zonder stevig programma zijn de progressieve partijen ten dode opgeschreven, stelt columnist Teddy C.

Door: Teddy C.

In maart had ik een verkiezingsfeestje van D66 in Utrecht. En dat was me nogal een avond; waar uitzinnige partijleden nog geen jaar eerder dansten van geluk om de kapitale winst in de landelijke stemronde, overheerste in het achterafzaaltje in de Domstad vooral ongeloof.

De democraten moesten flink inleveren, vooral in de grote steden. Sommige partijleden kleefden uitgeteld aan de muur en werden door collega’s overeind geholpen. Anderen verlieten voortijdig de zaal. Iets na achten werd de cd met overwinningsmuziek tot spreekvolume teruggedraaid, en even later zwegen ze zelfs helemaal.

Aan de bar deed een groepje ambitieuze bestuurders zijn opperste best om zelfverzekerd over te komen. ‘Wij zijn nog altijd de grootste middenpartij van het land, we gaan gewoon door!’

Programmafetisjisten en Excell-fanatici
Politiek is al lang niet stoffig meer, maar is een moderne industrie geworden. Afgelopen jaren heeft zich achter de schermen een enorme strijd tussen de oude en nieuwe generatie afgespeeld bij de grote partijen, in het bijzonder bij de progressieven – lees: GroenLinks, PvdA en vooral ook D66. Tussen geduldige idealisten, wetenschappers en programmafetisjisten voor wie politiek een zaak van lange adem is, en jonge marketeers die er heilig van overtuigd lijken dat peilingen te sturen zijn en kiezers gemobiliseerd en beïnvloed kunnen worden met snelle acties en gelikte reclametrucs.

Die laatste groep lijkt vooralsnog aan de winnende hand. De invloed van marketeers rijkt in ieder geval veel verder dan alleen de campagne van de grote bewegingen, het maken van kleurrijke posters, pakkende slogans en het uitdenken van een verkiezingsstrategie; het werkterrein van de voormalige communicatiemedewerker. Excell-fanatici hebben inmiddels een eigen bureau in de Kamer en zijn betrokken bij zo’n beetje alles wat naar buiten komt: van ronkende Twitter-berichten waarmee kiezers verleid moeten worden tot het praatje van fractieleiders. Ja, zelfs het te woord staan van de pers door partijleden worden keurig gedicteerd. De programmamakers hebben het nakijken.

Politiek is al lang niet stoffig meer, maar is een moderne industrie geworden

Even na de gemeenteraadsverkiezingen lekte uit dat marketeers van D66 een bericht uit hadden laten gaan naar alle democraten die van plan waren om de uitslag op een van de D66-bijeenkomsten in het land bij te wonen. ‘Wees niet té kritisch over de concurrentie. Blijf rustig en positief. Als we ons als winnaar gedragen, worden we als winnaar gezien,’ aldus het voorschrift. Het verklaart het slechte toneelspel in Utrecht. Politici lijken zich maar moeilijk een rol aan te laten meten, vooral als ze een flinke afrekening van het publiek hebben te incasseren. Het komt nogal geforceerd over.

Cambridge Analitica
Politieke marketing is een begrip uit de VS. Daar lijkt helemaal niets meer spontaan in het politieke spel. Alles wordt uitgedacht en onderzocht; van de grapjes, de houding van kandidaten en het taalgebruik op het podium tot de zorgvuldig voorbereide werkbezoekjes waarbij journalisten worden verwacht.

Meest opvallend is de enorme online-investering om gedrag van kiezers te peilen en hun oordeel te kleuren. In verkiezingstijd, maar ook ver daarbuiten. Het schandaal rond Cambridge Analitica – een marketingbureau dat door Donald Trump werd ingeschakeld om zijn tegenstander Hillary Clinton met gebruik van illegaal verkregen persoonlijke gegevens van miljoenen gebruikers op Facebook zwart te maken – is slechts het topje van de ijsberg van de internetoorlog die tussen machtige politieke concurrenten wordt uitgevochten. Dagelijks worden miljoenen nieuwsbrieven, voicemailberichten en Whatsappjes vanaf het Capitool verstuurd om de publieke opinie gunstig te stemmen. Met ‘big data’, internetgegevens van potentiële kiezers, komen iedere dag weer nieuwe rapporten tot stand van denktanks, politieke actiegroepen en activisten.

Klaver had de nieuwe Nederlandse hoop moeten worden, maar werd de Jessias genoemd, en dat was geen compliment

Social media-tycoon Mark Zuckerberg belooft beterschap, of in ieder geval toonde hij zich ten overstaan van de parlementaire onderzoekscommissies in Washington en Brussel bereid harder tegen verspreiders van propaganda, of nepnieuws, op te treden. De vraag is of politieke marketeers daar een boodschap aan hebben. De meesten lijken juist gemotiveerd om nog slimmer op internet actief te worden, lees: om buiten het zicht van het publiek te opereren.

Jessias
Het fenomeen van politieke marketing heeft sinds 2000 zijn intrede gedaan in Europa, en ook in Den Haag, maar lijkt minder succesvol dan in de VS. Niet alleen politici en partijleden storen zich aan deze moderne koers, de veelal opgelegde vrolijkheid en gemaakte modernisering. Ook het publiek is niet zo gemakkelijk als verwacht voor de ‘Amerikaanse manier van campagnevoeren’ te porren. Het komt allemaal een beetje nep over.

Zo hadden de medewerkers van Rutte waarschijnlijk anders verwacht toen zij hun politiek leider in een campagnespotje lieten uitspreken dat ‘we in een ongelofelijk gaaf land wonen’. Herinner je je het optreden van PvdA-burgermeester Ahmed Aboutaleb nog waarin hij stelde dat Syriëgangers en radicale moslims maar gewoon ‘moeten oprotten’? Ook al geen al te beste beurt. Net als de uit Canada afgekeken campagnestrategie van GroenLinks bedoeld om Jesse Klaver als inspirerende jonge GroenLinks-god te positioneren. Met opgestroopte mouwen en publiek achter zich dat bij elke zin luid applaudisseerde. Nederland stond erbij en keer ernaar. Klaver had de nieuwe Nederlandse hoop moeten worden, maar werd de Jessias genoemd, en dat was geen compliment.

Resultaten uit het (recente) verleden
Ik geef het toe: ik heb niet zo veel met marketeers. Mensen die denken dat ingewikkelde maatschappelijke ontwikkelingen met een paar drukken op de knop in cijferreeksen te vatten zijn en daar nota bene ook nog conclusies uit trekken voor de toekomst. Mijn grootste punt van kritiek is dat de meeste voorspellingen veelal gebaseerd zijn op de korte termijn; op wat er de voorbije week, maand of – heel af en toe – het afgelopen jaar is gebeurd. Marketing gaat bovendien voor de regel, niet voor de uitzondering. Terwijl politiek, een mensenbusiness, gekenmerkt wordt door randgevalletjes en onvoorziene omstandigheden.

Van ronkende Twitter-berichten waarmee kiezers verleid moeten worden tot het praatje van fractieleiders

Dan maar de Donorwet
Het is dan ook een enorme teleurstelling om te zien dat grote partijen zich toch, ondanks het manco in de reclameberekeningen, in belangrijke mate laten sturen door marketeers. D66 voorop. Afgelopen jaren gaf Pechtold er met zijn club in het parlement al een van zijn laatste kroonjuwelen, het referendum, voor op.

‘Als we minder dogmatisch zijn,’ bezwoeren mensen om hen heen, ‘zijn we toegankelijker voor een breder publiek en maken we meer kans om ons succesvol door de formatie heen te slaan. Bovendien zijn er voldoende andere punten waarmee we eenmaal in het kabinet goede sier kunnen maken, bijvoorbeeld de Donorwet – daar is niemand op tegen.’ De marketeers kregen gelijk. Al was het maar voor even. Het standpunt van ‘regeren boven alles – maakt niet uit hoe en met wie’, wordt door de verweesde bevolking genadeloos afgestraft.

D66 heeft sinds de Tweede Kamerverkiezingen met haar beleid een gestage val in de peilingen ingezet. Met als voorlopig dieptepunt de uitslag bij de lokale verkiezingen. De democraten worden weinig consistent bevonden, hun leider onbetrouwbaar. En dat hadden zelfs de meest toegewijde rekenaars niet kunnen bevroeden.

Opheffing
Aan het Binnenhof doet het gerucht de ronde dat de democraten in hun stormachtige geschiedenis tot drie keer toe een opheffingsbijeenkomst hebben belegd. Maar dat het niet tot een einde is gekomen, omdat er onvoldoende leden op kwamen dagen. Ik vrees dat het, bij het ontbreken aan langetermijnperspectief, een volgende keer misschien wel raak is. ‘Zo erg is het allemaal niet: onze politiek blijft overeind,’ zullen de aanwezigen zeggen, ‘we blijven positief.’ Aan hen opgedragen door ijverige marketeers.

Laatste van Actueel

0 0,00
Go to Top