Escher: uit de context

in Eropuit/Vrij by

Aan het eind van zijn leven werd de wereldberoemde graficus M.C. Escher (1898-1972) door zo’n beetje de hele wereld omarmd. Terecht natuurlijk, al begreep hij zelf niet altijd hoe die bewondering in elkaar stak. ‘Ik wandel steeds in raadselen,’ verzuchtte hij eens. ‘Er komen telkens jongelui die zeggen: “U maakt popart. Maar ik weet helemaal niet wat dat is, popart.’

Door Addie Schulte

Toch was de bewondering uit die hoek ook weer niet zo verbazingwekkend. Popart ontregelt, rukt de bekende wereld los uit zijn normale context, vervormt de werkelijkheid, dwingt ons met andere ogen te kijken naar wat we al kennen. En precies dat gevoel wilde ook Escher bij zijn toeschouwers oproepen. Hij wilde ons misleiden en op het verkeerde been zetten. Althans, zo is het met het werk dat we allemaal zo goed kennen: de geometrische, wiskundige houtsneden en lithografieën. Escher speelde bewust een spel met de kijker. Op het eerste gezicht lijkt er niets vreemds aan de hand. Een kasteel of een trappenhuis, de wiskundige ruimtes waarin alles lijkt te kloppen, maar die je tegelijk het niet af te schudden gevoel geven dat je door de kunstenaar bedonderd wordt. En hoe langer je kijkt, hoe minder je er soms van begrijpt.

De basis voor het grote succes legde Escher (geboren in Leeuwarden, getogen in Arnhem) echter al veel vroeger. In de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw, toen hij in Rome woonde. Altijd was hij onderweg. Soms in de Italiaanse hoofdstad zelf, met een opklapstoel stoel en een zaklamp, liefst midden in de nacht om schetsen te maken. Maar vaker trok hij juist de natuur in, ging hij te voet door het landschap, en als het zo uitkwam per ezel. Altijd gewapend met fototoestel en schetsboek. Met een onstuitbare gretigheid trok hij het land door, van het noorden tot het zuiden, inclusief Sicilië. Hij reisde naar Spanje, woonde nog een tijdje in Zwitserland (tot 1937 ongeveer) en België (tot 1940), waarna hij in 1941 in Baarn neerstreek. En overal maakte hij foto’s en schetsen. De schetsen – van bergdorpjes, landschappen, dieren en bloemen – werden geduldig omgezet in tekeningen; de tekeningen lagen op hun beurt aan de basis van houtsneden en litho’s.

‘Hoe langer je kijkt, hoe minder je er soms van begrijpt’

Aan het werk uit deze periode vallen drie dingen op, zo maakt de expositie Escher op reis in het Fries Museum in Leeuwarden duidelijk. 1: hoe mooi en veelzijdig het (veel onbekendere) werk van de jongere graficus wel niet is. 2: hoezeer Eschers reizen zijn later werk hebben gevormd en beïnvloed. En 3: hoe organisch het meer realistische, landschappelijke werk van voor de oorlog overgaat in zijn latere geometrische patronen. In die zin is de tentoonstelling meer dan geslaagd; we krijgen een prachtige inkijk in de ontwikkeling van de kunstenaar.

Als bonus rukt het museum de kunstwerken ook nog los uit de context waarin wij ze tegenwoordig (helaas) te vaak zien: die van het beschuitblik in de studentenkeuken. Gelukkig maar.

Ook mooi: midden in de expositie is Eschers werkplek nagebouwd, inclusief persoonlijke voorwerpen die hij gebruikte om zijn kunst te maken. Aan de glazen bol uit zijn beroemde zelfportret uit 1935 is overigens ook gedacht; je kunt er een selfie mee maken.

Fries Museum, Leeuwarden
t/m 28 oktober
De audiotour is ingesproken door acteur Pierre Bokma

Laatste van Eropuit

Rondje Friesland

Een onverwachte maar nogal klinkende aanprijzing van Lonely Planet afgelopen maand: Friesland
0 0,00
Go to Top