Category archive

Politiek - pagina 6

De opkomst van alt-right

in Politiek by

De term alt-right valt steeds vaker. Maar wat is alt-right precies en waaruit bestaat deze beweging? Een eenduidig antwoord lijkt nog niet zo eenvoudig.

Door: David Frankenhuis
Fotografie: Gage Skidmore

Stay Right!

5x Bernie voor maar € 34,95
Klik HIER voor een abonnement of
bel  
0900 – 226 52 63

‘Jullie zijn onderdeel van een wereldwijde beweging, we hebben de geschiedenis aan onze kant.’ Deze woorden komen uit de mond van Steve Bannon, de voormalige topadviseur van de Amerikaanse president Donald Trump en verder bekend van website Breitbard. De Amerikaan deed deze recente uitlatingen echter niet in zijn moederland maar in het noorden van Frankrijk, waar hij te gast was bij een bijeenkomst van het rechts-populistische Front National, de partij van Marine Le Pen.
Bannon is een van de prominentere figuren uit wat bekend is komen te staan als ‘alt-right’, een relatief nieuwe en bovenal felomstreden tak binnen het spectrum van politiek rechts, waartoe voorheen vooral stromingen als het (religieus) conservatisme, liberalisme, nationalisme en extreemrechts populisme werden gerekend. Het alternatieve rechts bestaat zowel in Europa als in de Verenigde Staten, maar het blijkt geen eenvoudige opgave om de stroming af te bakenen.
Gaat het om een groep vrouwenhatende racisten of betreft het onschuldige patriotten? Omarmt de club thema’s als homorechten, veiligheid voor joodse burgers en gelijkheid voor de vrouw als dekmantel voor haat tegen moslims en de islam? Staat alt-right op het punt om de overheersende politieke stroming in westerse landen te worden of vormt het een laatste oprisping van de afkalvende dominantie van de blanke man? En is de beweging ook in Nederland aan een opmars bezig en, zo ja, volgt de AIVD dit?

‘Alt-right is bovenal een nogal vaag begrip,’ stelt Bart Nijman, een GeenStijl-journalist die de beweging al geruime tijd volgt.

Bont gezelschap
Een korte blik op Wikipedia laat zien dat alt-right vooral een uiterst bont gezelschap is, waartoe welhaast elke ideologische sekte wordt gerekend die niet past binnen ‘traditioneel rechts’, variërend van nazi-skinheads, neofascisten en zogeheten identairen tot paleoconservatieven en activisten voor mannenrechten. De voorlieden van de stroming of mensen die er – al dan niet tegen wil en dank – toe gerekend worden, lijken hoe dan ook verbonden door een sterke trots op de westerse cultuur, en een afkeer van grootschalige immigratie uit andere cultuurgebieden. Overigens is de trots op de eigen cultuur tweeslachtig, want volgens alt-right wordt het Westen van binnenuit al geruime tijd aangetast door neomarxisme, feminisme en een waaier aan andere progressieve ideologieën. En uiteraard moeten mannen weer ‘echt mannen’ zijn.
‘Alt-right is bovenal een nogal vaag begrip,’ stelt Bart Nijman, een GeenStijl-journalist die de beweging al geruime tijd volgt. ‘Je kan je zelfs afvragen in hoeverre de term exclusief bij politiek rechts hoort. Kijk naar Wilders’ PVV, die weleens tot alt-right is gerekend, dat is een partij die zeker op economisch vlak behoorlijk linkse ideeën heeft. Verder suggereert de term alt-right een geïntegreerde beweging, maar die bestaat helemaal niet.’

‘Forum voor Democratie kreeg het alt-right-stempel opgedrukt nadat een NVU’er stiekem lid van die partij was geworden. Meer in het algemeen zie je dat gezonde islamkritiek soms wordt gekaapt door radicale types.’

Niet nieuw, niet ongevaarlijk
Ook over het nieuwe van de stroming heeft Nijman zijn twijfels. ‘Er zijn in Nederland hoe dan ook radicale voorlopers aan te wijzen, zoals Stormfront en Constant Kusters’ Nederlandse Volks-Unie (NVU), en nu is er dan de groep Erkenbrand, die een soort “intellectuele benadering” van het racisme kiest. In het algemeen bestaan deze los georganiseerde netwerken uit figuren aan de rand van de samenleving, wonend in gemeenten rondom de grote steden, die blowend en bier drinkend hun dagen slijten. Hoewel het in Nederland om een zeer marginaal verschijnsel gaat, houdt de AIVD de zaak wel in de gaten.’
Alternatief rechts volstrekt ongevaarlijk of irrelevant noemen gaat Nijman echter te ver. ‘Forum voor Democratie kreeg het alt-right-stempel opgedrukt nadat een NVU’er stiekem lid van die partij was geworden. Meer in het algemeen zie je dat gezonde islamkritiek soms wordt gekaapt door radicale types. Zaken moeten openlijk en zonder schroom besproken kunnen worden, maar niet elke moslim vormt simpelweg een gevaar voor ons. Er bestaan vele stromingen binnen die religie. Anderzijds is het goed mogelijk dat racisten thema’s als vrouwenemancipatie en homorechten publiekelijk koesteren, met islam-bashing als doel.’

Geen alt-groei
Extremistische groepen aan de andere kant van het politieke spectrum zijn volgens de GeenStijl-journalist bovendien mogelijk medeschuldig aan de opkomst van alt-right. ‘Identiteitspolitiek van minderheidsgroepen kan een reactie oproepen. Als mensen als Sylvana Simons roepen dat alle Nederlanders racisten zijn, dan kweekt dat zijn eigen tegenbeweging.’
Nijman verwacht geen serieuze groei van alt-right in Nederland. ‘De groep pretendeert voor de westerse cultuur in de bres te springen, maar plaatst zich door zijn racisme juist daarbuiten. Daarmee wil de overgrote meerderheid van de Nederlanders gewoon niet geïdentificeerd worden.’
Het is niet eenvoudig te bepalen wie in Nederland dan wél zo’n rechtse alto is. Zo rekent Joost Niemöller, de onderzoeksjournalist die door zijn vijanden weleens in extreemrechtse hoek is geplaatst, zichzelf uitdrukkelijk niet tot alt-right: ‘De essentie van de beweging is het onderscheid tussen blank en niet blank,’ zegt hij. ‘Ik weet dat er etnische verschillen bestaan, bijvoorbeeld in IQ, maar politiek bedrijven op basis van etnische verschillen is het uitsluiten van de democratie. Alt-right wil een etnostaat voor blanken. Joden horen daar niet bij. Dit is bijvoorbeeld terug te vinden in een van de ideologische hoofdwerken, In Defence of Prejudice, van Greg Johnson. Ook de leider van de beweging, Richard Spencer, doet dergelijke uitspraken. Hij riep bovendien voor een zaal met gelijkgestemden “Heil Trump” na de verkiezing van Trump tot president, waarna de Hitlergroet werd gebracht. Anderen, zoals Jared Taylor, zijn gematigder, en schreven ook interessante boeken, maar namen geen afstand van deze uitingen van het nationaalsocialisme. Dat is het probleem van de beweging: onder het mom “laat alle bloemen bloeien” is er geen kritische discussie en zetten de meest extreme groepen de toon.’
Verder gebruikt alt-right traditionele rechtse partijen ‘alleen om zich tegen af te zetten’, stelt Niemöller. ‘Traditioneel rechts is liberaal en dus globalistisch. Alt-right is uitgesproken antiliberaal, ze zien het als de grootste vijand, waar veel voor te zeggen is.’

Schuld van extreemlinks
Er bestaat weinig continuïteit tussen alt-right en eerdere clubs, denkt hij. ‘Het is een nieuw netwerk, zowel in Europa als in Nederland, omdat het meer intellectuelen trekt, en niet de kaalkopjes van regulier extreemrechts. Men komt anoniem bijeen en daarom begrijp ik de interesse van de AIVD. Zonder internet had de beweging niet bestaan.’ Niemöller is het met Nijman eens dat de opkomst van alt-right ten dele verklaard kan worden als een reactie op de ‘identiteitspolitiek’ van andere culturele groepen. ‘Helaas wel,’ zegt Niemöller, ‘het is een pavlovreactie, zie ook het werk van Taylor.’
En nu we toch de psychologie induiken, welk mechanisme schuilt er eigenlijk achter het uitdelen van labels als ‘alt-right’ aan opponenten in de Nederlandse politiek en media? Niemöller, die zelf een ‘nazi’ en een ‘racist’ werd genoemd, denkt dat ‘extreemlinks, door aanhoudend schelden en dreigen met geweld, een openbaar, inhoudelijk debat wil uitsluiten, wat tamelijk effectief is helaas’.

‘De manier om de beweging te stoppen is niet door zaken te verbergen, maar door gematigde stemmen aan het woord te laten over echte thema’s, en niet het vacuüm laten opvullen door extremisten – van links of rechts.’

Peter Imanuelsen
Je verwacht wellicht dat alternatief-rechts in Europa het grootst is daar waar de westerse cultuur het meest te duchten lijkt te hebben van massa-immigratie uit islamitische landen. En dat is vermoedelijk Zweden, een land dat rechtse Amerikanen – volgens Buzzfeed – wel beschouwen als ‘het toppunt van progressieve zelfingenomenheid’.
Peter Imanuelsen, een Zweedse journalist die regelmatig over misdaden door migranten bericht, benadrukt zelf niet tot alt-right te behoren. ‘Maar ik houd mijn vinger wel aan de pols,’ voegt hij daaraan toe.
Imanuelsen stelt dat alt-right ook in Zweden weinig aanhang heeft. ‘Anderzijds zie je wel dat de nationalistische, anti-immigratiepartij SD fors is gegroeid in de laatste jaren. Het aantal politieke dissidenten en anderen die ontevreden zijn met de Zweedse situatie neemt toe, maar ik zou die mensen niet als “alt-right” willen bestempelen. Er bestaat veel verwarring over wie er dan wél bij hoort. Voor zover ik kan nagaan blijkt uit hun ideologie dat het om blanke nationalisten gaat, die meestal een hekel aan joden hebben. Aan deze kenmerken herken je ze.’
Volgens Imanuelsen (op Twitter: PeterSweden) kan zijn overheid alt-right verder ondermijnen door transparant te zijn in de misdaadstatistieken, bijvoorbeeld in zedenzaken, in plaats van deze te bedekken onder de mantel der politieke correctheid. ‘De manier om de beweging te stoppen is niet door zaken te verbergen, maar door gematigde stemmen aan het woord te laten over echte thema’s, en niet het vacuüm laten opvullen door extremisten – van links of rechts.’

Kopstukken op rechts

Jared Taylor
Als we Wikipedia mogen geloven, is Samuel Jared Taylor zonder meer een prominent voorman van het Amerikaanse alt-right. De man was oprichter van American Renaissance, een blad dat blanke suprematie voorstaat, en gelooft in concepten als ‘wetenschappelijk racisme’ en ‘vrijwillige raciale segregatie’. Overigens verwerpt Taylor het label racist, en ziet zichzelf in plaats daarvan als een ‘racialist’ en een ‘rasrealist’. 

Richard Spencer
De Amerikaan Richard Bertrand Spencer is, als president van het National Policy Institute, een naam die vaak valt als het alternatieve rechts wordt besproken. Vijanden zeggen dat hij gelooft in blanke suprematie, maar zelf rekent hij zich tot de identaire beweging. Spencer wil dat een witte etnostaat wordt gecreëerd voor het ‘onteigende blanke ras’, dat verder wordt bedreigd door kapitalisme, christendom en anti-abortusgroepen. 

Erkenbrand
‘Een extreemrechtse groepering waarvan een groot aantal leden hoger opgeleid is,’ aldus de Volkskrant onlangs over het Nederlandse studiegenootschap Erkenbrand. De club organiseert lezingen maar onderhoudt ook banden met geestverwanten over de landsgrenzen heen. Sommige leden bereiden zich naar verluidt voor op een gewelddadige confrontatie die het onvermijdelijke resultaat zal zijn van de botsing der beschavingen die onze polder binnen afzienbare tijd gaat verscheuren. Sommige Erkenbranders zien de ‘westerse suprematie’ voortvloeien uit superieure culturele eigenschappen terwijl anderen het eerder over een raciale boeg zullen gooien.

Milo Yiannopolous
Een der kleurrijkste personen binnen het palet van wat wel tot alt-right wordt gerekend is zonder twijfel Milo Yiannopoulos. De openlijk homoseksuele en nogal militante Brit is een vat vol paradoxen, die zich onder meer keert tegen feminisme, islam, homorechten, politieke correctheid en tegen strijders voor sociale gerechtigheid. Ondanks zijn radicale uitlatingen (‘Homo’s moeten terug de kast in’) ziet hij zichzelf als een ‘culturele libertariër’ en niet als behorend tot alt-right. Yiannopoulos, die is getrouwd met een Afro-Amerikaanse man, kwam zwaar onder vuur te liggen om uitspraken die pedofilie zouden propageren.

Klaas Dijkhoff: ‘Elke stem is tijdelijk’

in Actueel/Politiek by

Hij is al campagnemanager geweest, staatssecretaris en inval-minister. En dat allemaal voor zijn 37ste. Nu mag Klaas Dijkhoff, de ‘golden boy’ van de VVD, zich bewijzen als fractievoorzitter in de Kamer. Vooralsnog lijkt hem dat goed af te gaan. De nuchtere Brabander valt op door zijn argumentatie, spreekvaardigheid en bovenal zijn gortdroge humor. Bernie sprak met Dijkhoff in zijn werkkamer aan het Binnenhof.

Door: Floris Müller
Fotografie: Paar One

Stay Right!

5x Bernie voor maar € 34,95
Klik HIER voor een abonnement of
bel  
0900 – 226 52 63

Aan aandacht geen gebrek; afgelopen jaar ben je gekroond tot de Best Geklede Man van Nederland (JFK Magazine), je werd de Slimste Mens (in het programma van KRO-NCRV) en bovendien mag je je Liberaal van het Jaar noemen. Wat ontbreekt er nog aan dat lijstje?
‘Nou, ik blijf vooral een politicus, hè. Toegegeven, het is nogal wat; 2017 is moeilijk te overtreffen. Ik ben óók nog getrouwd en vader geworden.’

Houd je ervan om in de belangstelling te staan?
‘Ja, natuurlijk. Niet als doel op zich, maar zeker wel als middel. Als je daar niet van houdt, heb je niets in Den Haag te zoeken. Optredens buiten de politieke arena geven mij de kans om me ook van een andere kant te laten zien; zoals mijn vrienden en familie mij kennen. Mensen stemmen niet alleen op je vanwege je visie of ideeën, maar ook om wie je bent. Als je in het parlement zit, ben je publiek bezit. In korte opnames voor Het Journaal en in de krant wordt mij alleen gevraagd naar acute problemen en politieke ontwikkelingen.

Waardeer je onze opzet en de kwaliteit van onze bijdragen, help ons dan om te groeien. Jouw donatie komt volledig toe aan onze medewerkers en helpt ons om vooraan te blijven lopen.

 

‘Misschien moeten we onze naam in ‘Plus’ veranderen’

in Actueel/Politiek by
Foto: Sebastiaan ter Burg

Voorman van 50Plus Henk Krol kreeg vorig jaar nog de wind van voren van media en politieke collegae toen bleek dat hij zijn cijfers niet op orde had in het AOW-debat. In een vragenronde van Bernie blijkt het Kamerlid een stuk beter voorbereid. Krol scoorde acht van de elf vragen goed.

Hoewel u pas sinds 2014 bent ingeschreven als Kamerlid, bent u al sinds de jaren zeventig bezig met politiek. Eerst als journalist, daarna als activist voor de homorechtenbeweging en later voor ouderen. Ondanks uw opvallende verschijning, en wapenfeiten in het verleden, mag u zich nog geen Politicus van het Jaar noemen. Wie kreeg vorig jaar die titel?
‘Activisme zit bij mij in mijn genen; ik voer op een onconventionele manier actie, meer diplomatiek, denk ik. Politicus van het Jaar 2017 werd Thierry Baudet, en helemaal terecht als je het mij vraagt. Ik ben het niet met hem eens, maar hij is zeker door zijn menselijke manier van doen een verademing in het parlement. De leider van Forum voor Democratie is op momenten echt gedemoniseerd door de gevestigde partijen. Dat is buitengewoon pijnlijk. Wat die baantjesmachine betreft heeft hij helemaal gelijk.’

Klopt. Baudet is een van de voorlopers van de jongste generatie politici. Daarvan lijken er steeds meer in het parlement te komen. Zijn er op dit moment meer 35-minners of 50-plussers in de Kamer?
‘Absoluut meer ouderen. En daar hebben wij als 50Plus aan meegeholpen. Hoewel we “maar” vier zetels hebben, is onze invloed in de Kamer veel groter. Door onze aanwezigheid hebben alle partijen meer ouderen aangetrokken en bovenal ook meer oog gekregen voor de belangen van 65-plussers.’

46 Kamerleden zijn 50 jaar of ouder, 25 zijn 35 jaar of jonger; u hebt het wederom goed. Dat lag zo’n tien jaar terug volledig anders. Uw groei in de Kamer moet naar meer smaken; bij de laatste verkiezingen hebt u in 21 grotere gemeente meegedaan en uiteindelijk 40 raadszetels gewonnen. Wat is de oudste gemeente van Nederland, gemeten naar het percentage 65-plussers; Lochem in Overijssel, Valkenburg in Zuid-Limburg of het Noord-Hollandse Laren?
‘Het Zuiden, en verre Noorden vergrijzen – dat weet ik. Aan de andere kant: Laren is een dure gemeente, jonge mensen kunnen het niet betalen om daar te wonen. Ik ga voor Laren.’

‘Jeetje, is het zoveel?’

Dat is goed. Niet alleen de uithoeken van ons land verouderen, we leven overal in de polder een stuk langer. Op dit moment zijn er 3,1 miljoen ouderen op 17 miljoen inwoners. Hoeveel zijn dat er over 25 jaar, ervan uitgaande dat we dan eenzelfde aantal inwoners hebben?
‘Dat heb ik vanmorgen nog opgezocht: 4,7 miljoen!’

Klopt helemaal. Senioren maken gemiddeld genomen meer gebruik van zorg dan jongeren. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft nu al het hoogste budget, op een totaal besteedbaar vermogen van de overheid van 277 miljard euro. Hoeveel gaat er naar het departement?
‘Heel veel, dat weet ik wel. 31 miljard?’

Néé, velen malen meer: zo’n 80 miljard euro.
‘Jeetje, is het zoveel? Er is een beetje een beeld ontstaan alsof wij vooral geld aan ouderen willen besteden en jongeren niets gunnen; dat is niet zo. Wij zijn voor de samenleving als geheel. 65-plussers willen natuurlijk dat hun kinderen en kleinkinderen het ook goed hebben. Ik heb eens geopperd om de naam van onze partij in “Plus” te veranderen; klinkt ook lekker positie, haha.’

Klopt. 50Plus is er niet in geslaagd om raadszetels in Amsterdam te krijgen. In de hoofdstad had u concurrentie van een lokale “ouderenpartij”, hoe heet die nieuwe beweging?
‘Was dat niet de Seniorenpartij?’

Ik heb eens geopperd om de naam van onze partij in “Plus” te veranderen; klinkt ook lekker positie, haha’

Nee. De officiële naam is de Partij van de Ouderen.
‘Ja, natuurlijk. Slordige fout van me.’

In de Maasstad is NIDA met twee zetels in de raad gekomen. Wie is de fractieleider van die die streng-islamitische partij: Nurullah Gerdan, Nourdin el Ouali of Mohammed Anfal?
‘El Ouali, spreek ik dat zo goed uit?’

Jazeker. Gerdan is partijleider, Anfal stapte in september 2017 over als raadslid van Leefbaar Rotterdam naar NIDA. D66 is behoorlijk afgestraft in de gemeenteraadsverkiezingen. In Amsterdam heeft de coalitiepartij haar koppositie moeten afstaan. Wie is er in de hoofdstad nu de grootste?
‘GroenLinks. Ik snap ook wel waarom; de democraten hebben geen beste beurt gemaakt met het opgeven van het referendum in ruil voor regeringsdeelname. Ik ben een groot voorstander van een bindende volksraadpleging. Over de Donorwet bijvoorbeeld; dat is een goed thema om als bevolking over na te denken.’

Door de Brexit is steun voor het referendum wel afgenomen; zijn er op dit moment méér voor- of tegenstanders van de volksraadpleging in Nederland?
‘Er is absoluut een meerderheid voorstanders. Zo’n 56 procent weet ik. 40 procent is tegen.’

HENK KROL

Is lijsttrekker voor 50plus sinds 2012.
Was na een carrière als journalist voor vpro-radio en tros-televisie in 1977 woordvoerder van de liberale fractie in de tweede kamer. enkele jaren later zou hij zich, als oprichter en hoofdredacteur van de gaykrant inzetten voor homo-emancipatie in nederland, en na de openstelling van het huwelijk voor homoseksuelen en lesbiennes, als ambassadeur van de nederlandse verworvenheden in het buitenland. in maart 2011 liet krol zich inschrijven als kandidaat voor 50plus in de provinciale statenverkiezing in noord-holland.

Bij leiderschap gaat het over mannen, niet over vrouwen

in Politiek by
Foto: Sebastiaan ter Burg

Hoe straal je als vrouw daadkracht en leiderschap uit zonder als ‘bitch’ weggezet te worden? Hele generaties vrouwelijke politici hebben zich op die vraag stukgebeten. Voormalig minister Jet Bussemaker beklaagde zich er ooit over dat ze omschreven werd als ‘pinnig’. Over mannen wordt iets dergelijks nooit gezegd, stelde ze. Die zijn gewoon de baas.

Als stevig debatterende vrouw word je al snel gezien als kijvend wijf. Omgekeerd: ben je te vriendelijk, dan kom je niet in Het Journaal en denken kiezers dat het je ontbreekt aan daadkracht en leiderschap. Kortom: het is lastig manoeuvreren als vrouw in Den Haag.

Politicoloog Daphne van der Pas (UvA) onderzoekt hoe media vrouwen en mannen in de politiek verschillend benaderen. Journalisten zijn in haar ogen bepalend voor hoe politici gezien worden door kiezers; of een politicus bijvoorbeeld als een goede leider wordt beschouwd.

‘Media besteden bij vrouwelijke politici bovenmatig veel aandacht aan de gezinssituatie of aan de kledingkeuze, blijkt uit onderzoek in verschillende landen,’ legt Van der Pas uit. De schoenen van Theresa May, de cleavage van Angela Merkel: door dat soort triviale informatie te brengen, doen media volgens Van der Pas afbreuk aan het leiderschap van politici. Al is er in haar ogen de laatste tijd wel een kentering gaande: ‘Politici als Trudeau krijgen in zekere zin dezelfde behandeling. En in Nederland ging het ook een tijdje over het kontje van Wouter Bos.’

Media besteden bij vrouwelijke politici bovenmatig veel aandacht aan de gezinssituatie of aan de kledingkeuze, blijkt uit onderzoek in verschillende landen’

Verschil
Een duidelijk verschil is dat het bij mannelijke politici in de media veel vaker over leiderschapskwaliteiten gaat, blijkt uit onderzoek dat Van der Pas deed met collega Loes Aaldering. Nederlandse kranten schrijven veel vaker dat een man kundig, daadkrachtig, integer, communicatief vaardig of consistent is. Of juist niet. Van der Pas: ‘Vrouwen worden in krantenartikelen veel minder op leiderschap beoordeeld. Terwijl we weten dat kiezers juist veel belang toekennen aan sterke leiderschapskwaliteiten.’

Hoe het komt dat journalisten anders schrijven over vrouwelijke politici? Van der Pas heeft een aantal vermoedens. ‘Het kan zijn dat journalisten gebiast zijn, vooringenomen. Dat ze leiderschap automatisch associëren met mannen. Het kan ook zo zijn dat vrouwen zich anders presenteren. Dat ga ik de komende jaren onderzoeken.’

Bewust anders
Eén vrouw die zich bewust anders presenteert is Marianne Thieme van de Partij voor de Dieren. In het tv-programma Buitenhof zei ze eerder dit jaar dat ze past voor de ‘macho-achtige manier van debatteren’ in Den Haag. Dan maar gezien worden als wat softer. Sympathiek maar onverstandig, denkt Van der Pas. ‘Kiezers vinden sterk leiderschap belangrijk. Maar het zet ons wel aan het denken: misschien moeten we wel toe naar een nieuw idee van leiderschap.’

Kajsa Ollongren: bestuurder, maar ook politica?

in Politiek by

Haar carrière leek zich in een loodrechte lijn omhoog te bewegen. Beleidsmedewerker en topambtenaar op Economische Zaken. Topambtenaar op Algemene Zaken, het ministerie van de premier. Wethouder en locoburgemeester van Amsterdam. Minister van Binnenlandse Zaken en vicepremier. Ollongren is een uitstekende bestuurder, daarover zijn vriend en vijand het eens. Maar is zij ook een talentvol politica?

Al vrij snel na het aantreden van Kajsa Ollongren als minister begon het gejubel te verstommen. Dat meteen na de beëdiging van het kabinet een motie van wantrouwen tegen haar werd ingediend, baarde nog weinig opzien. Ollongren (Leiden, 1967) heeft naast een Nederlands ook een Zweeds paspoort. Volgens PVV-leider Geert Wilders leidt een dubbele nationaliteit bij een kabinetslid tot loyaliteitsconflicten en kan ze dus geen minister blijven. Maar zijn voorstel om haar af te zetten, verwierf vrijwel geen steun.

De problemen ontstonden wel toen Ollongren kort daarop in de Tweede Kamer haar begroting moest verdedigen. Dat deed ze op zich weliswaar vlekkeloos en met gemak, maar toch weerklonk er rumoer. De minister had namelijk voorafgaand aan het Kamerdebat een interview gegeven aan De Telegraaf over het thema ‘nepnieuws’. Een ongewenst verschijnsel dat het kabinet met kracht wil bestrijden, aldus Ollongren, vermoedelijk in een poging zichzelf als een voortvarende bestuurder neer te zetten. Maar vervolgens bleek ze, belaagd door vooral de rechtse oppositie, geen duidelijke voorbeelden van het fenomeen nepnieuws te kunnen geven. Zo wekte ze de indruk stiekem aan te sturen op een vorm van censuur op onwelkome berichtgeving. Echt in de knel kwam ze nog niet in het debat, maar het betekende wel een eerste krasje op haar blazoen.

Maar vervolgens bleek ze, belaagd door vooral de rechtse oppositie, geen duidelijke voorbeelden van het fenomeen nepnieuws te kunnen geven’

Een tweede kwestie diende zich aan toen in de Limburgse gemeente Brunssum een crisis uitbrak rond wethouder Jo Palmen, leider van een plaatselijke lijst en een politicus met een reputatie van recalcitrantie. Volgens een vertrouwelijk, maar uitgelekt advies zou Palmen een enorm integriteitsrisico vormen voor Brunssum. De burgemeester en de commissaris van de koning in Limburg eisten zijn vertrek. Ollongren toonde zich daadkrachtig door in de media te verklaren dat Palmen inderdaad diende op te stappen. Een maand of wat later echter betoogden twee hoogleraren in een door de gemeenteraad besteld rapport dat voor het ontslag van de wethouder geen enkele rechtsgrond bestond. De man was lastig, maar van een integriteitsrisico was geen sprake. Ollongren stond voor schut.

En toch: ook dat betekende nog niets vergeleken bij de politieke heisa die uitbarstte rond het raadgevend referendum. Dat Rutte III dat zou gaan afschaffen, stond al vast. Dat uitgerekend een D66’er daar direct verantwoordelijk voor zou worden, was echter wel heel pijnlijk. Nota bene een lid van de partij die zo ongeveer werd opgericht om de directe democratie te bevorderen! Die eind jaren negentig nog een kabinetscrisis veroorzaakte toen ze op het gebied van volksraadplegingen haar zin niet kreeg!

In plaats van enig begrip te tonen voor dit sentiment (ook in delen van haar eigen partij) maakte Ollongren haast met haar intrekkingswet. Een referendum over het afschaffen van het raadgevend referendum was nergens voor nodig. Weg met dat vrijblijvende instrument, dat alleen maar valse verwachtingen wekte, luidde het rationele devies van de minister. Ze zei er weliswaar bij dat ze voorstander blijft van een bindende volksraadpleging, maar die woorden zorgden bij de oppositie alleen maar voor hoon. Iedereen weet dat voor de invoering van een correctief referendum een grondwetswijziging nodig is, en zoiets vereist een vooralsnog onhaalbare parlementaire meerderheid van twee derde.

Dat uitgerekend een D66’er daar direct verantwoordelijk voor zou worden, was echter wel heel pijnlijk’

Op deze manier ontpopte Ollongren zich tot het ideale mikpunt van de oppositie, vooral van de rechts-populistische partijen. En het leek haast wel of ze die rol ambieerde. In een lezing in Nijmegen begin februari waarschuwde ze op indringende toon voor Forum voor Democratie van Thierry Baudet. ‘De nieuwste afsplitsing van het populisme gaat verder waar Wilders ophoudt. De partij van Baudet lijkt geobsedeerd te zijn door een van de weinige taboes waar ik als progressieve liberaal aan hecht: het praten over rassen in het politieke debat.’

Dat Baudet hierop onmiddellijk een (juridisch kansloze) aanklacht zou indienen, zal Ollongren vermoedelijk niet hebben voorzien. Maar dat de aanval op de FvD-leider een heleboel commotie zou veroorzaken, heeft ze ongetwijfeld vermoed.

Dat Ollongren zich doelbewust tot onderwerp van een felle politieke discussie maakte, hield hoogstwaarschijnlijk verband met de naderende gemeenteraadsverkiezingen. D66 had het – onder meer door het omstreden referendumbesluit – niet makkelijk in de beeldvorming en kon wel wat profilering gebruiken. Maar mogelijk sorteerde de minister ook voor op een toekomstige positie: die van opvolger van partijleider Alexander Pechtold.

Of Ollongren die functie echt ambieert, is onbekend. Uitspraken daarover ging ze tot dusver uit de weg. Het partijleiderschap is vooralsnog ook niet vacant. Maar mocht ze bereid zijn in Pechtolds voetsporen te treden, dan zou haar niet feilloos werkende politieke instinct weleens een lastige hinderpaal kunnen vormen.

Dat is trouwens ook niet uitgesloten bij haar functioneren als minister. Op het Binnenhof is de meest logische weg niet per definitie de beste. Een politicus beseft dat. Een bestuurder niet altijd.

Het Nederlandse prijskaartje voor Brexit

in Actueel/Politiek by

Het vertrek van de Britten uit de Europese Unie slaat een flink gat in de EU-begroting, want de jaarlijkse contributie van het Verenigd Koninkrijk bedraagt zo’n 13 miljard euro. Hoe moet dat worden gedicht?

De helft van het geld kan volgens de Europese Commissie gevonden worden door te snijden in de uitgaven. Maar het restant zouden de lidstaten moeten ophoesten. Want van het laten krimpen van de Europese begroting kan volgens Brussel hoe dan ook geen sprake zijn. Het budget is volgens het dagelijks bestuur van de EU toch al te klein. Op dit moment draagt Nederland jaarlijks circa 6,5 miljard euro bij. Het is daarmee procentueel de grootste nettobetaler aan de EU. Wordt dat straks nog meer?

We moeten weer betalen: bonnetje uit Brussel

in Actueel/Politiek by

De EU geeft circa 160 miljard euro per jaar uit. Het grootste deel daarvan gaat naar landbouwsubsidies en ‘cohesiefondsen’, bedoeld om de economie in minder welvarende EU-landen op peil te brengen. De EU-begroting wordt gefinancierd door de lidstaten, die elk naar draagkracht betalen. Nu zijn dat er nog 28, na het uittreden van het Verenigd Koninkrijk 27. En het Verenigd Koninkrijk is een grote nettobetaler.

Door: Floris Müller
Fotografie: Pxhere

Stay Right!

5x Bernie voor maar € 34,95
Klik HIER voor een abonnement of
bel  
0900 – 226 52 63

Levert dat op zich al een financieel probleem op – wie draait op voor de Brexit-rekening? –, ook los daarvan wil de Europese Commissie dat de lidstaten dieper in de portemonnee gaan tasten. Brussel krijgt steeds meer taken, zeggen voorzitter Jean-Claude Juncker van de Europese Commissie en Eurocommissaris Oettinger, verantwoordelijk voor de EU-begroting. Denk maar aan grensbewaking en terrorismebestrijding. Het huidige budget is te laag om die taken naar behoren te vervullen. De contributie moet dus omhoog.
De EU-landen dragen momenteel minder dan 1 procent van hun nationaal inkomen aan Brussel af. Juncker en Oettinger willen dat dat 1,1 tot 1,2 procent wordt. Het laatste woord hierover is nog lang niet gezegd.

Waar gaat het fout bij D66?

in Politiek by
Foto: Sebastiaan ter Burg

Toen Alexander Pechtold in 2006 voor het eerst de lijst van D66 trok, haalde de partij 3 Kamerzetels. Daarna was er sprake van een gestage vooruitgang: 10 zetels in 2010, 12 in 2012 en 19 in 2017, het op een na hoogste aantal ooit. Ook werd Pechtold eenmaal door de parlementaire pers uitgeroepen tot politicus van het jaar, terwijl hij tweemaal als tweede eindigde. Geen trackrecord om je voor te schamen.

Maar het succes van Pechtold wordt steeds meer het probleem van D66. Is er iemand in staat om hem op te volgen? Stort de partij straks niet als een plumpudding in elkaar?

Een politicus die geacht wordt in Pechtolds voetsporen te kunnen treden is Jan Paternotte. De voormalige nummer 1 in Amsterdam werd vorig jaar als ‘kroonprins’ naar het Binnenhof gehaald.

Maar de geschiedenis wijst uit dat het met kroonprinsen vaak verkeerd afloopt. Elco Brinkman (CDA) en Ad Melkert (PvdA) kunnen erover meepraten. En bovendien: is Paternotte met zijn 34 jaar niet te jong en politiek onervaren om D66 aan te voeren?

Een alternatief: Kajsa Ollongren. Vicepremier, minister van Binnenlandse Zaken, ex-wethouder in Amsterdam, voormalig topambtenaar. Op papier een ideale kandidaat, maar de hoofdrol die zij speelde bij het afschaffen van het raadgevend referendum heeft haar positie geen goed gedaan.

Wie volgt Buma op?

in Actueel/Politiek by
Foto: European People’s Party 

Sybrand van Haersma Buma trad op als CDA-lijsttrekker in 2012 en 2017. Een doorslaand succes was het niet. De eerste keer haalde de partij 13 Kamerzetels, veruit de laagste score ooit. Vorig jaar maart werden het er 19. Onmiskenbaar een vooruitgang, maar het blijft de op een na slechtste uitslag in de CDA-geschiedenis.

Hoewel Buma zich niet openlijk uitlaat over zijn politieke toekomst, zal hij ooit een stap opzij moeten doen. Bij de volgende Tweede Kamerverkiezingen? Het is de vraag wanneer die plaatsvinden en hoe het CDA er dan (virtueel) voorstaat. Niettemin wordt nu al gespeculeerd over zijn opvolging.

Kanshebber nummer 1 is Wopke Hoekstra. Minister van Financiën in Rutte III. Voormalig Eerste Kamerlid. Auteur van het laatste CDA-verkiezingsprogramma. Vrijzinnig protestant. Vader van vier kinderen, dus een echte gezinsman. Gewezen voorzitter van het Leidse studentcorps Minerva. Zeker niet zonder ambitie.

Kandidaat nummer 2: Pieter Heerma. Medeonderhandelaar van Buma bij de eindeloze kabinetsformatie van 2017. Invloedrijk als fractiesecretaris. Voormalig hoofd voorlichting van de Tweede Kamerfractie. En – niet zonder betekenis – zoon van de vroegere CDA-leider Enneüs.

Daar zijn de minderheden. Denk en NIDA

in Politiek by

Politieke partijen die opkomen voor minderheden vormden hét succes van de afgelopen gemeenteraadsverkiezingen. Partijen als NIDA, de Partij van de Eenheid, BIJ1 en de politieke beweging DENK beleefden hun definitieve doorbraak. Zijn deze partijen met hun zogenoemde ‘identiteitspolitiek’ blijvertjes of niet? Zelf vinden ze van wel.

In partycentrum De Koning in het Amsterdamse Sloterdijk hangt op de avond van 21 maart veel energie in de lucht. De grote zaal wordt bevolkt door zo’n tweehonderd aanhangers van de politieke beweging DENK. Ze focussen op een scherm met de exitpolls van de gemeenteraadverkiezingen. De spanning stijgt wanneer het NOS-meisje de prognose voor Amsterdam opleest: ‘DENK, drie zetels.’ De groep springt, juicht en omhelst lijsttrekker Mourad Taimounti, die zegt op deze drie zetels te rekenen. Twee dagen later, als alle stemmen zijn geteld, krijgt hij gelijk.

Uit het niets haalde DENK drie zetels. Ook deed de beweging mee in dertien andere gemeenten waar samen dertien zetels werden gepakt. De partij, die in 2014 onder meer werd opgericht door de voormalige PvdA-Tweede Kamerleden Tunahan Kuzu en Selçuk Öztürk, kan gaan bouwen aan een lokale basis.

Voorafgaand aan de overwinning voerden Taimounti en zijn aanhang maandenlang campagne. ‘Ik vroeg me op de verkiezingsdag af: gaan mensen wel op ons stemmen en doen ze wat ze gezegd hebben? Uiteindelijk bleek dat circa 24.000 mensen op ons hebben gestemd en dat zo’n 7.000 mensen hun voorkeurstem op mij hebben uitgebracht. Het zorgde voor een enorme ontlading en blijdschap.’

In Amsterdam stemden vooral burgers met een migratieachtergrond op DENK. Zij wonen voornamelijk buiten de ringweg A10. ‘De Amsterdamse politiek gaat te veel over zaken binnen de ring. Wij komen op voor de mensen in Nieuw-West die nog steeds tussen de schimmelwanden moeten leven of voor de mensen in Zuidoost voor wie geen betaalbare woningen worden gebouwd,’ aldus Taimounti, die benadrukt dat DENK er voor alle Amsterdammers wil zijn. De partij vaart een linkse koers en wil meer progressieve kiezers aanspreken. Toch zijn het vooralsnog allochtonen die voor DENK kiezen. Kwetsbare groepen, meent Taimounti. ‘Ik had graag gezien dat allochtone groepen niet kwetsbaar zouden zijn, maar het is niet anders.’

‘Migranten integreren in het dagelijkse leven, maar nu ook in het politieke leven. Dat heet emancipatie.’

In de hoofdstad werd GroenLinks de grootste partij met tien van de 45 zetels. Voorman Rutger Groot Wassink weigerde te formeren met DENK, alhoewel die partij hem aan een linkse meerderheid had kunnen helpen. Hij sloot de beweging uit vanwege de manier wijze waarop ze omging met Turks-Nederlandse Tweede Kamerleden in de kwestie ‘Armeense genocide’. Taimounti: ‘Lokaal uitsluiten om een buitenlands thema vind ik flauw. Zeker door een open-minded partij als GroenLinks. Over vier jaar willen we onszelf verdubbelen en de kans grijpen om bestuursverantwoordelijkheid te nemen. GroenLinks en de andere grote partijen moeten maar aan ons wennen. Ze moeten zichzelf afvragen: wat hebben wij gedaan en hoe kunnen wij het beter doen?’ Is er nu sprake van politieke versplintering? ‘Nee, we kunnen nu spreken van een betere vertegenwoordiging. Migranten integreren in het dagelijkse leven, maar nu ook in het politieke leven. Dat heet emancipatie.’

Taimounti wijst op een ontwikkeling waar niemand nog omheen kan: de identiteitspartijen. Na de aanslagen van 11 september 2001 en de opkomst van wijlen conservatief nationalist Pim Fortuyn voelden steeds meer moslimburgers zich in de kou gezet door de traditionele politieke partijen, die meegingen in de ‘witte identiteitspolitiek’ van Fortuyn en – later – PVV-leider Geert Wilders. Nederlanders met een migratieachtergrond, die gewoonlijk op partijen als de PvdA, GroenLinks en het CDA stemden, raakten teleurgesteld waardoor partijen als NIDA en DENK konden opkomen. Veel meer nog dan op hun islamitische basis doen deze partijen een beroep op een alom gevoel van onbehagen dat met name bij kinderen of kleinkinderen van migranten heerst. Die zijn het beu om als buitenstaanders behandeld te worden. Het zijn hier geboren en getogen Nederlanders, die niet meer hoeven te integreren, maar die geaccepteerd willen worden. Ook zijn ze het integratiedebat en het zogenoemde ‘meten met twee maten’ zat. Deze kiezers willen meer aandacht voor diversiteit, inclusiviteit, mensenrechten en een werkelijke aanpak van discriminatie. Partijen als DENK, NIDA en BIJ1 springen hierop in en werden op 21 maart definitief omarmd door deze kiezers.

‘Wij willen samenwerken en realiseren ons dat niemand groter is dan de stad. Wij trekken lessen voor de toekomst.’

Niet alleen bij DENK in Amsterdam was het op 21 maart feest, maar ook in Rotterdam kon de vlag uit. Hier was het de op de islam geïnspireerde partij NIDA die zichzelf na vier jaar van raadswerk had gehandhaafd. De partij behield haar twee zetels en bewees daarmee een blijvertje te zijn. ‘We zijn procentueel zelfs een beetje gegroeid en misten op een paar honderd stemmen na één restzetel. Op wijkniveau zijn we ook gegroeid. In de deelcommissies leveren we nu meer mensen. Verder deden we in Den Haag voor het eerst mee, waar we één zetel hebben gehaald,’ vertelt lijsttrekker Nourdin el Ouali, die zegt in Rotterdam geen last te hebben gehad van DENK. ‘Die benadering vind ik te simplistisch. Er is geen een-op-eencorrelatie. Als DENK niet mee had gedaan, zou de Rotterdamse zetelverdeling er sowieso anders uit hebben gezien.’

NIDA had een links verbond gesloten met PvdA, SP en GroenLinks, maar dit spatte ruim een week voor de verkiezingen uiteen door een rel rond een tweet uit 2014. ‘In de afgelopen vier jaar hebben we veel met deze partijen samengewerkt en vanuit die situatie is het linkse verbond ontstaan. Mochten we samen de meerderheid hebben, dan zouden wij samen het initiatief nemen om een college te vormen. Daar zouden veel mensen ter rechter zijde niet blij mee zijn.’ Hij had niet verwacht dat een oude tweet over de Gazaoorlog anno 2018 roet in het eten zou gooien. ‘Het was een provocatieve tweet waarin we IS vergeleken met het beleid van Israël. GroenLinks wilde dat we er afstand van namen. Ik heb hun de context uitgelegd en gezegd dat zij ons niet konden bewegen om er afstand van te doen. We mochten de tweet uiten wegens de vrijheid van meningsuiting.’

Toch blies GroenLinks het verbond op. Staat NIDA nu met lege handen? ‘Nee, want er is een nieuwe verkiezingsuitslag. Wij willen samenwerken en realiseren ons dat niemand groter is dan de stad. Wij trekken lessen voor de toekomst. Momenteel praten we mee om een coalitie. Vanuit de inhoud is er bij ons geen enkele blokkade voor welke partij dan ook.’

In de Rotterdamse raad zitten nu dertien partijen. El Ouali erkent dat het versplinterd is. Hij wil niet alleen formeren langs een rechter- of linkerflank. ‘Er zijn vier partijen die zowel links als rechts zijn en vijf zetels hebben. Met deze twintig zetels heb je een fundament dat je kunt aanvullen met drie zetels. Wij zijn bereid om bestuursverantwoordelijkheid te nemen in een college dat er is voor zoveel mogelijk Rotterdammers.’

‘UCF is nodig, omdat mensen met een Surinaamse, Antilliaanse of Afrikaanse achtergrond niet gehoord worden. Zij zijn ondervertegenwoordigd in de politiek en hun noden blijven bestaan.’

Voor moslimkiezers was er op 21 maart volop keuze, maar ook voor burgers met een Afrikaanse en Caribische achtergrond viel er genoeg te kiezen. In Amsterdam deed de partij BIJ1 van Sylvana Simons mee. Zij behaalde 6.571 stemmen en kwam met één zetel in de gemeenteraad. Daarnaast was er nog een partij die opkomt voor de eerdergenoemde doelgroep: U-buntu Connected Front (UCF) van oud-GroenLinks-politicus Iwan Leeuwin. In de afgelopen jaren flirtte hij met DENK, waar hij volgens watchers in aanmerking kwam voor het lijsttrekkerschap. ‘Ik merkte bij DENK dat er geen structurele positie was voor mensen met een Afro-Caribische achtergrond. Net als Sylvana ben ik toen uit die partij vertrokken. Ik wilde met haar samenwerken, maar zij weigerde en mede daarom heb ik UCF opgericht,’ aldus Leeuwin, wiens partij in Amsterdam en Rotterdam meedeed. Hijzelf was lijsttrekker in de hoofdstad. UCF is er naar zijn zeggen voor ‘gemarginaliseerde groepen’, en voor mensen met een Afrikaanse en Caribische achtergrond. Leeuwin: ‘UCF is nodig, omdat mensen met een Surinaamse, Antilliaanse of Afrikaanse achtergrond niet gehoord worden. Zij zijn ondervertegenwoordigd in de politiek en hun noden blijven bestaan.’ Leeuwin wil niet in de slachtofferrol kruipen. ‘Wij zijn hier en eisen juist onze rechten op.’

UCF moest in korte tijd een partijstructuur opzetten en had wat opstartproblemen, onder meer rond het ophalen van het benodigde aantal handtekeningen om mee te mogen doen. ‘We moesten alles vanaf de grond opbouwen: een website, een verkiezingsprogramma, campagnemateriaal, ga zo maar door.’ Leeuwin en zijn partijgenoten hadden pas eind januari hun programma klaar. ‘Het was even aanpoten, maar daarna zijn we snel de campagne ingegaan. We hebben gemerkt dat er agressief campagne werd gevoerd. Partijen als de PvdA, SP en het FvD plakten gewoon over onze posters heen. Onbehoorlijk.’

Op de verkiezingsdag vermoedde Leeuwin dat er iets mis was. ‘Je zag dat UCF niet was meegenomen in de exitpolls. Ik vind het ook vreemd dat wij uiteindelijk maar 1.052 stemmen hebben gekregen. Dat is veel te weinig. Toen ik nog bij GroenLinks zat, haalde ik in Zuidoost tweeduizend voorkeurstemmen op.’ Hij vermoedde dat er sprake was van fouten en eiste tevergeefs een hertelling. ‘Wij gaan hoe dan ook door, want we denken dat er nog zeker ruimte is voor UCF.’ Ook in Rotterdam kwam de partij niet in de raad. Leeuwin blijft strijdvaardig. ‘We gaan buitenparlementair verder en willen volgend jaar in Noord- en Zuid-Holland meedoen aan de Provinciale Statenverkiezingen.’

1 4 5 6 7 8 15
0 0,00
Go to Top