Brusselse bubbel

in Actueel/Nieuws by

Bureaucratisch, stroperig, een moloch, inefficiënt, peperduur, ondemocratisch, elitair. Waar je ook komt, de negatieve kwalificaties over de Europese Unie vliegen je om de oren. Maar de meesten die zich binnen de Brusselse bubbel bevinden lijken zich van geen kwaad bewust. Is het echt zo erg met de EU? En valt er iets aan te doen?

‘De Brusselse bubbel bestaat echt,’ zegt Agnes Jongerius. ‘Je kunt er de hele dag in rondlopen en voordat je het weet ga je denken dat die wereld de werkelijkheid is. Maar dat is natuurlijk niet het geval. Het is maar een klein deel van de werkelijkheid.’

Jongerius is Europarlementariër voor de PvdA, maar ze werd dat pas na haar vijftigste, in 2014. Een groot deel van haar leven was ze actief in de vaderlandse polder. Ze was bestuurslid en ook een jaar of zeven voorzitter van de FNV. Decennialang hield ze zich bezig met cao-onderhandelingen, protestacties en werkonderbrekingen. Misschien dat ze daardoor beter dan veel andere leden van het Europees Parlement beseft deel uit te maken van een wereld die bij de meeste buitenstaanders een enorm wantrouwen wekt.

‘Ik snap dat Europarlementariër bij velen een negatieve connotatie heeft. Er zijn mensen die vraagtekens zetten bij de samenwerking in de EU en er zijn nog meer mensen die zich afvragen wat we in vredesnaam doen in dat Europese Parlement. En waarom krijgen Europarlementariërs zoveel salaris en leggen ze daarvoor zo weinig verantwoording af?’

Hoewel je het uit de voortdurende pleidooien om ‘meer Europa’ van een aantal Brusselse bobo’s niet meteen zou afleiden, begint het ook in de EU-burelen door te dringen dat er iets moet gebeuren om het negatieve imago om te buigen. Dat vinden zelfs veel verstokte eurocraten. Europa is niet iets wat in de Brusselse achterkamertjes wordt bedisseld, Europa is van ons allemaal, moet de boodschap luiden.

In het Verdrag van Lissabon spraken de lidstaten zo’n tien jaar geleden al af dat er meer samenwerking zou komen tussen het Europees Parlement en de parlementen in de lidstaten. Er moest vaker worden overlegd en nationale parlementen mochten een gele kaart trekken als er op EU-niveau plannen zouden rijzen die hun niet bevielen.

Sinds het Verdrag van Lissabon in 2009 in werking trad, komen inderdaad meer Europarlementariërs en Eurocommissarissen op bezoek in onder meer de Tweede Kamer. Dat gebeurt formeel vooral vanuit het idee dat samenwerking leidt tot betere wet- en regelgeving. Maar een Brusselse ingewijde spreekt van een ‘tweesporenbeleid’: de banden worden niet alleen aangehaald om de kwaliteit van het wetgevingsproces te perfectioneren, maar ook om ‘de kloof’ te dichten en de euroscepsis weg te masseren. Brussel wil uitstralen dat de EU beter luistert naar de wensen van de burgers.

Jongerius: ‘Het is belangrijk om te weten wat de regels voor Nederlanders (of Zweden, Spanjaarden, noem maar op) betekenen, omdat je anders in het luchtledige kaderwetgeving zit te maken. Waar men vervolgens in de hoofdsteden van de lidstaten niets mee kan, en dat is ook weer zonde van het werk.’

Maar, zo geeft ze toe, het gaat niet alleen om het tot stand brengen van goede kaderwetgeving, ook de kloof speelt mee. ‘Ik denk dat de regels er beter van worden als je probeert die kloof te dichten. Ik zou mezelf echt niet kunnen motiveren voor het maken van regels waarop niemand zit te wachten. Het is geen tijdverdrijf, het moet ergens toe leiden.’

Tegelijkertijd wijst de Europarlementariër erop dat er nog een andere kloof bestaat: die tussen de nationale parlementen en de burgers. Zijn Tweede Kamerleden zich daarvan wel bewust? Laten ze zich niet te gemakkelijk meetrekken in de Brusselse denkwereld?

Voor Jaco Geurts is het simpel. Als landbouwwoordvoerder van het CDA in de Tweede Kamer doet hij gewoon zijn werk. Hij heeft veelvuldig, zeg maar rustig intensief contact met leden van het Europarlement, vooral met zijn eigen christendemocratische familie. Want Europees beleid is nu eenmaal voor een groot deel landbouwbeleid. ‘Dus weet ik redelijk wat er vanuit Brussel op Nederland afkomt. Zelf ervaar ik die kloof niet zo. Maar ik kan me voorstellen dat degenen die wat minder contact hebben met Europa de kloof wel ervaren.’

Wat Geurts wel ziet, is dat de Brusselse reputatie van albedil niet veel met de realiteit te maken heeft. De gemiddelde Europeaan weet weinig tot niets van het gemeenschappelijk beleid, en hoe dat tot stand komt. Zelfs bij boeren, die toch meer dan andere beroepsgroepen voortdurend worden geconfronteerd met EU-voorschriften, is van een juiste beeldvorming doorgaans geen sprake. ‘Je hoort vaak: het moet van Brussel. Dit moet, dat moet. Terwijl er door de jaren heen ook heel veel eisen via Nederlandse wetgeving tot stand zijn gekomen. Zeker, dat gebeurde dikwijls onder druk van de EU, maar we zijn toch altijd wel in staat om er nog een nationaal kopje bovenop te zetten.’

Volgens Geurts is het voor eurosceptici, die je aantreft bij populistische partijen als de PVV maar ook steeds meer elders, ‘makkelijk scoren’. ‘Op heel veel punten totaal onterecht. Want ze vergeten dat Europese wetgeving het mogelijk maakt dat bijvoorbeeld vrachtwagens in Europa niet meer bij de grens stilstaan voor inklaren, uitklaren en weet ik wat. Ik krijg in zalen ook weleens vragen als: “Waar is Europa nog goed voor?” Ik zeg dan: “Mensen, vergeet nou niet dat er sinds we Europese samenwerking hebben geen oorlogen meer zijn geweest. En neem Nederland als handelsnatie. Wij exporteren veruit het meeste naar EU-landen. En waarom kan dat zo makkelijk? Omdat er Europese afspraken zijn.”’ Het is volgens hem dan ook een goede zaak dat Europarlementariërs de lidstaten in trekken om het beleid toe te lichten en de negatieve meningsvorming bij te stellen.

Toch heeft zowel Geurts als Jongerius wel begrip voor de anti-EU-geluiden die voortdurend opklinken. ‘Soms denk ik ook: waarom doen we dit eigenlijk?’ zegt Jongerius. ‘De negatieve houding is voor een deel terecht.’ En Geurts: ‘Ik ben op een aantal dingen ook kritisch. Bijvoorbeeld op landbouwgebied: is er wel sprake van een gelijk speelveld tussen de lidstaten? Er is een tweedeling tussen noord en zuid. Dan moet je wel goed blijven praten. Anders spat Europa uit elkaar.’

Maar zoals de meeste Nederlandse politici heeft de CDA’er weinig op met de pleidooien voor een Verenigde Staten van Europa, die te beluisteren zijn bij EU-apparatsjiks als voorzitter Jean-Claude Juncker van de Europese Commissie of Guy Verhofstadt, de Belgische leider van de liberale fractie in het Europarlement. ‘Het is op een gegeven moment niet meer behapbaar. Als je ziet hoeveel last de EU op dit moment al heeft van een land als Polen… Ik heb er moeite mee dat vanuit Brussel alles geregeld zou moeten worden. Ik vind Europa belangrijk, maar ik vind ook dat we onze eigen natie moeten promoten in de wereld. Waar je kunt samenwerken, werk je samen, en waar het niet nodig is hoeft het ook niet.’

Jongerius vergelijkt Brussel met ‘zelfrijzend bakmeel’: ‘Je tilt de theedoek even op en dan blijkt het toch weer groter te zijn geworden. Er is een soort interne logica, en dan is het ook goed om er af en toe even uit te stappen en het van de buitenkant te bekijken. Dan besef je beter hoe de gewone mensen het zien.’

Laatste van Actueel

Premier af

Niks duurt eeuwig, dus ook niet het lijsttrekkerschap van Mark Rutte. Hij

Republikein in de dop

Tim Wagelaar (17) zette met medescholier Luka Lavranos (18) een petitie op

Hongerloon

De tarieven van freelance journalisten zijn het afgelopen jaar opnieuw gedaald. Dat
0 0,00
Go to Top