Baantjescarroussel voor de happy few: carrière na de kamer

in Actueel/Maatschappij by

‘Zakkenvullers.’ ‘Baantjesjagers.’ Politici hebben een fors imagoprobleem. Ze zouden alleen maar uit zijn op het pluche en elkaar cynisch grijnzend de goed betaalde posten toeschuiven. Zonder veel aandacht voor het landsbelang of de wensen van burgers en vooral gericht op de eigen carrière. Maar klopt dat beeld wel?

‘Ik herken de zakkenvuller niet’, zegt oud-politicus Rendert Algra beslist. Dat je als Kamerlid ‘een knappe vergoeding’ ontvangt zal hij niet ontkennen. ‘Maar je stopt er ook heel veel tijd in. Kamerlid ben je 24 uur per dag: ook ’s avonds ben je nog aan het werk, en vaak in het weekend. Je moet ledenvergaderingen bezoeken, spreekbeurten houden. En als je iets drinkt in Nieuwspoort, word je belaagd door journalisten en lobbyisten. Bovendien word je geacht voortdurend je kennis op peil te houden.’

Daar komt nog bij, zo weet Algra: als het misloopt sta je zo weer op de keien. Voordat je naar Den Haag ging, heb je vaak een mooie baan opgegeven om politiek actief te kunnen worden. Een baan die je niet snel meer terug krijgt

Loopbaan na de politiek
Algra weet waarover hij het heeft . Hij was van 2002 tot 2006 en van 2009 tot 2010 Kamerlid voor het CDA. Tegenwoordig is hij partner bij het bureau Loopbaan Na Politiek, dat voormalige Kamerleden, oud­wethouders en ­burgemeesters aan een nieuwe werkkring probeert te helpen. Alleen al het feit dat dergelijke bedrijfjes bestaan maakt duidelijk dat het in de politiek niet allemaal rozengeur en maneschijn is.
Neem de laatste Tweede Kamerverkiezingen. Op 15 maart raakten 71 van 150 parlementariërs hun zetel kwijt. Sommigen wilden er zelf mee stoppen, maar de meesten hadden geen keus. Ze moesten weg omdat hun partij te weinig stemmen haalde. Of ze bedankten in een eerder stadium noodgedwongen voor een plekje op de kandidatenlijst, nadat het partijbestuur hun in een slecht­nieuwsgesprek duidelijk had gemaakt dat een verkiesbare positie er niet meer inzat. Volgens Algra is een ruime meerderheid van die 71 gewezen parlementariërs nu, een half jaar na de verkiezingen, nog steeds niet onder de pannen. De meesten hebben wel weer een klusje – niet zelden interim – maar dat levert onvoldoende op om uit de wachtgeldregeling voor werkloze ex­Kamerleden te komen.
‘Van de 71 schat ik in dat er nog wel een 55, 60 misschien wachtgeld krijgen, omdat ze met de functie die ze binnen hebben gehaald niet het volledige Kamerlidmaatschapsinkomen te pakken hebben. Je ziet een behoorlijk aantal Kamerleden een stapje terug doen of de doorstart in elk geval vertraagd maken’, zegt Algra.

Oud-politici niet in trek
Want het bedrijfsleven, zo blijkt in de praktijk, staat niet te springen om oud­-politici. En datzelfde geldt ook voor ideële organisaties en (semi)overheidsinstellingen. Waarom eigenlijk niet? Voormalig Kamerleden brengen toch een schat aan ervaring en Haagse contacten met zich mee?
Volgens Algra is het simpel. ‘Onbekend maakt onbemind. De meeste mensen hebben geen idee wat het Kamerlidmaatschap precies inhoudt. Ze lezen er wat over in de krant, maar dat is vaak de kritische zijde: Kamerleden die tegen dit en tegen dat zijn. Daar zit een bedrijf in het algemeen niet op te wachten. Ze willen een manager, geen lastpost. Er is een bepaalde sceptische houding ten aanzien van politici. Als je kijkt naar het vertrouwen in deze beroepsgroep – en dan heb ik het niet over de laatste jaren, maar over de laatste dertig jaar – dan is het aanzien van autoriteiten gigantisch afgenomen. Dat geldt voor burgemeesters, voor schoolhoofden, voor dominees en dus ook voor politici. Ik zeg wel eens gekscherend: Kamerleden hebben het imago van een derdehands autoverkoper. Niet tweedehands, nee: derdehands.’

Carroussel
Maar hoe zit het dan met de baantjescarrousel? Thierry Baudet, de leider van Forum voor Democratie, laat geen gelegenheid onbenut om uit te halen naar dit vehikel, dat uitgerangeerde politici van het ‘partijkartel’ zonder mankeren elders aan de slag zou helpen. Er zijn toch voorbeelden van voormalig PvdA’ers die al kort na hun vertrek uit Den Haag een nieuwe, dik betaalde betrekking elders wisten te bemachtigen?
Algra spreekt niet tegen dat er zoiets als een baantjescarrousel bestaat. ‘Maar alleen voor de happy few. Dat zijn dus een paar mensen aan de politieke top. Een bepaald segment van het bedrijfsleven wil graag een oud-­premier in huis hebben, of iemand die jarenlang minister is geweest. Of iemand uit de top van de fractie. Maar dan hebben we het misschien over 10 procent. Dus van de 71 Kamerleden die er op 15 maart mee moesten stoppen een stuk of zeven. En dan gaat het dikwijls nog om politieke functies. Iemand die door zijn partij gepusht wordt ergens burgemeester te worden bijvoorbeeld. Dat was overigens vroeger veel makkelijker dan nu. Tegenwoordig heb je nog altijd de restrictie dat het door de gemeenteraad geaccepteerd moet worden. En bovendien: als je partij niet meer aan de macht is, worden de mogelijkheden vanzelf kleiner. Voor de grote meerderheid van de afgezwaaide politici staat geen baantjescarroussel klaar. Zij moeten flink ploeteren om weer iets te vinden.’
Kortom: iemand die zich beschikbaar stelt voor een functie in politiek Den Haag neemt een flinke gok. De toekomst is hoogst onzeker: word je niet herkozen, dan moet je doorgaans maar zien dat je jezelf redt. Bovendien is het afbreukrisico van Kamerleden en bewindslieden gigantisch. Alles wat ze doen ligt onder het vergrootglas van de publiciteit. Elk foutje wordt gretig geregistreerd door de media. En dan zijn er nog de andere politici, want dat zijn je concurrenten in de strijd om een plekje aan het politieke firmament.
‘Ik zou geen beroep weten waar de collega’s allemaal klaarstaan om jou een dolk in de rug te steken’, zegt Algra. ‘Mensen worden voortdurend afgebrand. Hele primaire reacties vaak, bijna zoals in het dierenrijk. In het bedrijfsleven kom je ze misschien ook wel tegen, maar veel minder en lang niet zo extreem. Elkaar kunstjes flikken, daar is een bedrijf niet bij gebaat, maar in de politiek gebeurt het dagelijks. Spindoctors spinnen nooit in positieve zin. In de politiek zit altijd een stukje becshadiging.

Motivatie
Maar als dat allemaal klopt, hoe komt het dan dat bij Kamerverkiezingen altijd weer zoveel – vaak hoogopgeleide – mensen staan te dringen om op de kandidatenlijsten te komen?
Algra, die vijftien jaar geleden zelf een goede baan opgaf om Kamerlid te kunnen worden, hoeft er niet lang over na te denken. ‘De motivatie om de politiek in te gaan is bij de meesten heel groot vanuit een verantwoordelijkheidsgevoel, vanuit politiek idealisme. En ja, ook wel vanuit de hang naar macht. Naar publiciteit. IJdelheid is de meeste politici niet vreemd. Maar als je echt uit bent op geld verdienen, kun je het beter in het bedrijfsleven proberen.’
Het komt inderdaad voor dat Kamerleden tussentijds vertrekken omdat ze elders een betere functie denken te kunnen krijgen, erkent hij. Onlangs VVD-­Kamerlid Pieter Duisenberg nog, die een paar maanden na de verkiezingen de politiek inruilde voor het voorzitterschap van de Vereniging van Universiteiten. Maar volgens Algra gebeurt dat vrij zelden. Iemand die eenmaal op het Binnenhof actief is, wil dat in de regel zo lang mogelijk blijven.
‘Als er een nieuwe kandidatenlijst wordt opgesteld, is er altijd maar een enkeling die aangeeft : ik hoef de volgende keer niet meer. En als ze dat al doen, is het meestal omdat ze weten dat ze een verkiesbare plek toch wel kunnen vergeten.’ Geen zakkenvullers dus. Geen baantjesjagers. Kamerleden mogen dan uit zijn op macht en aanzien, financiële overwegingen geven vrijwel nooit de doorslag. Sterker nog: je kunt je afvragen of die arbeidsvoorwaarden wel zo riant zijn. Volgens Algra is het ‘betalingsgebeuren’ er de afgelopen twintig jaar bepaald niet beter op geworden. ‘De vergoeding voor Kamerleden is zeker niet extreem gestegen. Bij de laatste cao­verhoging van ambtenaren is er wat bijgekomen, maar daarvóór heeft het jarenlang stilgestaan. Ik denk niet dat er overdreven veel verdiend wordt. Kamerleden durven ook niet zo goed hun salaris te verhogen omdat dan de kritiek van zakkenvullen meteen opklinkt. We hebben zelfs een behoorlijke verslechtering gehad. Als je kijkt naar de regeling van vóór 2010: als je toen tien jaar Kamerlid was geweest en je was de vijftig gepasseerd, had je geen sollicitatieplicht meer en was je inkomenskostje tot aan je pensioen gekocht. Dat was echt een goudgerande arbeidsvoorwaarde. Maar als er nu geroepen wordt: het kan nog wel wat slechter, daar ben ik groot tegenstander van. Daar zou ik absoluut tegen zijn.’