Mijke-de-jong

Eindelijk erkenning voor filmgrootheid

in Buis/Cult by

Regisseur Mijke de Jong wordt door recensenten en vooral de buitenlandse pers geroemd als een van de belangrijkste filmmakers van Nederland, maar bij het eigen publiek geniet ze slechts beperkte bekendheid. Een Oscar moet daar verandering in brengen.

Tekst: Floris Müller

Hollands glorie in Hollywood. Als het even meezit mag Mijke de Jong volgend jaar de prijs voor de beste buitenlandse film bij de Oscaruitreiking in het Dolby Theatre in ontvangst nemen. Oké, Layla M., de alom geprezen film van de regisseur-scenarioschrijver moet nog wel in september door een 18-koppige vakjury als Nederlandse inzending geselecteerd worden. De verwachtingen zijn echter hooggespannen. Deze zomer nog sleepte De Jong met haar meesterwerk over een radicaliserend Marokkaans meisje in Amsterdam de prestigieuze Fritz Gerlich-mensenrechtenprijs in de wacht op het filmfestival in München en eind 2016 kreeg ze de Angela Award in het Ierse Kilkenny. Nog eerder werd de film genoemd als belangrijke kanshebber voor de grote prijs van het filmfestival in Toronto.

Te veel gedoe
De buitenlandse filmpers is laaiend enthousiast over De Jong en haar meest recente film. The Hollywood Reporter noemde het werk waardevol en eerlijk. ‘De Rotterdamse zet iedereen aan het denken’, schreef The New York Times. In Nederland lopen we echter nog niet echt warm voor haar. Er verschijnen weliswaar lovende reacties en berichten als De Jong weer eens een onderscheiding in ontvangst mag nemen, maar het grote publiek is nog matig bekend met de regisseur en haar belangrijkste films. Er is geen fanclub in de polder voor wellicht de allergrootste Nederlandse filmmaker van afgelopen 25 jaar. Wat heet: zelfs een Nederlandse vertaling van haar Wikipedia-pagina ontbreekt. De belangrijkste verklaring voor die onbekendheid in eigen land is wellicht het soort producties dat De Jong draait: zware films waarin maatschappelijke thema’s en persoonlijke strijd de boventoon voeren. Niet de snelle wegkijkers waar de meeste bioscoopgangers het liefst een kaartje voor kopen.

Hartverscheurend, een van haar eerste werken uit 1993, gaat over de onmogelijke liefde tussen twee dertigers in het Amsterdam van de jaren negentig. Het is een film waar je echt even voor moet gaan zitten. In het vier jaar later gelanceerde Broos, een verfilming van toneelstuk Vrouwen Decamerone van Julia Voznesenskaja, brengt ze een ruzie tussen vijf zussen in beeld: ook niet echt een garantie voor een ontspannen bioscoopavondje. En met Bluebird uit 2004 doet ze een goede poging om pesten bespreekbaar te maken: waardevol voor het publieke debat, maar te zwaar voor het grote publiek.

Om haar boodschap over te brengen, investeert De Jong vooral in de acteerprestaties van de hoofdrolspelers, want ze heeft een broertje dood aan stilistische trucs en ingewikkeld camerawerk. ‘Dat vind ik te veel gedoe’, zei ze twintig jaar terug al aan een journalist van een Nederlandse filmkrant. ‘In mijn werk zijn alle disciplines ondergeschikt aan het spel.’ Het levert bijzondere films op, cinematografische werken die aan kunnen voelen als een documentaire, maar dus niet direct kaskrakers.

Onkruit
Het is ook niet het doel van De Jong om populair te worden; ze wil vooral een verhaal vertellen aan iedereen die het maar wil horen. Dat zij daarvoor film als medium gekozen heeft is afgaand op haar cv haar tweede keuze. De Jong studeerde eind jaren zeventig allereerst aan de sociale academie voor ze een overstap maakte naar de filmschool van Amsterdam. ‘Ik wist niets van filmproducties, had zelfs geen enkel idee wat een 16-millimeterfilm was toen ik aan mijn eerste lessen begon’, verklapte ze enkele jaren terug aan een journalist.

De Jong maakte als twintiger deel uit van de kraakbeweging en werd zelfs een van de gezichten van de beruchte actiegroep Onkruit. Begin jaren negentig verruilde ze het botte protest van de straat voor het milde protest van haar films. ‘Ik heb ervoor gekozen om met zachtheid de wereld te veranderen’, liet ze in 1993 optekenen. Niet dat ze een gezapige filmmaker is geworden. Haar producties, maar ook de presentatie ervan, staan garant voor confrontatie. Voor de lancering van Layla M. koos De Jong niet toevallig voor Theater de Meervaart in Osdorp, een moeilijke buurt waar de problematiek uit de film niet zelden aan de oppervlakte komt. Bij de première in november 2016 waren behalve de acteurs Nora El Koussour en Ilias Addab ook de ambassadeur van de film Bud Wichers aanwezig, een oorlogsjournalist die gewond raakte bij zijn werk in Irak.