Arnold-Karskens-interview

Arnold Karskens’ strijd tegen de media

in Actueel/Politiek by

Journalistiek is voor Arnold Karskens niet braaf een stukje tikken of een item draaien. Het is onverbloemd weergeven wat hij ziet en hoort, al komt dat sommige mensen soms slecht uit. Motto: ‘I’m not in the business to be liked.’

Hij deed verslag van zo’n dertig conflicten, maar daar bleef het niet bij. Hij zit met zijn stichting Onderzoek Oorlogsmisdaden achter misdadigers uit oude en recente oorlogen aan. Hij deed aangifte tegen Eurocommissaris Frans Timmermans en Artsen zonder Grenzen, die volgens hem schuldig zijn aan de verdrinking van duizenden migranten in de Middellandse Zee. Hij onderzocht het optreden van het Nederlandse leger in Uruzgan en richt zijn vizier nu op het NOS Journaal.
‘Dat ligt allemaal in het verlengde van mijn werk als oorlogsverslaggever. Die ervaring geeft een bepaalde verantwoordelijkheid. Je hebt mensen nodig die durven. En ik spaar mezelf niet, ik neem risico’, zegt hij vanuit Brussel, waar hij al geruime tijd woont.
Karskens werd in 1954 geboren in een conservatief agrarisch milieu. Zijn vader en zijn opa zaten tijdens de Tweede Wereldoorlog in het verzet, een oom werd geëxecuteerd. Het verklaart mede zijn fascinatie voor oorlog.

Radikaal
Zijn eerste stukjes schreef hij vanuit Guatemala voor het blad Radikaal van de Pacifistisch-Socialistische Partij, waarvan hij lid was. Zijn eerste boek ging over de kraakbeweging in Den Bosch en was het eerste van meer dan twaalf non-fictieboeken. Hij noemt zichzelf ‘journalist van het volk’. Vorig jaar baarde hij opzien met zijn voorspelling van een ‘Europese lente’ die in mei 2016 zou losbarsten. Hij ziet de tekenen van die volksopstand, maar anderen niet.

Roman
Binnenkort verschijnt zijn eerste roman: Onder de jezusmoer. ‘Dat is een sleutelroman, daar ontkom je niet aan.’ Fictie geeft hem meer vrijheid om ‘onder de huid van de personages te kruipen’. Het blijft dicht bij hem en zijn werk. ‘Dit boek gaat tot op het bot van de Nederlandse oorlogsverslaggeving’, belooft hij. Als ‘luis in de journalistieke pels’ verzamelt hij bewijzen tegen het NOS Journaal, ‘het slechtste journalistieke programma en een doorgeefluik van overheidsvoorlichting’. Vooringenomenheid van het journaal ziet hij overal. ‘De Amerika-correspondent heeft het over ‘Donald Trump’ en ‘president Obama’. Dat zegt al genoeg.’ Een rechtszaak tegen het journaal is het uiteindelijke doel. ‘Dat is de ultieme waarheidsvinding. Voor 50 miljoen euro per jaar wil ik eerlijk worden voorgelicht. De Nederlandse journalistiek verdient een schop onder de kont!’
Op zijn site thekarsenstimes.com publiceert hij elk jaar een overzicht waarin vooral staat wat hij goed en anderen fout doen. Maar zijn eigen ‘slechtste prestaties’ vergeet hij niet. ‘Ik rijd als een schildpad, vergeet verjaardagen en maak weinig indruk bij vrouwen.’