Interview: De Rothschild’s

in Actueel/Maatschappij by

Bernie slaagde er in zich zelf uit te laten nodigen door Philippe Baron de Rothschild, een van de meest invloedrijke telgen die ondernemer de champagne-poot van de familiedynastie bestiert. Voor een gesprekje in zijn Parijse appartement aan de Champs Elysees.

Hadden we niet beter af kunnen spreken in uw werkpaleis, het zogenoemde Chateau de Rothschild, even verderop in Parijs?

Ik vind dit onderkomen het prettigst om mensen te ontvangen. Het klopt dat mijn familie vele stadspaleizen en buitenhuizen heeft laten bouwen. In Frankrijk, Italië, Oostenrijk, de VS en Groot-Brittannië. De meesten in de zo kenmerkende De Rothschild-stijl. Aan het eind van de negentiende eeuw, op het hoogtepunt van onze roem en rijkdom, bezaten we echter veel meer: vele honderden imposante paleizen. Daarvan zijn veel gesloopt en verkocht. De vijftig of zestig overgebleven gebouwen moeten we nu delen met 300 familieleden.

U wilt toch niet zeggen dat het Rothschildkapitaal door de groei van uw familie aan het verwateren is?

Nee, wij zijn nog altijd zeer vermogend. Zelf als zou je het over alle familieleden verdelen. Volgens sommigen hebben wij vele honderden miljarden. Hoeveel het precies is, kan ik niet zeggen. Ik weet niet wat we precies allemaal aan investeringen hebben uitstaan en wat alles waard is. Om eerlijk te zijn vind ik het ook niet echt interessant; wat is rijkdom? Wat zegt het over je manier van leven. De een voelt zich vermogend met een miljoen op de bank. De ander pas met 200 miljoen. Leef je anders met 1 miljard of het duizendvoudige?

Veel interessanter vind ik het feit dat we al zo lang vermogend zijn, dat we in staat zijn gebleken om alles bij elkaar te houden. Sinds de oprichting van de Rothschild Bank door pater Mayer Amschel Rotschild medio achttiende eeuw. Qua ouderdom worden wij als invloedrijke familie nog alleen voorbij gestreefd door het Middeleeuwse geslacht De Medici.

Uw familie heeft toch ook tegenslagen gekend; twee van de vijf takken [die voort gekomen zijn uit de vijf zoons van de stamvader van de bankiersfamilie] zijn uitgestorven.

Mede door de Tweede Wereldoorlog. Maar ook minder lang geleden, hebben we ongeluk gehad; in 1981 bijvoorbeeld toen de Franse staat onze familiebank nationaliseerde. Dat is een enorme klap geweest voor ons; het heeft heel veel moeite gekost om een nieuw opgerichte financiële instelling weer op oude hoogte te krijgen…

De De Rothschild Group is tegenwoordig een van de grootste financiële spelers in Europa

Mijn oom Eric Baron de Rotschild begon dat nieuwe bankbedrijf in 1985; enkele jaren nadat president François Mitterand ons familiebedrijf confisqueerde. Eric moest helemaal opnieuw beginnen. Ik kan me goed herinneren dat mensen hem zelfs na tien jaar voor gek verklaarden. Dat ze zeiden ‘geniet toch van wat je hebt, in plaats van steeds het onmogelijke te willen doen.’ Inmiddels blijkt Erik goed te hebben gegokt: het bedrijf – zowel de bank als de investeringstakken – blijft groeien. Wij hebben inmiddels ruim 3.000 man in dienst in bijna 42 landen. We hebben er heel hard voor moeten werken; zonder inspanning kom je nergens. Maar we hebben uiteindelijk wel een tweede kans gekregen…

Als een De Rothschild maak je nou eenmaal sneller carrière dan een willekeurige andere ijverige bankier.

Mijn oom Edmund schreef eerder dit jaar in The Times dat onze familienaam deuren opent. En daar ben ik het wel mee eens. Een eigen voorbeeld: enkele jaren terug kocht ik een school om zeker te zijn van een goede opleiding voor mijn kinderen. Dat ging relatief gemakkelijk; de lening was in no-time rond en ook bleek personeel snel gevonden. Iedereen geloofde van het eerste moment dat het een succes zou worden. Mijn familie heeft een enorm netwerk, waardoor we bij het ontwikkelen van bedrijven gemakkelijk bij de juiste mensen uitkomen. Maar je moet het potentieel ook niet overdrijven; meer dan een voet tussen de deur is het niet. Onze familienaam kan ook tegen ons werken: mensen hebben al snel een beeld van ons, over hoe wij te werk gaan en wie wij zijn. Mijn vrienden van Harvard zeiden altijd: je creëert je eigen geluk. Ik geloof daar ook in.

Zit uw familie eigenlijk nog in de goudhandel?

Niet meer. In de negentiende eeuw en twintigste eeuw hadden we hele grote belangen in goud waarmee we in staat bleken om de markt te sturen. Je zou kunnen beargumenteren dat wij door onze posities ook aanzienlijke economische invloed hadden omdat tot in de jaren zeventig veel nationale munten gekoppeld waren aan de goudprijs (de zogenoemde Gouden Standaard). Enkele decennia terug hebben wij die posities echter voor het grootste deel verkocht.

Hoe zit dat met uw aandeel in de diamanthandel. Had u niet een belangrijk deel daarvan in handen?  

Neen. Niet meer in ieder geval; ons aandeel daarin is ook jaren terug verkocht. Wij houden ons nu vooral bezig met bankzaken, investeringen, wijn en champagne.

Er wordt gezegd dat uw familie als bankiers van edelen en overheden directe invloed heeft gehad op de politiek in Europa in de achttiende, negentiende en twintigste eeuw.

Dat is vooral de tweede generatie bankiers geweest; die zich op aandringen van de stamvader van de familie in alle landen van het continent vestigden. En al snel doordrongen tot aan het hof in zo’n beetje alle Europese staten. Als koningen en presidenten met elkaar in gesprek wilde komen, wenden zij ons familienetwerk aan. De De Rothschild’s waren informele ambassadeurs. Overigens ging het ook verder dan alleen netwerken; het feit dat de familie zo internationaal was, sterkte het beeld van neutrale bankiers. Vooral in vergelijking met machtige financiers in Frankrijk, Duitsland en Groot Brittannië. Dat heeft er voor gezorgd dat de familie al snel grote projecten in handen kreeg; de stichting van staten en de gehele financiële huishouding die erbij kwam kijken en het financieren van oorlogen, onder meer de Napoleontische Oorlogen aan het begin van de negentiende eeuw. Ik denk overigens niet dat de familie uit was op politieke macht an sich, maar hun macht inzetten om economische belangen te beschermen en te versterken. Het was vooral een middel.

Dat soort praktijken zijn tegenwoordig aan banden gelegd, toch?

Ik weet dat sommige familieleden uitgenodigd worden om politici en bestuurders wereldwijd te adviseren. Maar daarin zijn wij al lang niet meer alleen; overheden wereldwijd maken gebruik van de kennis van invloedrijke mensen uit de zakenwereld. Daarbij gaat het overigens een kant op; wij krijgen er geen politieke invloed voor terug.

Lady Lynn Forrester De Rotschild, een in de VS wonend familielid, organiseerde vorig jaar een top in Londen. Met een indrukwekkende gastenlijst met daarop zwaargewichten als directrice Christine Lagarde van het IMF. Wilt u nog steeds beweren dat uw familie geen politieke invloed heeft?

Wij zijn in staat om snel grote namen aan te trekken. Dit soort evenementen vinden iedere dag plaats; overal ter wereld. Er is niets bijzonders aan. Wij zijn er niet op uit om achter gesloten deuren onze economische invloed te vergroten. Maar om problemen van deze tijd te bespreken, zoals de gevolgen van de economische crisis – de verschillen tussen rijk en arm, tussen succesvol en kansloos. Die spanningen dreigen tot een uitbarsting te komen.

Voelt u zich bedreigd; net als in 1981 toen uw familiebedrijf werd afgenomen?  

Nee, dat was politiek. Dat wij zo vermogend zijn, maakt ons nog niet ongevoelig voor onrecht of ongelijkheid. Wij steken heel veel energie in goede doelen. In Israël, Frankrijk en Engeland. En elders in de wereld.

Dat bent u als een van de meest vermogende families ter wereld ook een beetje verplicht…

Geld maakt heel veel mogelijk, dat is zo. Maar het beperkt ook; het is mijn plicht om de familiereputatie in stand te houden. Om niet te veel met onze rijkdom te pronken, maar om vooral stijl uit te stralen. En gevoel voor schoonheid en kunst.

Over kunst gesproken, uw familie heeft ook nog eens de grootste private kunstcollectie ter wereld in handen. Klopt het dat u hoofdcontributeur bent van onder andere het Louvre in Parijs en het New Yorkse MoMo?

Een deel van de familiecollectie – die is opgebouwd door Edmond de Rothschild – is in 1935 aan het Louvre geschonken. Tegenwoordig hebben wij een hele gevarieerde mix van kunstwerken. Van filmrechten – het John Houston Label – tot antieke geschriften en heel veel schilderijen. Vooral van Picasso, Miró en Tàpies.

U loopt niet echt te koop met die bezittingen. Draagt die zweem van geheimzinnigheid niet bij aan alle verhalen die over uw familie de rondte doen?

Er wordt zoveel gepraat door de mensen. Ik zie het niet als taak om alle complottheorieën die er bestaan – er zijn boeken volgeschreven – te ontkrachten. Mensen blijven altijd jaloers; of je nou De Rothschild heet, of Bill Gates of Richard Branson. Branson.

Vooral antisemieten hebben het op u gemunt. Uw familie is het toonbeeld van de machtsbeluste jood voor sommigen.  

Natuurlijk maak ik mij zorgen over antisemitisme. Maar ik voel mij niet in het bijzonder bedreigd. Ook niet door de recente opleving – onder meer in Frankrijk waar Front National in de Europese Verkiezingen een van de grootste partijen geworden is. De meeste extremisten in Europa zijn tegenstemmers; geen verbeten xenofoben.

Uw oom Edouard Baron de Rothschild heeft onlangs de Franse krant La Libération gekocht. Trekt hij daarmee niet ongewild heel veel aandacht naar zich toe?

Er is behoorlijk wat discussie geweest over die overname. Sommige familieleden wilden de aankoop blokkeren omdat het medium ons een politiek kracht zou maken. Dat willen wij kost wat kost voorkomen. Wij hebben niets met politiek; of in ieder geval niet naar buiten toe. Uiteindelijk zijn de critici in de familie overstemd. Die moeten zich bij de wens van de meerderheid neerleggen.

Even een leuker onderwerp; champagne!

Haha. Ja, dat is sinds een paar jaar helemaal mijn vakgebied. Ik run het familie champagnebedrijf; een samenwerking van alle takken van De Rothschild. En daarmee ook een uniek project. Onze familie heeft al eeuwen lang een bijzondere relatie met champagne; we drinken het graag en veel. Mijn grootvader Philippe was eens voor 30 procent eigenaar van het vermaarde huis Ruinard en heeft geprobeerd zijn eigen label op te zetten. Maar zonder veel succes.

En waarom zou u dan nu wel succes hebben?

Hoewel de meeste champagnebedrijven geen familiebedrijven meer zijn, is het wereldje erg klein. Iedereen kent elkaar. Nieuwkomers worden aanvankelijk op afstand gehouden. Pas als ze doorhebben dat je er niet voor het snelle geld in zit, maar dat je op lange termijn wilt investeren, komen ze naar je toe. Het heeft bij ons tien jaar geduurd, maar nu willen druiventelers graag met ons samenwerken. Wij hebben bijna 30 hectare grond en enkele beroemde wijnmakers in dienst. Dat wij een familiebedrijf zijn, wordt door alle betrokkenen gewaardeerd.

Onze eerste flessen werden zes jaar geleden geproduceerd. Die hebben we verkocht in Japan, Zwitserland en Nederland. Jullie land is misschien klein, maar er wordt heel veel champagne gedronken. Later hebben we ook voet aan de grond gekregen in andere landen. We verkopen nu 300.000 flessen per jaar en zijn een middelgrote speler. Over zes jaar kan dat aantal verdubbeld zijn. Maar groot worden is niet ons doel.

Niet?  

We willen ons concentreren op kernmarkten, zeg ongeveer 8 of 9 landen waar we 80 procent van onze handel uit halen. De Rothschld Champagne hoeft geen groot merk te zijn. Als het maar goed is.

Worden uw kinderen al klaargestoomd om het van u over te nemen in de Champagnehandel, of kiest u voor een financiële carrière voor uw nageslacht?

Ik zou het leuk vinden als mijn dochters van 21 en 22 en mijn zoon van 14 later in de champagne doorgingen. Maar ik laat het helemaal aan henzelf over. Ik vind het belangrijk dat ze eerst iets van de wereld zien, en hun eigen interesse ontwikkelen. Zolang ze maar zorg hebben voor de erfenis van de familie. En de naam die het met zich meebrengt.